Samenvatting blok 3.5 Eating Sex and Other Needs
Week 1
Why, Mandy?
- Wat zijn de risicofactoren voor BED, anorexia en boulimia?
- Wat zijn de verschillen tussen deze vormen van eetstoornissen?
DSM-5 informatie ook meenemen (voor deze drie alles en voor de meer onbekende stoornissen alleen
de criteria).
Jeremy
- Hoe uiten eetstoornissen zich in mannen?
- Wat zijn de veelvoorkomende oorzaken voor eetstoornissen bij mannen?
Childish Behavior
- Wat zijn de symptomen voor anorexia bij kinderen?
- Hoe ontwikkelen eetstoornissen bij kinderen?
- Wat is avoidant restrictive food intake disorder?
Motivation?
- Wat is de rol van motivatie in het behandelen van eetstoornissen?
- Wat motiveert iemand om een behandeling te starten en door te zetten?
- Hoe kan men de motivatie van iemand verhogen om te beginnen aan een behandeling?
DSM-5 Criteria, prevalentie, differentiële diagnose en co- morbiditeit Eating disorders
Pica
Criteria
A. Het eten van niet- voedzame, non- voedsel substanties voor minimaal 1 maand.
B. Deze non- voedsel en non- voedzame substantie inname is ongepast voor het
ontwikkelingsniveau van het individu.
C. Het eetgedrag is niet onderliggend aan sociale of culturele normen.
D. Als het eetgedrag voorkomt in de context van andere mentale stoornissen (intellectuele
stoornis, schizofrenie, autisme) of medische condities, is deze ernstig genoeg voor
aanvullende klinische aandacht.
Gegeten voorwerpen kunnen zijn: papier, zeep, kleren, stenen, haar, wol, krijt, talkpoeder, verf, klei,
metaal, etc. Er is geen afkeer van voedsel over het algemeen en iemand moet minimaal twee jaar
oud zijn omdat het anders door de ontwikkelingsfase kan komen.
Prevalentie
De prevalentie is onbekend. Het kan opkomen bij kinderen, in de adolescentie en in de
volwassenheid. Bij volwassenen komt het veel voor bij mensen met een intellectuele beperking en
het komt ook weleens voor tijdens de zwangerschap.
Differentiële diagnose
Eten van non- voedsel substanties komt ook voor bij andere stoornissen zoals autisme, schizofrenie
en Kleine- Levin syndroom.
- Anorexia nervosa: als men non- voedsel substanties eet (papier bijvoorbeeld) als een manier
om voedsel inname te controleren.
- Factitious disorder: als men opzettelijk zichzelf ziek maakt door het eten van non- voedsel
substanties.
, - Non- suïcidale zelfbeschadiging (bij persoonlijkheidsstoornissen): inslikken van schadelijke
items zoals naalden, messen etc.
Co- morbiditeit
Autisme, intellectuele beperkingen, schizofrenie, OCD, hair- pulling disorder, skin- picking disorder en
avoidant food intake disorder.
Rumination disorder
Criteria
A. Herhaaldelijke regurgitatie (maag naar slokdarm) van voedsel voor minimaal 1 maand. Het
voedsel kan herkauwd worden, doorgeslikt of uitgespuugd.
B. Het is niet veroorzaakt door medische condities.
C. Het verstoorde eetpatroon komt niet exclusief voor tijdens anorexia nervosa, bulimia
nervosa, binge eating disorder of avoidant/restrictive food intake disorder.
D. Als het eetgedrag voorkomt in de context van andere mentale stoornissen (intellectuele
stoornis) is deze ernstig genoeg voor aanvullende klinische aandacht.
De regurgitatie komt een aantal keer per week voor, vaak dagelijks. Het komt voor bij baby’s en ook
bij kinderen en volwassenen. Adolescenten en volwassenen verbergen het door de hand voor de
mond te houden en vermijden het vaak om te eten voorafgaand aan sociale situaties.
Prevalentie
Onduidelijk maar wel vaker bij mensen met intellectuele beperking. Bij baby’s ontstaat het tussen 3-
12 maanden, vaak spontaan, in episodes of continu.
Differentiële diagnose
- Gastro- intestinale condities
- Anorexia nervosa en bulimia nervosa als het voedsel wordt uitgespuugd voor het
wegnemen van calorieën en voorkomen van gewichtstoename.
