Methode en Technieken Practicumbijeenkomsten
2025/2026
Practicum 1
Vraag 1: Moeten er vragen hergecodeerd worden? Zo ja, benoem de nummers van de items die
hergecodeerd moeten worden, en voer een “Recode-”opdracht uit om de betreffende items te
hercoderen (Gebruik de optie “Recode into different variables”; zie screenshot hieronder). Sla je
syntax op in een syntaxbestand, en sla het databestand op met daarin de hergecodeerde variabelen.
Antwoord: 1, 6, 7, 8, 13, 18, 19, 20 moeten gehercodeerd worden.
Vraag 2: Voer een Principale Componenten Analyse (PCA) uit, gedwongen op 2 factoren, met
Varimax-rotatie. Zorg ervoor dat in de SPSS-output de factorladingen worden gesorteerd van hoog
naar laag, en laat factorla+dingen alleen afdrukken indien deze .40 of hoger zijn. Klik hiervoor op
Analyze -> Dimension reduction -> Factor (zie ook Brace et al., 2012., pagina 365). Bekijk goed welke
opties je allemaal moet aanvinken. Interpreteer de factoroplossing: Hoeveel factoren zie je? Welke
labels zou je meegeven aan de factoren?
Antwoord: Subschaal 1 = Cognitieve empathie; subschaal 2 = Affectieve empathie.
Vraag 3: Interpreteer de factoroplossing: Hoeveel factoren zie je? Welke labels zou je meegeven aan
de factoren? Zijn er items die verwijderd zouden moeten worden?
Antwoord: item 6 en 13 zouden verwijderd moeten worden: deze items laden op geen van de
factoren.
[Notitie: In de output zie je dat item 13 & 16 niet zijn meegenomen. Bij het uitvoeren van de analyse
is namelijk gekozen om factorladingen <0.40 uit de analyse te laten.]
Uitleg factor oplossing
● Een factorlading = het gewicht van ieder item op een factor (construct)
● Voorbeeld:
● De items die een factorlading hebben die lager zijn dan (in dit geval) 0.40, zijn niet
, 2
representatief (genoeg) voor het construct óf verkeerd geïnterpreteerd door respondenten
● Rotated component matrix: Laat per item zien hoe sterk het item bij elke factor hoort, na
rotatie, zodat de structuur duidelijker en interpreteerbaarder is.
● Voorbeeld:
→ Je ziet hier
het gewicht
van ieder item
als ervan
uitgegaan
wordt dat er
twee factoren
zijn.
Vraag 4: Voer een betrouwbaarheidsanalyse uit voor beide PCA-factoren: Dus eerst voor factor 1 en
dan voor factor 2. Hoe hoog zijn de alpha’s?
Antwoord: Factor 1: 0.767 en factor 2:0.740
[Notitie: Een Cronbach’s alpha van 0.80 is wenselijk, maar moet in ieder geval minimaal 0.60 zijn). Bij
belangrijke beslissingen hou je 0.80 aan.]
, 3
Vraag 5: Door het verwijderen van kwalitatief minder goede items kan de betrouwbaarheid mogelijk
verhoogd worden. Kijk in de tabel in de kolom "Alfa if item deleted". Leidt bij dit onderzoek het
verwijderen van items tot een substantiële verbetering van de betrouwbaarheid? Zo ja, welk item of
welke items zouden verwijderd moeten worden?
Antwoord: Er hoeven geen items verwijderd te worden gegeven de resultaten in deze steekproef.
Het verwijderen van items zou niet tot een substantiële verbetering van de betrouwbaarheid leiden.
[Notitie: Voor factor 1 zie je dat de alphas in deze kolom lager zijn dan .766. Dus geen verwijdering
nodig. Voor factor 2 zie je dat de alpha .743 wordt wanneer item 7 verwijderd wordt, maar dit is geen
substantiële verbetering en gaat ten koste van de validiteit. Dus niet verwijderen.]
Vraag 6: Wat zijn de kenmerken van de steekproef (aantal jongeren, verhouding jongens/meisjes,
gemiddelde leeftijd, opleidingsniveau?)
Antwoord:
Het totaal aantal deelnemers aan dit onderzoek is N = 283.
Er zijn n = 142 jongens en n = 140 meisjes. Van 1 deelnemer is het geslacht onbekend.
De gemiddelde leeftijd is M = 14,32 jaar.
De meeste deelnemende kinderen volgen praktijkonderwijs.
Vraag 7: Is er verschil tussen jongens en meisjes in de (gemiddelde) mate van cognitieve empathie?
Rapporteer de gemiddelden, beschrijf welke toets je moet doen, voer de benodigde toets uit en geef
aan of het verschil significant is.
Antwoord: Voor het verschil tussen jongens en meisjes in cognitieve empathie doen we een t-toets
voor onafhankelijke groepen (independent samples t-test).
Daaruit blijkt dat meisjes (M = 48,29, SD = 4,50) significant meer cognitieve empathie vertonen dan
jongens (M = 44,38, SD = 6,65; t(248,09) = -5,785, p < ,001).