PABO TOELATING
HOOFDSTUK 1 TIJD VAN JAGERS EN BOEREN (PREHISTORIE 3000 V. CHR.)
HOOFDSTUK 2 TIJD VAN GRIEKEN EN ROMEINEN (3000 V. CHR. T/M 500 NA CHR.)
HOOFDSTUK 3 TIJD VAN MONNIKEN EN RIDDERS ( 500-1000)
HOOFDSTUK 4 TIJD VAN STEDEN EN STATEN (1000-1500)
HOOFDSTUK 5 TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS (1500-1600)
HOOFDSTUK 6 TIJD VAN REGENTEN EN VORSTEN (1600 -1700)
HOOFDSTUK 7 TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES (1700 -1800)
HOOFDSTUK 8 TIJD VAN BURGERS EN STOOMMACHINES (1800-1900)
HOOFDSTUK 9 TIJD VAN DE WERELDOORLOGEN EN HOLOCAUST (1900-1945)
HOOFDSTUK 10 TIJD VAN TELEVISIE EN COMPUTERS (1945 -HEDEN)
HOOFDSTUK 11 WAT IS GESCHIEDENIS?
JAARTALLEN
,HOOFDSTUK 1 TIJD VAN JAGERS EN BOEREN
Prehistorie: 3000 v. chr.
RENDIERJAGERS
Periodes met veel kou werd de ijstijd genoemd door enorme kou op grote delen van de planeet
De rendierjagers gingen van plek naar plek om te jagen en te verzamelen.
De botten, huiden en vlees werden gebruikt voor voedsel kleding, tenten en gereedschap
Ze jaagden met pijl en boog die gemaakt waren van hout met een vuurstenen punt
Ze jaagde op rendier kuddes.
Toendra klimaat -> een koud, droog klimaat waar de tempratuur in de korte zomer niet boven 10 graden
komt
Nomadisch leven -> jagers en verzamelaars leefden als nomaden. Ze hadden geen permanent verblijf en
trokken van plek naar plek.
Jagers en vissen
Door tempratuur stijging veranderde het klimaat toendra in een bosrijk gebied
Er kwamen andere diersoorten wonen zoals: elanden, runderen, bizons, everzwijnen, herten en reeen.
Ook ontstonden er visrijke meren, rivieren en beekjes.
Er werd in 7.000 v. Chr. Niet veel van plek naar plek gereisd. De jagers bleven vaak op 1 plek waar
voldoende eten te vinden was. In de lente werd er gevist en in de herfst werden er noten en vruchten
geplukt. Verder werd het hele jaar gejaagd.
DE OVERGANG VAN JAGEN EN VERZAMELEN NAAR LANDBOUW.
De eerste boeren leefden in 10.000 en 9000 v chr. In het midden van oosten (gebeid dat vruchtbare
halvemaan wordt genoemd)
Daarna verspreide de landbouw zich over aangrenzende gebieden en uiteindelijk ook West-Europa.
De agrarische revolutie
In de vruchtbare halvemaan in het huidige Turkije, Irak, libanon, Israël en Syrië kwamen natuurlijke
graanvelden. (Zie plaatje 1 over verspreiding landbouw)
(Afbeelding 1)
In 9000 v. chr. Ontstond de eerste agrarische samenleving.
De overgang van jagen-verzamelen naar landbouw had veel grote gevolgen. Vandaar dat men het een
agrarische revolutie noemt.
,De verschillende grote gevolgen
1. De boeren gingen de natuur naar hun hand zetten
2. De bevolking werd meer
3. Sommige mensen werden vrijgesteld van werken op het land en konden zich specialiseren in
nieuwe technieken
4. De samenleving werd gelaagd en complex. Er ontstond een hiërarchie met koningen, priesters,
soldaten, boeren en slaven
Er kwamen ook nieuwe technieken zoals het spinnen van wol en later in de tijd de uitvinding van het wiel.
Het ploegen en bemesten van het land was een belangrijke vinding om het land vruchtbaar te houden
Er waren niet alleen positieve voordelen aan de landbouw maar ook vele nadelen.
1. Boeren waren meer tijd kwijt aan eten verkrijgen dan jagers/verzamelaars
2. De vroege vorm van landbouw zorgde voor erosie van de bodem
3. De afvalhopen werden en bron van ziekten en bovendien gaven de zieke dieren hun ziekte over
aan de mens. Griepvirus, pest, pokken en recent het covid-19
EERSTE BOEREN IN WEST-EUROPA
Bandkeramiekcultuur
De boeren uit de vruchtbare halve maan moesten zover uit breiden dat in 5300 v. chr. De eerste boeren in
West-Europa kwamen.
Deze boeren heten de bandkeramiekcultuur. De boeren komen aan die naam vanwege de vondst van
mooie versierde potten en pannen met een band erop.
Ze vestigde zich op makkelijk te bewerken lössgrond (Zuid-Limburg)
Trechterbekercultuur
Een andere groep boeren waren de trechterbekercultuur. Ze kregen die naar door de trechtervormige
bekers, potten en schalen.
Deze boeren leefden tussen 3.500 en 2.700 v. chr
Hunnenbedden -> rond 3000 v. chr. Waren grafkelders van grote zwerfkeien gemaakt.
De hunebedden staan nog in Nederland in de provincie Drenthe
PREHISTORIE
De prehistorie is de tijd waarover GEEN geschreven bronnen zijn.