Co- morbiditeit
Generalized anxiety disorder (GAD)
Avoidant/Restrictive food intake disorder
Criteria
A. Voedsel verstoring (geen interesse in eten van voedsel, vermijding van sensorische
kenmerken van voedsel, angsten over negatieve gevolgen van eten van voedsel)
geassocieerd met 1 of meer van de volgende kenmerken:
1. Gewichtsafname (falen gewichtstoename bij kinderen)
2. Voedingstekorten
3. Afhankelijk van voedingssupplementen of sondevoeding.
4. Interfereren van psychosociaal functioneren
B. De verstoring wordt niet uitgelegd door tekort aan toegankelijkheid van voedsel of cultuur.
C. De verstoring komt niet exclusief voor tijdens anorexia nervosa of bulimia nervosa en er is
geen verstoring in de manier waarop iemands lichaamsvorm of gewicht wordt ervaren.
D. Het wordt niet veroorzaakt door medische condities en als het eetgedrag voorkomt in de
context van andere mentale stoornissen is deze ernstig genoeg voor aanvullende klinische
aandacht.
Men kan hier ook bepaalde kenmerken van voedsel vermijden zoals kleur, textuur, temperatuur of
smaak. Ook kunnen mensen bang zijn voor overgeven en stikken.
, Het ontstaat vaak in de kindertijd of eerder, voornamelijk het vermijden van eten en bepaalde
sensorische karakteristieken. Dit kan doorgaan tot in de volwassenheid. Vermijden van eten door
angst voor negatieve gevolgen kan gedurende alle leeftijden ontstaan. Het komt meer voor bij
kinderen dan bij volwassenen en er ontstaan fysieke, sociale en emotionele moeilijkheden.
Differentiële diagnose
- Medische condities zoals gastro- intestinale ziekten, allergieën en intoleranties.
- Neurologische afwijkingen
- Reactive attatchment disorder
- Autisme als de verstoring van eten een matig niveau geeft van beschadiging.
- Specifieke fobie, social anxiety disorder (SAD) en andere angststoornissen (angst voor
overgeven of stikken of gezien worden door anderen tijdens het eten).
- Anorexia nervosa
- OCD, MDD, Schizofrenie, factitious disorder.
Co- morbiditeit
Angststoornis, OCD, neurologische ontwikkelingsstoornis (autisme, ADHD, intellectuele beperking).
Anorexia nervosa
A. Restrictie van energie inname wat leidt tot een verlaagd lichaamsgewicht in de context van
leeftijd, gender, ontwikkelingsfase en gezondheid. Het gewicht is lager dan minimaal
normaal.
B. Een intense angst voor aankomen of dik worden of persistent gedrag wat zorgt voor
verstoring van gewichtstoename ondanks een significant laag gewicht.
C. Verstoring in de perceptie waarop iemands lichaam wordt ervaren. Invloed van het lichaam
op de zelf- evaluatie en het niet inzien van de ernst van het huidige gewicht.
Restricting type: Gewichtsafname bereiken via beweging, dieet en vasten in plaats van via overgeven
of pillen voor 3 maanden. (GEEN binge- eating of purging gedrag)
Binge eating / Purging type: binge eating episodes of gewichtsafname bereiken via purging- gedrag
zoals overgeven en gebruik van pillen voor 3 maanden.
Gedeeltelijke remissie: criteria A (verlaagd lichaamsgewicht) is weg maar B of C zijn er nog.
Volledige remissie: alle criteria zijn weg.
De ernst wordt bepaald aan de hand van het BMI:
Mild: BMI >= 17 kg/m2, matig: 16-16.99, ernstig: 15-15.99, Extreem < 15 kg/m 2
Prevalentie
0.4 % bij jonge vrouwen. Het komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen met een 10:1 vrouw:man
ratio. Het komt vaak voor bij jong- volwassenen en niet vaak voor de pubertijd of na de leeftijd van
40. Herstel is vaak binnen 5 jaar en de mortaliteit is 5%.
Differentiële diagnose
- Medische condities
- MDD (zonder het verlangen voor afvallen of een angst voor gewichtstoename), schizofrenie,
SUD (substance use disorder), SAD (bij sociale angsten gerelateerd aan meer dan alleen
eten), OCD (bij obsessies en compulsies voor meer dan alleen eten) en body dysmorphic
disorder (als het slechte beeld niet gaat over de vorm en grootte van het lichaam).
- Bulimia nervosa als het gewicht boven een gewoon niveau blijft.
- Avoidant/restrictive food intake disorder als er geen angst is voor aankomen of dik worden
of vervormd beeld van het lichaam.
