STOMATOLOGIE
Michèle Brouwer
,PARODONTOLOGIE
Parodontitis
Parodont/periodontium
• Zorgt voor de fixatie van de tand in de mond.
• Bestaat uit gingiva, cement, alveolair bot en
parodontaal ligament.
• Een normale gingivale sulcus: tot 3mm bij de hond
en 0,5mm bij de kat
Epidemiologie
• Parodontale aandoeningen bij de hond nemen toe
met de leeftijd.
• Kleinere rassen zijn erger aangetast dan grotere
rassen
• Parodontale aandoeningen bij de kat nemen toe
met de leeftijd. Boven de 8 jaar is meer dan 40%
erg aangetast
Pathogenese
1. Propere tand: onmiddellijk na professionele gebitsreiniging en polijsten
2. Vorming van acellulaire film (pellicle): smeerfunctie + beschermt tegen
uitdrogen
3. Op de pellicle komen de kiemen te zitten à vorming initiële plak, georganiseerd
in een biofilm. Biofilm kan niet wordt weggespoeld, alleen door schrobben
4. Initiële plak bevat aeroben en facultatief anaeroben. Zij kunnen voor ontsteking
zorgen thv de gingiva. De gingiva zwelt weg van de tand waardoor de bacteriën
ook meer subgingivaal komen te zitten.
5. De bacteriën zorgen hier voor ontstekingsmediatoren en metabolieten +
verbruiken zuurstof à daling zuurstofspanning à ontwikkeling specifieke
kiemen (anaeroben) à parodontitis
Klinisch gezond: vnl aeroben en facultatief anaeroben. Slechts 25% anaeroben in
subgingivale flora
Parodontitis: toenemende aantallen anaëroben
Kenmerken parodontitis
• Geeft aanhechtingsverlies
- Apicaalwaartse verplaatsing van de epitheliale
aanhechting
- Botafbraak
- Afbraak bindweefsel
• Destructie bij parodontitis vooral door de
ontstekingsreactie en minder rechtstreeks door de
aanwezige kiemen
Michèle Brouwer
, • De primaire oorzaak is tandPLAK en niet tandSTEEN
• Parodontitis wordt ALTIJD voorafgegaan aan gingivitis. Maar niet elke gingivitis
evolueert naar een parodontitis
• Irreversibel: mits behandeling kan de ziekte worden gecontroleerd
Stadia van parodontitis
0. Normaal
1. Gingivitis
2. Beginnende parodontitis: <25% aanhechtingsverlies of furcatie 1 thv kiezen
3. Matige parodontitis: 25-50% aanhechtingshechtingsverlies of furcatie 2 thv
kiezen
4. Gevorderde parodontitis: >50% aanhechtingsverlies of furcatie 3 thv kiezen
Tandsteen
= gemineraliseerde tandplak. Het is een ideale plak-retentieplaats
Factoren die plak-accumulatie bevorderen
• Tandsteen
• Malocclusie: bij kauwen wordt de tandplak er niet vanaf geschuurd
• Persisterende melktanden: bij kauwen wordt de tandplak er niet vanaf geschuurd
• Tandfractuur: glazuur weg en onderliggende dentine ligt bloot. Dentine heeft een
onregelmatig oppervlak itt glazuur. Tandplak kan makkelijker accumuleren
• Vvw
• Kleverig voedsel
Factoren die de afweer verminderen
• Immunitetisstoornissen
• Nieraandoeningen
• Ondervoeding
• Stress
• Andere systemische aandoening (diabetes, leverfalen, endocriene ziekten)
• Mens: zwangerschap
• Verminderde speekselvloei
Lokale gevolgen
• Parodontaal abces: lateraal of periapicaal
• Oronasale fistel (zie foto)
• Pathologische mandibula-fractuur: bij kleine rassen zijn de
wortels van de molaren erg groot in verhouding met de
mandibula. Als er dus botverlies optreedt, zit je al snel aan
de onderkant van de mandibula en kan deze breken (zie RX-
foto)
Michèle Brouwer
Michèle Brouwer
,PARODONTOLOGIE
Parodontitis
Parodont/periodontium
• Zorgt voor de fixatie van de tand in de mond.
