Kwartiel 3 samenvatting kennistoets 1. VZ en O&I
Verpleegkundige zorgverlening
Slapen en waken:
- Volwassene per etmaal: 7-8 uur slaap.
- Baby: slaapt buiten de tijden van voeding
- Kind van 2: 2 uur overdag en 12 uur ’s nachts
- Opgroeiende kinderen: 10 uur slaap.
Slaap-waakritme = biologische klok. Behoeft aan slaap is afhankelijk van levensritme,
daginvulling en leeftijd.
Functies van slaap:
- Ontspanning van het lichaam: lichaamscellen groeien en herstellen tijdens de slaap,
lichaam bouwt energie op voor de volgende dag. Regelmatig omdraaien geeft de
meeste spieren in je lichaam ontspanning. Een licht gebogen houding op de zij werkt
het meest ontspannen.
- Ontspanning van de geest: tijdens slaap wordt je bewustzijn minder. Door tekort aan
slaap raak je lichamelijk en psychisch oververmoeid.
- Dromen: dit kost veel energie, hierdoor kun je na het slapen alsnog erg moe zijn.
STADIA VAN SLAAP
Slaapstadium Kenmerken
Stadium 0: Iemand begint zich te ontspannen; de vitale functies vertragen en de
Ontspanning lichaamstemperatuur wordt lager.
Stadium 1: De belangrijkste lichaamsfuncties zoals de hartactie, de ademhaling en de
Vertraging van bloeddruk vertragen en de spieren ontspannen zich.
lichaamsfuncties
Stadium 2: Totale Je bent totaal ontspannen. Je kunt nog wel vrij gemakkelijk wakker
ontspanning worden. Dit stadium bereik je ongeveer vijftien minuten nadat je in slaap
gevallen bent.
Stadium 3: Moeilijk Je bent in dit stadium moeilijk te wekken. De bloeddruk en de
te wekken lichaamstemperatuur zijn gedaald.
Stadium 4: Je bent volkomen ontspannen; er is geen beweging meer waar te nemen,
Lichamelijk herstel je bent erg moeilijk te wekken. Er wordt aangenomen dat in dit stadium
een hormoon vrijkomt dat de groei beïnvloedt en weefselgenezing
bevordert. Slaapwandelen en bedplassen komen in dit stadium voor.
Stadium 5: Je droomt, de activiteit van de lichaamsfuncties wisselt en de ogen
Remslaap bewegen snel heen en weer (rapid eye movement). Daarom noemen we
dit stadium de remslaap. De spieren ontspannen zich verder, vooral in de
, nek en het gezicht. Het hormoon adrenaline wordt in dit stadium
stootsgewijs in de bloedbaan afgegeven. Adrenaline beïnvloedt de vitaliteit
en vermoeidheid, de stofwisseling, het weerstandsvermogen en de
overdracht en zenuwprikkels.
Factoren die de slaap beïnvloeden;
1. Leeftijd
2. Slaappatroon
3. Lawaai en ongemakken
4. Medicijnen
Om in te schatten hoeveel zorg de zorgvrager nodig heeft, verzamel je de gegevens in het
verpleegplan die antwoord geven op de volgende vragen:
- Wat zijn de wensen en gewoonten van d zorgvrager, als je kijkt naar slaaptijden,
beddengoed en slaaprituelen.
- Is de zorgvrager gewoonlijk goed uitgerust en klaar voor de dag bij het ontwaken
- Heeft hij problemen met inslapen
- Maakt hij gebruik van hulpmiddelen
- Heeft hij last van dromen
- Heeft hij last van angst in donkere ruimten
- Is hij te vroeg wakker
- Hanteert de zorgvrager regelmatige perioden voor rust en ontspanning
- Gebuikt de zorgvrager slaapmedicatie
- Wat het dag-en-nachtritme van de zorgvrager
- Heeft de zorgvrager een gezond dag-en-nachtritme
Je probeert erachter te komen waardoor de slaapproblemen ontstaan, dit doe je aan de
hand van het observeren van de zorgvrager.
Verschillende mensen betrokken bij het slaap-waakritme:
- Naasten van zorgvrager.