Week 1
Why, Mandy?
- Wat zijn de risicofactoren voor BED, anorexia en boulimia?
- Wat zijn de verschillen tussen deze vormen van eetstoornissen?
DSM-5 informatie ook meenemen (voor deze drie alles en voor de meer onbekende stoornissen alleen
de criteria).
Jeremy
- Hoe uiten eetstoornissen zich in mannen?
- Wat zijn de veelvoorkomende oorzaken voor eetstoornissen bij mannen?
Childish Behavior
- Wat zijn de symptomen voor anorexia bij kinderen?
- Hoe ontwikkelen eetstoornissen bij kinderen?
- Wat is avoidant restrictive food intake disorder?
Motivation?
- Wat is de rol van motivatie in het behandelen van eetstoornissen?
- Wat motiveert iemand om een behandeling te starten en door te zetten?
- Hoe kan men de motivatie van iemand verhogen om te beginnen aan een behandeling?
DSM-5 Criteria, prevalentie, differentiële diagnose en co- morbiditeit Eating disorders
Pica
Criteria
A. Het eten van niet- voedzame, non- voedsel substanties voor minimaal 1 maand.
B. Deze non- voedsel en non- voedzame substantie inname is ongepast voor het
ontwikkelingsniveau van het individu.
C. Het eetgedrag is niet onderliggend aan sociale of culturele normen.
D. Als het eetgedrag voorkomt in de context van andere mentale stoornissen (intellectuele
stoornis, schizofrenie, autisme) of medische condities, is deze ernstig genoeg voor
aanvullende klinische aandacht.
Gegeten voorwerpen kunnen zijn: papier, zeep, kleren, stenen, haar, wol, krijt, talkpoeder, verf, klei,
metaal, etc. Er is geen afkeer van voedsel over het algemeen en iemand moet minimaal twee jaar
oud zijn omdat het anders door de ontwikkelingsfase kan komen.
Prevalentie
De prevalentie is onbekend. Het kan opkomen bij kinderen, in de adolescentie en in de
volwassenheid. Bij volwassenen komt het veel voor bij mensen met een intellectuele beperking en
het komt ook weleens voor tijdens de zwangerschap.
Differentiële diagnose
Eten van non- voedsel substanties komt ook voor bij andere stoornissen zoals autisme, schizofrenie
en Kleine- Levin syndroom.
- Anorexia nervosa: als men non- voedsel substanties eet (papier bijvoorbeeld) als een manier
om voedsel inname te controleren.
- Factitious disorder: als men opzettelijk zichzelf ziek maakt door het eten van non- voedsel
substanties.
, - Non- suïcidale zelfbeschadiging (bij persoonlijkheidsstoornissen): inslikken van schadelijke
items zoals naalden, messen etc.
Co- morbiditeit
Autisme, intellectuele beperkingen, schizofrenie, OCD, hair- pulling disorder, skin- picking disorder en
avoidant food intake disorder.
Rumination disorder
Criteria
A. Herhaaldelijke regurgitatie (maag naar slokdarm) van voedsel voor minimaal 1 maand. Het
voedsel kan herkauwd worden, doorgeslikt of uitgespuugd.
B. Het is niet veroorzaakt door medische condities.
C. Het verstoorde eetpatroon komt niet exclusief voor tijdens anorexia nervosa, bulimia
nervosa, binge eating disorder of avoidant/restrictive food intake disorder.
D. Als het eetgedrag voorkomt in de context van andere mentale stoornissen (intellectuele
stoornis) is deze ernstig genoeg voor aanvullende klinische aandacht.
De regurgitatie komt een aantal keer per week voor, vaak dagelijks. Het komt voor bij baby’s en ook
bij kinderen en volwassenen. Adolescenten en volwassenen verbergen het door de hand voor de
mond te houden en vermijden het vaak om te eten voorafgaand aan sociale situaties.
Prevalentie
Onduidelijk maar wel vaker bij mensen met intellectuele beperking. Bij baby’s ontstaat het tussen 3-
12 maanden, vaak spontaan, in episodes of continu.
Differentiële diagnose
- Gastro- intestinale condities
- Anorexia nervosa en bulimia nervosa als het voedsel wordt uitgespuugd voor het
wegnemen van calorieën en voorkomen van gewichtstoename.