• Bestaat uit gingiva, cement, alveolair bot en
parodontaal ligament.
• Een normale gingivale sulcus: tot 3mm bij de hond
en 0,5mm bij de kat
Epidemiologie
• Parodontale aandoeningen bij de hond nemen toe
met de leeftijd.
• Kleinere rassen zijn erger aangetast dan grotere
rassen
• Parodontale aandoeningen bij de kat nemen toe
met de leeftijd. Boven de 8 jaar is meer dan 40%
erg aangetast
Pathogenese
1. Propere tand: onmiddellijk na professionele gebitsreiniging en polijsten
2. Vorming van acellulaire film (pellicle): smeerfunctie + beschermt tegen
uitdrogen
3. Op de pellicle komen de kiemen te zitten à vorming initiële plak, georganiseerd
in een biofilm. Biofilm kan niet wordt weggespoeld, alleen door schrobben
4. Initiële plak bevat aeroben en facultatief anaeroben. Zij kunnen voor ontsteking
zorgen thv de gingiva. De gingiva zwelt weg van de tand waardoor de bacteriën
ook meer subgingivaal komen te zitten.
5. De bacteriën zorgen hier voor ontstekingsmediatoren en metabolieten +
verbruiken zuurstof à daling zuurstofspanning à ontwikkeling specifieke
kiemen (anaeroben) à parodontitis
Klinisch gezond: vnl aeroben en facultatief anaeroben. Slechts 25% anaeroben in
subgingivale flora
Parodontitis: toenemende aantallen anaëroben
Kenmerken parodontitis
• Geeft aanhechtingsverlies
- Apicaalwaartse verplaatsing van de epitheliale
aanhechting
- Botafbraak
- Afbraak bindweefsel
• Destructie bij parodontitis vooral door de
ontstekingsreactie en minder rechtstreeks door de
aanwezige kiemen
Michèle Brouwer
, • De primaire oorzaak is tandPLAK en niet tandSTEEN
• Parodontitis wordt ALTIJD voorafgegaan aan gingivitis. Maar niet elke gingivitis
evolueert naar een parodontitis
• Irreversibel: mits behandeling kan de ziekte worden gecontroleerd
Stadia van parodontitis
0. Normaal
1. Gingivitis
2. Beginnende parodontitis: <25% aanhechtingsverlies of furcatie 1 thv kiezen
3. Matige parodontitis: 25-50% aanhechtingshechtingsverlies of furcatie 2 thv
kiezen
4. Gevorderde parodontitis: >50% aanhechtingsverlies of furcatie 3 thv kiezen
Tandsteen
= gemineraliseerde tandplak. Het is een ideale plak-retentieplaats
Factoren die plak-accumulatie bevorderen
• Tandsteen
• Malocclusie: bij kauwen wordt de tandplak er niet vanaf geschuurd
• Persisterende melktanden: bij kauwen wordt de tandplak er niet vanaf geschuurd
• Tandfractuur: glazuur weg en onderliggende dentine ligt bloot. Dentine heeft een
onregelmatig oppervlak itt glazuur. Tandplak kan makkelijker accumuleren
• Vvw
• Kleverig voedsel
Factoren die de afweer verminderen
• Immunitetisstoornissen
• Nieraandoeningen
• Ondervoeding
• Stress
• Andere systemische aandoening (diabetes, leverfalen, endocriene ziekten)
• Mens: zwangerschap
• Verminderde speekselvloei
Lokale gevolgen
• Parodontaal abces: lateraal of periapicaal
• Oronasale fistel (zie foto)
• Pathologische mandibula-fractuur: bij kleine rassen zijn de
wortels van de molaren erg groot in verhouding met de
mandibula. Als er dus botverlies optreedt, zit je al snel aan
de onderkant van de mandibula en kan deze breken (zie RX-
foto)
Michèle Brouwer