- Mantelzorgers
- Artsen
- Psychologen en psychiaters
, - Fysiotherapeuten en yogatherapeuten
ZORG RONDOM SLAPEN PER DOELGROEP
Doelgroep Maatregel Reden
Baby en peuter Gebruik alleen een Om verstikking, oververhitting en
dekbedje, wieg of bedje dat wiegendood te voorkomen.
aan de veiligheidseisen
voldoet.
Kleuter Geef een laag bed. Om de veiligheid te vergroten.
Kraamvrouw Plaats klossen onder het Om als zorgverlener ergonomisch
bed in de kraamtijd. te kunnen werken.
Zorgvrager met bedrust Vraag een hoog-laagbed Om als zorgverlener ergonomisch
thuis aan bij het kruiswerk. te kunnen werken.
Lucht dagelijks het Om een prettige leefsfeer te
slaapvertrek. creëren.
Psychiatrische zorgvrager Maak afspraken over hoe Om de hygiëne te handhaven.
en zorgvrager met een vaak je het bed verschoont.
verstandelijke beperking
Oudere, dementerende, Gebruik De veiligheid vergroten.
ernstig zieke, veiligheidshekken. De oudere en de zieke mens vallen
psychiatrische zorgvrager Zet het bed na de gemakkelijker uit bed. Door koorts,
en zorgvrager met een verzorging op de laagste dementie of een psychiatrische
verstandelijke beperking stand. stoornis kan de zorgvrager zich
Gebruik hulpmiddelen verward voelen, niet weten waar hij
om letsel bij stoten te is en zich bezeren aan het bed.
voorkomen.
Oudere, revaliderende en Help de zorgvrager steeds Om je niet tot last te zijn durft de
lichamelijk gehandicapte weer in een comfortabele zorgvrager dit niet altijd duidelijk te
lichaamshouding. vragen.
Slaapproblemen kunnen het slaappatroon van de zorgvrager verstoren:
- Slapeloosheid
- Overmatig slapen
- Slaapwandelen
- Nachtmerries
- Bedplassen
- Ongezond activiteiten-en-rustpatroon
- Verstoring dag-en-nachtritme
Klachten die de slaap verstoren:
, - Pijn
- Honger en dorst
- Gedwongen houding
- Psychische klachten.
Gevolgen van slaaptekort:
- Afwijkend gedrag
- Concentratieverlies en minder opmerkzaam zijn
- Gestoorde gedachtegang en vaak niet normaal reageren op prikkels
- Niet meer goed lichamelijk functioneren.
Slaap bevorderen:
- Neem maatregelen om slaap te bevorderen, zoals zorgen voor een frisse slaapkamer
en een goed opgemaakt bed.
- Bevorder een gezond dag-en-nachtritme door bijvoorbeeld activiteiten goed te
plannen.
- Dien slaapmiddelen toe.
- Geef voorlichting over een gezond dag-en-nachtritme, over maatregelen om slaap te
bevorderen en over het gebruik van slaapmiddelen.
- Vermijd het gebruik van cafeïnehoudende middelen, zoals koffie en cola.
- Zorg voor een prettige houding in bed door kussenschikkingen en door hulpmiddelen
te gebruiken, zoals een dekenboog.
- Hanteer regels voor slaaptijden en slaapgewoonten in leefgroepen.
Inslaap- en doorslaapmiddelen:
- Inslaapmiddel: snelwerkend middel dat ook weer snel in het lichaam wordt
afgebroken.
- Doorslaapmiddel: langzamer werkend middel.
Bepaald gedrag van de dag kan ontstaan door het slaapgedrag van ’s nachts, dit moet dus
goed in de gaten worden gehouden door de zorgverlener.
Leerboek psychiatrie voor verpleegkundigen.
Hoofdstuk 5. Angststoornissen en obsessief-compulsieve en verwante stoornissen (5.10,
5.11, 5.13)
Cognitieve gedragstherapie is een samenvoeging van cognitieve therapie (richt zich op het
onderzoeken van het gedachtepatroon en de invloed van deze gedachten op het
gevoelsleven) en gedragstherapie (richt zich op het veranderen van probleemgedrag). Bij
gedragstherapeutische relatie gaat het erom dat de patient zoveel mogelijk uit gaat maken
van zijn eigen behandeling.
De oefeningen die worden opgesteld bestaan waar mogelijk uit twee elementen: exposure
en responspreventieafspraken. Een ander onderdeel van behandeling is het
gedragsexperiment: een combinatie van cognitieve therapie en exposure. Bij
Verpleegkundige zorgverlening
Slapen en waken:
- Volwassene per etmaal: 7-8 uur slaap.
