ONDERZOEKSMETHODEN
HOOFDSTUK 1: HISTORISCHE EN EPISTEMOLOGISCHE GRONDSLAGEN
Historische grondslagen: Van waar komt de traditie van onderzoek?
Waar is dat ontstaan? Wat zijn belangrijke basisuitgangspunten van die
tradities en benaderingen van onderzoek?
Epistemologische grondslagen: wat zijn nu manieren om kennis te
verwerven en produceren en wat zijn de kennis theoretische
uitgangspunten bij kwalitatief onderzoek?
1. ROADMAP- OPLEIDING
Voorbereiding op jullie masterproef
Vorm geven aan onderzoeksdesign op basis van probleemstellingen en
onderzoeksvragen
Flexibel constructieproces!
o Bv: je onderzoeksvraag kan wijzigen doorheen je onderzoeksproces.
Beoordelingsformulier voor de masterproef
Methodologie
o De methodologie is aangewezen voor het beantwoorden van de
onderzoeksvragen
o De gehanteerde methodologie wordt beargumenteerd
o Het onderzoeksdesign wordt beschreven
o De methodologie houdt voldoende rekening met de
kwaliteitsaspecten van het onderzoek, zoals betrouwbaarheid,
consistentie, stabiliteit, representativiteit, transfereerbaarheid,
herkenbaarheid, volledigheid, geloofwaardigheid, authenticiteit,
o Deelnemers, instrumenten, verwerkingsmethodes … worden
beschreven
o Er is aandacht voor tijdsmanagement en haalbaarheid
Deontologie
o Er is gehandeld conform de ethische normen, gangbaar voor dit onderzoek
o Waar wenselijk en nodig is informed consent toegepast
o Eventuele deelnemers aan het onderzoek kregen de kans kennis te
nemen van de resultaten
o Inbreng van derden (hulp bij bepaalde delen, gebruik van data van derden,
…) is correct vermeld
Enkele definities
Korte omschrijving van het probleem dat je wilt onderzoeken
Onderzoeksvraag: de specifieke vraag die je wilt beantwoorden door
middel van onderzoek.
o Is vaak gebaseerd op de probleemstelling.
1
, Onderzoek context: de brede omgeving waarin je je onderzoek uitvoert
(bv: bestaat er al literatuur rond, waarom is het onderwerp
maatschappelijk relevant,..)
1.1 KWALITATIEF ONDERZOEK EN INTERPRETATIEF ONDERZOEK?
Methodologie ≠ methoden
o Onderzoeksmethodologie: algemene benadering in een
onderzoekproject (cf. wetenschapstheoretische basis en
overkoepelende onderzoek benadering: theorie & empirie)
Waarom sla je de weg in van mixed-method, kwantitatief
en/of kwalitatief onderzoek?
Soort plan dat je vooraf maakt en waarbij je denkt over
waarom je en bepaalde methode gebruikt, waarom je voor
een bepaalde context kiest…
o Onderzoeksmethoden: technieken die gehanteerd en
gecombineerd worden om onderzoek te doen en diepgaand inzicht
te verwerven in de betekenis van complexe sociale realiteiten
(strategieën van data-verzameling en data-analyse)
De stappen die je neemt binnen dat plan (bv manieren om
data te analyseren)
o Onderzoek benadering: bepaalde kenmerken van een onderzoek
(bv kwalitatief, inductief…)
Sociale wetenschappen = een verzameling van wetenschappelijke disciplines die het
gedrag van mensen bestudeert in hun sociale context.
1.2 OPBOUW METHODOLOGIE MASTERPROEF
Onderzoekscontext: omschrijving en duiding waarom deze context
relevant is voor jouw onderzoeksfocus, probleemstelling, en centrale
onderzoeksvraag
Onderzoeksbenadering: kwalitatief, interpretatief onderzoek (kenmerken)
Methoden van data-verzameling
Methoden van data-analyse
Kwaliteit/betrouwbaarheid, transparantie, ethische dimensies en
positionering/reflexiviteit.
2. HISTORISCHE GRONDSLAGEN VAN KWALITATIEF ONDERZOEK
Kwalitatief onderzoek is niet gebonden aan bepaalde disciplines, maar…
Is tot stand gebracht onder de paraplu van sociale en humane wetenschappen
2.1 OORSPRONG
Vind zijn oorsprong in theoretische stroming in de sociale wetenschappen.
Is geïnspireerd door antropologische stroming in sociologie ‘symbolisch
interactionisme’
Waren rond 1920 veel modernisering, wat zorgde tot problemen.
