Biologie hoofdstuk 11 Regeling intern milieu
11.1 het interne milieu
homeostase: het proces waarbij organismen het interne milieu van chemische en fysische processen in een dynamisch
evenwicht houden, ondanks veranderingen in de omgeving waarin het organisme zich bevindt.
verstoring door:
- te veel/weinig opname van water + zouten
osmotische waarde, bloedvolume, bloeddruk
- productie van afvalstoffen
CO2 verlaagt pH van weefselvloeistof, ureum(giftig)
opname longen opname van O2
verteringsstelsel (o.a. darmen) opname van water, voedingsstoffen, vitamines, mineralen
opslag en afgifte lever
omzetting voedingsstoffen andere voedingsstoffen
lever + spierstelsel opslag koolhydraten in de vorm van glycogeen
Let op! ALLEEN als bloedsuikerspiegel boven norm komt
afgifte van glucose aan bloed
Let op! ALLEEN als bloedsuikerspiegel onder norm komt*
vetdepots: opslag en
beenmerg afgifte van vetachtige stoffen
onderhuids
bindweefsel Let op! ALLEEN afgifte indien nodig, B.V. bij behoefte aan extra brandstof
vetweefsel om
organen
botten opslag (aan interne milieu) en
afgifte van mineralen
nieren bloed zuiveren
uitscheiding lever + galblaas uitscheiding van gal
nieren uitscheiding (aan externe milieu) van afvalstoffen, water, een teveel aan
mineralen, zouten, NH3 / NH4+
longen uitscheiding van CO2
huid uitscheiding van zweet + talg
Let op! het is pas uitscheiding als ze betreffende stoffen deel hebben uitgemaakt van het interne milieu
B.V: verteringsstelsel doet NIET aan uitscheiding want de stoffen die in darmen zitten en lichaam verlaten via
ontlasting, hebben GEEN deel uitgemaakt van het interne milieu
, regelen en coördineren zenuwstelsel + hormoonstelsel regelen en coördineren van bloedsomloop
*gluconeogenese: te laag glucosegehalte in het bloed en in de spiercellen
vetten + eiwitten ---omzetting glucose
hypothalamus: regelcentrum voor samenstelling van interne milieu:
(samenstelling van) bloed
weefselvloeistof
lymfe
cytoplasma
om in het interne milieu te komen is het dus nodig om een membraan te passeren
endocrien: afgevend aan het interne milieu
B.V: hormoonklieren (alvleesklier)
exocrien: afgevend aan het externe milieu
B.V: spijsverteringsklieren (alvleesklier), zweetklier
regelking: bestaande uit een norm, een receptor en een effector voorkomt grote afwijkingen van norm homeostase
Let op! elke regelkring heeft een eigen norm per waarde van het interne milieu
negatieve terugkoppeling: het terugbrengen van een afwijking naar de norm m.b.v. een regelkring
= het proces dat in gang is gezet gaat de afwijking tegen
bovengrens: de, naar boven toe, grootste afwijking van de norm
water
opname: darmen
opslag: bloed
weefselvloeistof
lymfe
cellen ( celplasma)
uitscheiding: nieren
huid
longen
regeling hormonen
coördinatie: hersenen
zenuwstelsel
, warmteproductie in (lever)cellen kerntemperatuur: temperatuur in het centrale deel van je lichaam, waar je vitale organen(=
hart, longen, lever, hersenen) liggen
< 36C 37C > 38C
onderkoeling kerntemperatuur koorts
kerntemperatuur
omgevingstemperatuur
kleding
schiltemperatuur: temperatuur van de buitenkant van het lichaam
regeling van schil- en kerntemperatuur
Let op!
temperatuurregeling van schil en kern hebben met elkaar te maken MAAR schil en kern hebben aparte temperatuurreceptoren
BINAS 87B 88C1
koorts
ontsteking witte bloedcellen: cytokine(= eiwit) hypothalamus verhoogt norm(41C) voor stimulatie van productie en afgifte
van afweerstoffen effectoren handelen alsof er onderkoeling is
verschijnselen:
rillen van koud
bleek
hypothalamus verlaagt norm(37C) temperatuurcentrum regelt afkoeling met negatieve terugkoppeling:
slagadertjes naar huid wijd open rode kleur
BINAS 84 L2
Ca2+
spieren hebben nodig:
glucose
O2
Ca2+
receptor effector effect
tekort aan hormoonstelsel parathormoon afgifte van Ca2+ : negatieve terugkoppeling
Ca2+ skelet bloed afname van getroffen
vermindering opslag van maatregelen
darmen/ verteringsstelsel Ca2+ in skelet
nieren extra opname van Ca2+ uit het bloed
daling van uitscheiding van Ca2+
11.1 het interne milieu
homeostase: het proces waarbij organismen het interne milieu van chemische en fysische processen in een dynamisch
evenwicht houden, ondanks veranderingen in de omgeving waarin het organisme zich bevindt.