- Baby: slaapt buiten de tijden van voeding
- Kind van 2: 2 uur overdag en 12 uur ’s nachts
- Opgroeiende kinderen: 10 uur slaap.
Slaap-waakritme = biologische klok. Behoeft aan slaap is afhankelijk van levensritme,
daginvulling en leeftijd.
Functies van slaap:
- Ontspanning van het lichaam: lichaamscellen groeien en herstellen tijdens de slaap,
lichaam bouwt energie op voor de volgende dag. Regelmatig omdraaien geeft de
meeste spieren in je lichaam ontspanning. Een licht gebogen houding op de zij werkt
het meest ontspannen.
- Ontspanning van de geest: tijdens slaap wordt je bewustzijn minder. Door tekort aan
slaap raak je lichamelijk en psychisch oververmoeid.
- Dromen: dit kost veel energie, hierdoor kun je na het slapen alsnog erg moe zijn.
STADIA VAN SLAAP
Slaapstadium Kenmerken
Stadium 0: Iemand begint zich te ontspannen; de vitale functies vertragen en de
Ontspanning lichaamstemperatuur wordt lager.
Stadium 1: De belangrijkste lichaamsfuncties zoals de hartactie, de ademhaling en de
Vertraging van bloeddruk vertragen en de spieren ontspannen zich.
lichaamsfuncties
Stadium 2: Totale Je bent totaal ontspannen. Je kunt nog wel vrij gemakkelijk wakker
ontspanning worden. Dit stadium bereik je ongeveer vijftien minuten nadat je in slaap
gevallen bent.
Stadium 3: Moeilijk Je bent in dit stadium moeilijk te wekken. De bloeddruk en de
te wekken lichaamstemperatuur zijn gedaald.
Stadium 4: Je bent volkomen ontspannen; er is geen beweging meer waar te nemen,
Lichamelijk herstel je bent erg moeilijk te wekken. Er wordt aangenomen dat in dit stadium
een hormoon vrijkomt dat de groei beïnvloedt en weefselgenezing
bevordert. Slaapwandelen en bedplassen komen in dit stadium voor.
Stadium 5: Je droomt, de activiteit van de lichaamsfuncties wisselt en de ogen
Remslaap bewegen snel heen en weer (rapid eye movement). Daarom noemen we
dit stadium de remslaap. De spieren ontspannen zich verder, vooral in de
, nek en het gezicht. Het hormoon adrenaline wordt in dit stadium
stootsgewijs in de bloedbaan afgegeven. Adrenaline beïnvloedt de vitaliteit
en vermoeidheid, de stofwisseling, het weerstandsvermogen en de
overdracht en zenuwprikkels.
Factoren die de slaap beïnvloeden;
1. Leeftijd
2. Slaappatroon
3. Lawaai en ongemakken
4. Medicijnen
Om in te schatten hoeveel zorg de zorgvrager nodig heeft, verzamel je de gegevens in het
verpleegplan die antwoord geven op de volgende vragen:
- Wat zijn de wensen en gewoonten van d zorgvrager, als je kijkt naar slaaptijden,
beddengoed en slaaprituelen.
- Is de zorgvrager gewoonlijk goed uitgerust en klaar voor de dag bij het ontwaken
- Heeft hij problemen met inslapen
- Maakt hij gebruik van hulpmiddelen
- Heeft hij last van dromen
- Heeft hij last van angst in donkere ruimten
- Is hij te vroeg wakker
- Hanteert de zorgvrager regelmatige perioden voor rust en ontspanning
- Gebuikt de zorgvrager slaapmedicatie
- Wat het dag-en-nachtritme van de zorgvrager
- Heeft de zorgvrager een gezond dag-en-nachtritme
Je probeert erachter te komen waardoor de slaapproblemen ontstaan, dit doe je aan de
hand van het observeren van de zorgvrager.
Verschillende mensen betrokken bij het slaap-waakritme:
- Naasten van zorgvrager.
- Mantelzorgers
- Artsen
- Psychologen en psychiaters
, - Fysiotherapeuten en yogatherapeuten
ZORG RONDOM SLAPEN PER DOELGROEP
Doelgroep Maatregel Reden
Baby en peuter Gebruik alleen een Om verstikking, oververhitting en
dekbedje, wieg of bedje dat wiegendood te voorkomen.
aan de veiligheidseisen
voldoet.