Het is dus vooral gebaseerd op archeologie
CULTURELE ANTROPOLOGIE
Een wetenschap die kennis oplevert over het leven in de prehistorie
BEGRIPPEN HOOFDSTUK 1
,Agrarische revolutie -> De overgang van jagen-verzamelen naar landbouw. Tussen 10.000 en 9.000
V.Chr. Het bracht veel veranderringen daarom, word er gesproken over een revolutie. Er ontstond een
complexe samenlevingen en er werden veel nieuwe technieken ontwikkeld.
Archeologie -> de wetenschap die schematisch opgravingen verricht.
Bandkeramiekcultuur -> De eerste boeren in Midden- en West- Europa rond 5300 V. Chr. Legden akkers
aan op vruchtbare lössgrond. Daardoor vestigde ze zich ook in Zuid-Limburg. Ze maakte aardewerken met
een opvallende bandversiering
Grafgiften -> veel archeologische vondsten werden gedaan in begraafplaatsen. Er werden dingen mee
gegeven het graf in. Dit werd gezien als geloof in het hiernamaals.
Grottekeningen -> Dier tekeningen van dieren gemaakt door de jagers-verzamelaars ongeveer 35.000 jaar
geleden. Men denkt dat ze een rol speelden bij rituelen.
Hunebed -> grafkamers die rond 3000 V chr. Gebouwd werden door de boeren van de
trechterbekercultuur. In Nederland vinden we ze vooral in Drenthe
IJstijd -> Periode van extreme kou waardoor ook in West-Europa een poolklimaat heerste. Aan het einde
van de ijstijd rond 10.000 V. chr. Leefde hier de rendierjagers.
Nomadische leefwijze -> jagers-verzamelaars leefden nomaden. Ze hadden geen vaste verblijfplaats en
trokken van plek naar plek.
Prehistorie -> Een periode in het verleden waar geen geschreven bronnen over zijn. Archeologie is de
belangrijkste wetenschap om kennis te krijgen over de prehistorie.
Rendierjagers -> jagers-verzamelaard die rond 10.000 V. Chr. (in de ijstijd) in West-Europa leefden op
toendra klimaat. Ze hielden rekening met de verblijfplaatsen van de rendieren. Daarom leefden zij als
nomaden.
Toendraklimaat -> Een koud, droog klimaat waar tempraturen ik de korte zomer niet boven de 10 graden
komen. Daardoor omstaat er de toendra: een boomloos gebied met mossen, grassen en dwergstruiken.
Trechterbekercultuur -> Een volk van boeren dar rond 3000 V. Chr. Hunebedden bouwde. Zij gaven
aardewerken mee in de vorm van trechters aan de doden mee.
Vruchtbare halvemaan -> een heuvelachtig gebied in het huidige Irak, Syrië, Turkije, Libanon en Israël
waar tussen 10,000 en 9.000 V. Chr. De landbouw begon. Daar gingen de eerste boeren wonen, vee
houden en graan telen
Vuursteen -> een goed bewerkbare steensoort. Te gebruiken voor Messen, Bijlen en ander gereedschap.
HOOFDSTUK 2 TIJD VAN GRIEKEN EN ROMEINEN
Oudheid: 3000 v. chr. T/m 500 na chr.
2.1 ONTSTAAN VAN STADSTATEN
Tussen 3000 v. chr. T/m 600 v. Chr.
, De stadstaten ontstonden in Mesopotamië (het gebied tussen de rivier de Eufraat en Tigris in het huidige
Irak) en langs de nijl in Egypte
Deze stadstaten veroverde de omliggende vruchtbare gebieden en groeiden soms uit tot grote rijken.
In het gebied Mesopotamië ontstond er een geslaagde samenleving (of hiërarchie) met aan top een
koning en onderaan de mensen die na verovering van land tot slaaf gemaakt werden.
In de stadstaten werd belasting geadministreerd met schrifttekens. Daardoor ontstonden de geschreven
teksten op kleitabletten.
In Griekenland ontstonden er rond 800 v. Chr. ook stadsstaten zoals Athene, Thebe en Sparta. Athene
werd niet door een koning bestuurd maar door een democratisch bestuur van vrije mannen.
In Griekenland ontwikkelde zich literatuur, een kenmerkende bouwstijl van tempels met zuilen,
beeldhouwkunst en wetenschappelijk denken door het stellen van kritische vragen.
2.2 ROMEINSE RIJK
De stadstaat Rome ontstond rond 750 V. Chr. en rond 270 V.Chr. groeide het uit tot een romeins rijk
langs de middellandse zee
Rond 50 V. chr. Veroverde Julius Cesar grote delen van Noordwest-Europa en een deel van het huidige
Nederland.
De romeinse cultuur nam religie, wetenschap, beeldhouwkunst en bouwstijlen over uit de Griekse
cultuur. Het heet daarom ook de Grieks-romeinse cultuur.
In het Romeinse rijk is ervan af het begin al een christelijke jaartelling bestuurd door een keizer.
Het romeinse rijk had ook een goed belastingsysteem, wetgeving en zorg voor veiligheid. Zo was er goede
infrastructuur zoals wegen, mijlpalen (richtingaanwijzers) en bruggen.
Dit alles bevorderde de handel in het rijk. Er werden veel nieuwe steden gebouwd met Amfitheaters,
aquaducten, badhuizen, tempels en triomfbogen.