2
, o Bv Chicago school, veel jongensbendes nood aan kwalitatief
onderzoek, om deze zaken te begrijpen en hiermee om te gaan
(kwantitatief = cijfers gaven geen verklaring)
Symbolisch interactionisme stelde dat we eerst moeten begrijpen wat
motivering is van bepaalt gedrag
Symbolisch interactionisme:
o Enorm begaan met sociale interacties en symbolen die interessant
zijn in de maatschappij.
2.2 HISTORISCHE GRONDSLAGEN ZIJN OOK ACTUEEL RELEVANT
Onderzoeksthema’s tonen hoe breed en actueel de sector is. Het gaat steeds
meer om ervaringen van mensen (kinderen, jongeren, professionals, kwetsbare
groepen…)
Voorbeelden van onderzoekstopics
Socialisatie van mannelijke basketbalspelers
Genderervaringen in multiculturele basisscholen
Afro-Amerikaanse jongens geclassificeerd als "bad boys"
Professionele identiteit van vrouwelijke leerkrachten i.v.m. mediabeelden
Gendersensitiviteit in de kleuterschool
Veiligheidsbeleving van jongeren in veilig verblijf
→ Het krantenvoorbeeld over vechtende meisjes toont dat verschillende actoren
(directeur, politie, jeugdrechter) verschillende interpretaties geven aan
hetzelfde gedrag.
→ Becker: sociaal onderzoek is nooit waardenvrij; de onderzoeker neemt altijd
een positie in bij het begrijpen van sociale problemen.
→ Jane Addams: problemen moet je van binnenuit begrijpen door met bewoners
te spreken en samen oplossingen te zoeken; dit is de basis van participatief
sociaal werk.
Voorbeeld:
2.3 SYMBOLISCH INTERACTIONISME
Gebaseerd op de aanname dat menselijke ervaring wordt bemiddeld door
interpretatie
o Grondlegger Herbert Blumer
Niet het individu, maar het symbool wordt gezien als constituerend
element van de samenleving
3
, o Bv. zin doorfluisteren, iedereen interpreteert anders en zegt het
anders door
o “Mensen handelen niet op basis van vooraf bepaalde reacties op
vooraf gedefinieerde objecten, maar eerder als interpreteerders,
definieerders, signaalgevers en symbool- en signaallezers wier
gedrag alleen kan worden begrepen door de onderzoeker te laten
deelnemen aan het definiërende proces” (Bodan & Biklen, 1998: 25)
Pedagogische wetenschappen en sociaal werk : geen
gedragswetenschappen (wat mensen doen), maar ook sociale
wetenschappen (waarom mensen iets zeggen en doen) in een bepaalde
historische, sociale, culturele en politieke context
Niet interveniëren in wat mensen doen (‘gedrag’) maar proberen begrijpen
waarom mensen iets zeggen en doen (‘sociale betekenis’)
o Als onderzoeker ook kunnen interpreteren: beschrijven wat er
gebeurd en rekening houden met wat er achterliggend aan de hand
kan zijn
o Belangrijk om te kijken in welke en relatie en binnen welke context
zich dit afspeelt
Het symbool wordt geproduceerd in sociale interacties: subjectieve
ervaringen zijn de neerslag van een interactie- en interpretatieproces
tussen mensen
o “Mensen zijn actief betrokken bij het creëren van hun wereld; het
begrijpen van het snijvlak tussen biografie en maatschappij is
essentieel” (Bogdan & Biklen, 1998: 25).
2.3.1 SYMBOLEN ALS ‘SENSITIZING CONCEPTS’
Bepaalde symbolen hebben nu een betekenis in onze samenleving, maar
we mogen er nooit vanuit gaan dat deze betekenis vaststaat.
o Bv: Swatsika was vroeger symbool van geluk, vandaag de dag
symbool van haat.
Definitieve concepten: zaken met duidelijke, vaste definitie. (bv werkloosheid
staat vast)
Bijvoorbeeld ASS: moeten we bekijken als sensitizing concept, het is niet zo dat
wij door dat label meteen weten hoe iemand is (bv. filmpje ware
gedachtenvertellers, daar zijn ze communicatief vaardig). Interpretatief
onderzoek stelt vaak dominante symbolen/definitieve concepten in vraag en
creëert een humaniserend perspectief (mensen zijn meer dan de DSM5)
Howard Becker: ‘whose side are we on?’ je moet een standpunt
innemen als je met sociale problemen bezig bent, je kan niet neutraal
blijven
Jane Addams: ging in gesprek met vrouwen in een armere wijk (creëerde
ontmoetingscentra) en zocht samen met hen naar een oplossing (bottom-
up – van binnen) ipv hen een oplossing op te leggen (top-down – van
buiten)
4