Kleuter Geef een laag bed. Om de veiligheid te vergroten.
Kraamvrouw Plaats klossen onder het Om als zorgverlener ergonomisch
bed in de kraamtijd. te kunnen werken.
Zorgvrager met bedrust Vraag een hoog-laagbed Om als zorgverlener ergonomisch
thuis aan bij het kruiswerk. te kunnen werken.
Lucht dagelijks het Om een prettige leefsfeer te
slaapvertrek. creëren.
Psychiatrische zorgvrager Maak afspraken over hoe Om de hygiëne te handhaven.
en zorgvrager met een vaak je het bed verschoont.
verstandelijke beperking
Oudere, dementerende, Gebruik De veiligheid vergroten.
ernstig zieke, veiligheidshekken. De oudere en de zieke mens vallen
psychiatrische zorgvrager Zet het bed na de gemakkelijker uit bed. Door koorts,
en zorgvrager met een verzorging op de laagste dementie of een psychiatrische
verstandelijke beperking stand. stoornis kan de zorgvrager zich
Gebruik hulpmiddelen verward voelen, niet weten waar hij
om letsel bij stoten te is en zich bezeren aan het bed.
voorkomen.
Oudere, revaliderende en Help de zorgvrager steeds Om je niet tot last te zijn durft de
lichamelijk gehandicapte weer in een comfortabele zorgvrager dit niet altijd duidelijk te
lichaamshouding. vragen.
Slaapproblemen kunnen het slaappatroon van de zorgvrager verstoren:
- Slapeloosheid
- Overmatig slapen
- Slaapwandelen
- Nachtmerries
- Bedplassen
- Ongezond activiteiten-en-rustpatroon
- Verstoring dag-en-nachtritme
Klachten die de slaap verstoren:
, - Pijn
- Honger en dorst
- Gedwongen houding
- Psychische klachten.
Gevolgen van slaaptekort:
- Afwijkend gedrag
- Concentratieverlies en minder opmerkzaam zijn
- Gestoorde gedachtegang en vaak niet normaal reageren op prikkels
- Niet meer goed lichamelijk functioneren.
Slaap bevorderen:
- Neem maatregelen om slaap te bevorderen, zoals zorgen voor een frisse slaapkamer
en een goed opgemaakt bed.
- Bevorder een gezond dag-en-nachtritme door bijvoorbeeld activiteiten goed te
plannen.
- Dien slaapmiddelen toe.
- Geef voorlichting over een gezond dag-en-nachtritme, over maatregelen om slaap te
bevorderen en over het gebruik van slaapmiddelen.
- Vermijd het gebruik van cafeïnehoudende middelen, zoals koffie en cola.
- Zorg voor een prettige houding in bed door kussenschikkingen en door hulpmiddelen
te gebruiken, zoals een dekenboog.
- Hanteer regels voor slaaptijden en slaapgewoonten in leefgroepen.
Inslaap- en doorslaapmiddelen:
- Inslaapmiddel: snelwerkend middel dat ook weer snel in het lichaam wordt
afgebroken.
- Doorslaapmiddel: langzamer werkend middel.
Bepaald gedrag van de dag kan ontstaan door het slaapgedrag van ’s nachts, dit moet dus
goed in de gaten worden gehouden door de zorgverlener.
Leerboek psychiatrie voor verpleegkundigen.
Hoofdstuk 5. Angststoornissen en obsessief-compulsieve en verwante stoornissen (5.10,
5.11, 5.13)
Cognitieve gedragstherapie is een samenvoeging van cognitieve therapie (richt zich op het
onderzoeken van het gedachtepatroon en de invloed van deze gedachten op het
gevoelsleven) en gedragstherapie (richt zich op het veranderen van probleemgedrag). Bij
gedragstherapeutische relatie gaat het erom dat de patient zoveel mogelijk uit gaat maken
van zijn eigen behandeling.
De oefeningen die worden opgesteld bestaan waar mogelijk uit twee elementen: exposure
en responspreventieafspraken. Een ander onderdeel van behandeling is het
gedragsexperiment: een combinatie van cognitieve therapie en exposure. Bij