verstoring door:
- te veel/weinig opname van water + zouten
osmotische waarde, bloedvolume, bloeddruk
- productie van afvalstoffen
CO2 verlaagt pH van weefselvloeistof, ureum(giftig)
opname longen opname van O2
verteringsstelsel (o.a. darmen) opname van water, voedingsstoffen, vitamines, mineralen
opslag en afgifte lever
omzetting voedingsstoffen andere voedingsstoffen
lever + spierstelsel opslag koolhydraten in de vorm van glycogeen
Let op! ALLEEN als bloedsuikerspiegel boven norm komt
afgifte van glucose aan bloed
Let op! ALLEEN als bloedsuikerspiegel onder norm komt*
vetdepots: opslag en
beenmerg afgifte van vetachtige stoffen
onderhuids
bindweefsel Let op! ALLEEN afgifte indien nodig, B.V. bij behoefte aan extra brandstof
vetweefsel om
organen
botten opslag (aan interne milieu) en
afgifte van mineralen
nieren bloed zuiveren
uitscheiding lever + galblaas uitscheiding van gal
nieren uitscheiding (aan externe milieu) van afvalstoffen, water, een teveel aan
mineralen, zouten, NH3 / NH4+
longen uitscheiding van CO2
huid uitscheiding van zweet + talg
Let op! het is pas uitscheiding als ze betreffende stoffen deel hebben uitgemaakt van het interne milieu
B.V: verteringsstelsel doet NIET aan uitscheiding want de stoffen die in darmen zitten en lichaam verlaten via
ontlasting, hebben GEEN deel uitgemaakt van het interne milieu
, regelen en coördineren zenuwstelsel + hormoonstelsel regelen en coördineren van bloedsomloop
*gluconeogenese: te laag glucosegehalte in het bloed en in de spiercellen
vetten + eiwitten ---omzetting glucose
hypothalamus: regelcentrum voor samenstelling van interne milieu:
(samenstelling van) bloed
weefselvloeistof
lymfe
cytoplasma
om in het interne milieu te komen is het dus nodig om een membraan te passeren
endocrien: afgevend aan het interne milieu
B.V: hormoonklieren (alvleesklier)
exocrien: afgevend aan het externe milieu
B.V: spijsverteringsklieren (alvleesklier), zweetklier
regelking: bestaande uit een norm, een receptor en een effector voorkomt grote afwijkingen van norm homeostase
Let op! elke regelkring heeft een eigen norm per waarde van het interne milieu
negatieve terugkoppeling: het terugbrengen van een afwijking naar de norm m.b.v. een regelkring
= het proces dat in gang is gezet gaat de afwijking tegen
bovengrens: de, naar boven toe, grootste afwijking van de norm
water
opname: darmen
opslag: bloed
weefselvloeistof
lymfe
cellen ( celplasma)
uitscheiding: nieren
huid
longen
regeling hormonen
coördinatie: hersenen
zenuwstelsel
, warmteproductie in (lever)cellen kerntemperatuur: temperatuur in het centrale deel van je lichaam, waar je vitale organen(=
hart, longen, lever, hersenen) liggen
< 36C 37C > 38C
onderkoeling kerntemperatuur koorts
kerntemperatuur
omgevingstemperatuur
kleding
schiltemperatuur: temperatuur van de buitenkant van het lichaam
regeling van schil- en kerntemperatuur
Let op!
temperatuurregeling van schil en kern hebben met elkaar te maken MAAR schil en kern hebben aparte temperatuurreceptoren
BINAS 87B 88C1
koorts
ontsteking witte bloedcellen: cytokine(= eiwit) hypothalamus verhoogt norm(41C) voor stimulatie van productie en afgifte
van afweerstoffen effectoren handelen alsof er onderkoeling is
verschijnselen:
rillen van koud
bleek
hypothalamus verlaagt norm(37C) temperatuurcentrum regelt afkoeling met negatieve terugkoppeling:
slagadertjes naar huid wijd open rode kleur
BINAS 84 L2
Ca2+
spieren hebben nodig:
glucose
O2
Ca2+
receptor effector effect
tekort aan hormoonstelsel parathormoon afgifte van Ca2+ : negatieve terugkoppeling
Ca2+ skelet bloed afname van getroffen
vermindering opslag van maatregelen
darmen/ verteringsstelsel Ca2+ in skelet
nieren extra opname van Ca2+ uit het bloed
daling van uitscheiding van Ca2+