Co- morbiditeit
Generalized anxiety disorder (GAD)
Avoidant/Restrictive food intake disorder
Criteria
A. Voedsel verstoring (geen interesse in eten van voedsel, vermijding van sensorische
kenmerken van voedsel, angsten over negatieve gevolgen van eten van voedsel)
geassocieerd met 1 of meer van de volgende kenmerken:
1. Gewichtsafname (falen gewichtstoename bij kinderen)
2. Voedingstekorten
3. Afhankelijk van voedingssupplementen of sondevoeding.
4. Interfereren van psychosociaal functioneren
B. De verstoring wordt niet uitgelegd door tekort aan toegankelijkheid van voedsel of cultuur.
C. De verstoring komt niet exclusief voor tijdens anorexia nervosa of bulimia nervosa en er is
geen verstoring in de manier waarop iemands lichaamsvorm of gewicht wordt ervaren.
D. Het wordt niet veroorzaakt door medische condities en als het eetgedrag voorkomt in de
context van andere mentale stoornissen is deze ernstig genoeg voor aanvullende klinische
aandacht.
Men kan hier ook bepaalde kenmerken van voedsel vermijden zoals kleur, textuur, temperatuur of
smaak. Ook kunnen mensen bang zijn voor overgeven en stikken.
, Het ontstaat vaak in de kindertijd of eerder, voornamelijk het vermijden van eten en bepaalde
sensorische karakteristieken. Dit kan doorgaan tot in de volwassenheid. Vermijden van eten door
angst voor negatieve gevolgen kan gedurende alle leeftijden ontstaan. Het komt meer voor bij
kinderen dan bij volwassenen en er ontstaan fysieke, sociale en emotionele moeilijkheden.
Differentiële diagnose
- Medische condities zoals gastro- intestinale ziekten, allergieën en intoleranties.
- Neurologische afwijkingen
- Reactive attatchment disorder
- Autisme als de verstoring van eten een matig niveau geeft van beschadiging.
- Specifieke fobie, social anxiety disorder (SAD) en andere angststoornissen (angst voor
overgeven of stikken of gezien worden door anderen tijdens het eten).
- Anorexia nervosa
- OCD, MDD, Schizofrenie, factitious disorder.
Co- morbiditeit
Angststoornis, OCD, neurologische ontwikkelingsstoornis (autisme, ADHD, intellectuele beperking).
Anorexia nervosa
A. Restrictie van energie inname wat leidt tot een verlaagd lichaamsgewicht in de context van
leeftijd, gender, ontwikkelingsfase en gezondheid. Het gewicht is lager dan minimaal
normaal.
B. Een intense angst voor aankomen of dik worden of persistent gedrag wat zorgt voor
verstoring van gewichtstoename ondanks een significant laag gewicht.
C. Verstoring in de perceptie waarop iemands lichaam wordt ervaren. Invloed van het lichaam
op de zelf- evaluatie en het niet inzien van de ernst van het huidige gewicht.
Restricting type: Gewichtsafname bereiken via beweging, dieet en vasten in plaats van via overgeven
of pillen voor 3 maanden. (GEEN binge- eating of purging gedrag)
Binge eating / Purging type: binge eating episodes of gewichtsafname bereiken via purging- gedrag
zoals overgeven en gebruik van pillen voor 3 maanden.
Gedeeltelijke remissie: criteria A (verlaagd lichaamsgewicht) is weg maar B of C zijn er nog.
Volledige remissie: alle criteria zijn weg.
De ernst wordt bepaald aan de hand van het BMI:
Mild: BMI >= 17 kg/m2, matig: 16-16.99, ernstig: 15-15.99, Extreem < 15 kg/m 2
Prevalentie
0.4 % bij jonge vrouwen. Het komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen met een 10:1 vrouw:man
ratio. Het komt vaak voor bij jong- volwassenen en niet vaak voor de pubertijd of na de leeftijd van
40. Herstel is vaak binnen 5 jaar en de mortaliteit is 5%.
Differentiële diagnose
- Medische condities
- MDD (zonder het verlangen voor afvallen of een angst voor gewichtstoename), schizofrenie,
SUD (substance use disorder), SAD (bij sociale angsten gerelateerd aan meer dan alleen
eten), OCD (bij obsessies en compulsies voor meer dan alleen eten) en body dysmorphic
disorder (als het slechte beeld niet gaat over de vorm en grootte van het lichaam).
- Bulimia nervosa als het gewicht boven een gewoon niveau blijft.
- Avoidant/restrictive food intake disorder als er geen angst is voor aankomen of dik worden
of vervormd beeld van het lichaam.