Week 1
De fasen van een verpleegkundig proces:
Wat is de huidige gezondheidstoestand? (Anamnese, diagnose)
Wat is de wenselijke gezondheidstoestand? (Resultaten)
Hoe kan ik deze zorgvrager helpen? (Interventies)
Heeft het geholpen? (Evaluatie)
Anamnese: het verzamelen van voor de zorg relevante informatie.
Doel: het inventariseren van de invloed van gezondheidsproblemen op het vermogen van de
zorgvrager tot zelfzorg. Informatie verkrijg je door:
Vragen stellen
Observeren
Meten
Initiële anamnese/basisanamnese: opnamegesprek.
Vervolganamnese: nieuwe gegevens tijdens zorgcontact.
Speciële anamnese: richt zich op een specifiek probleem en niet op algehele gezondheidstoestand.
Spoedanamnese: in acute situaties.
Hetero anamnese: vragen worden gesteld aan anderen dan de patiënt zelf.
11 gezondheidspatronen van Gordon (voor het afnemen van anamnese).
1. Patroon van gezondheidsbeleving en -instandhouding.
Rookt u? Medicijngebruik? Hoe is uw gezondheid in het algemeen?
2. Voedings- en stofwisselingspatroon.
Dagelijkse eten? Eetlust? Gewicht? Lengte? Slikklachten? Huidproblemen? Mondproblemen?
Herstellen wondjes goed?
3. Uitscheidingspatroon
Omschrijf uw ontlastingspatroon? Transpiratie?
4. Activiteitenpatroon
Energie? Lichaamsbeweging? Vrijetijdsbesteding?
5. Slaap- en rustpatroon
Goed uitgerust? Hoelang slaapt u? Slaapproblemen?
6. Cognitie- en waarnemingspatroon
Gehoorvermogen? Verandering in geheugen? Moeite met het nemen van beslissingen? Pijn?
7. Zelfbelevingspatroon
Tevreden over uzelf? Lichamelijke veranderingen? Weleens kwaad? Wat maakt u gelukkig?
8. Rollen- en relatiepatroon
Rol in gezin? Sportvereniging? Aansluiting in omgeving? Hoe voorziet u in levensbehoeften?
9. Seksualiteit en voortplantingspatroon
Bevredigende seksuele relatie? Anticonceptiva? Wanner menstruatie begonnen?
10. Stressverwerkingspatroon
Grote veranderingen doorgemaakt? Praat u over moeilijkheden? Omgang met problemen?
11. Waarden en levensovertuigingspatroon
Toekomstverwachting? Levensovertuiging? Geeft het leven u wat u zoekt?
7 competentiegebieden:
Zorgverlener: vakinhoudelijk handelen
Communicator: communicatie
Samenwerkingspartner: samenwerking
Reflectieve professional: kennis en wetenschap
Gezondheidsbevorderaar: maatschappelijk handelen
, Organisator: organisatie
Professional en kwaliteitsbevorderaar: professionaliteit en kwaliteit
Zorgverlener
Stelt op basis van klinisch redeneren de behoefte aan verpleegkundige zorg vast en verleent
deze zorg in complexe situaties, op basis van evidence based practice.
Versterkt het zelfmanagement.
Indiceert en voert verpleegtechnische handelingen uit. Bevoegd voor: injecties,
katheterisaties en het voorschrijven van ur-geneesmiddelen.
Gezondheidsbevorderaar
Bevordert de gezondheid en zelfmanagement van de zorgvrager door passende vormen van
preventie en het gebruik van eigen netwerk van de patiënt. Zij beïnvloedt de leefstijl en
gezond gedrag van patiënten.
Gezondheid: het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht
van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.
Week 2
Theorie: beschrijving van een aantal samenhangende verschijnselen.
Model: een vereenvoudigde, abstracte weergave van de werkelijkheid.
Classificatie: sorteren van informatie in categorieën. Om structuur aan te brengen.
Holistisch mensbeeld (holon): mens is een geheel. Biologisch (lichamelijk), sociologisch (sociaal),
psychologisch (emotioneel) componenten zijn onderdeel van de mens (aandacht voor alle aspecten).
ICF-model:
Functies & anatomische eigenschappen: lichaamsfunctie (bijvoorbeeld benauwd)
Activiteiten: kan niet meer fietsen, kan geen boodschappen meer doen, etc.
Participatie: aangesloten bij een club, sport, religie of gaat veel naar een buurthuis.
Diagnose: oordeel van een verpleegkundige over de reactie van een patiënt op een
gezondheidsprobleem.
Je komt tot een diagnose door het analyseren (klinisch redeneren) van gegeven uit de anamnese.
De fasen van een verpleegkundig proces:
Wat is de huidige gezondheidstoestand? (Anamnese, diagnose)
Wat is de wenselijke gezondheidstoestand? (Resultaten)
Hoe kan ik deze zorgvrager helpen? (Interventies)
Heeft het geholpen? (Evaluatie)
Anamnese: het verzamelen van voor de zorg relevante informatie.
Doel: het inventariseren van de invloed van gezondheidsproblemen op het vermogen van de
zorgvrager tot zelfzorg. Informatie verkrijg je door:
Vragen stellen
Observeren
Meten
Initiële anamnese/basisanamnese: opnamegesprek.
Vervolganamnese: nieuwe gegevens tijdens zorgcontact.
Speciële anamnese: richt zich op een specifiek probleem en niet op algehele gezondheidstoestand.
Spoedanamnese: in acute situaties.
Hetero anamnese: vragen worden gesteld aan anderen dan de patiënt zelf.
11 gezondheidspatronen van Gordon (voor het afnemen van anamnese).
1. Patroon van gezondheidsbeleving en -instandhouding.
Rookt u? Medicijngebruik? Hoe is uw gezondheid in het algemeen?
2. Voedings- en stofwisselingspatroon.
Dagelijkse eten? Eetlust? Gewicht? Lengte? Slikklachten? Huidproblemen? Mondproblemen?
Herstellen wondjes goed?
3. Uitscheidingspatroon
Omschrijf uw ontlastingspatroon? Transpiratie?
4. Activiteitenpatroon
Energie? Lichaamsbeweging? Vrijetijdsbesteding?
5. Slaap- en rustpatroon
Goed uitgerust? Hoelang slaapt u? Slaapproblemen?
6. Cognitie- en waarnemingspatroon
Gehoorvermogen? Verandering in geheugen? Moeite met het nemen van beslissingen? Pijn?
7. Zelfbelevingspatroon
Tevreden over uzelf? Lichamelijke veranderingen? Weleens kwaad? Wat maakt u gelukkig?
8. Rollen- en relatiepatroon
Rol in gezin? Sportvereniging? Aansluiting in omgeving? Hoe voorziet u in levensbehoeften?
9. Seksualiteit en voortplantingspatroon
Bevredigende seksuele relatie? Anticonceptiva? Wanner menstruatie begonnen?
10. Stressverwerkingspatroon
Grote veranderingen doorgemaakt? Praat u over moeilijkheden? Omgang met problemen?
11. Waarden en levensovertuigingspatroon
Toekomstverwachting? Levensovertuiging? Geeft het leven u wat u zoekt?
7 competentiegebieden:
Zorgverlener: vakinhoudelijk handelen
Communicator: communicatie
Samenwerkingspartner: samenwerking
Reflectieve professional: kennis en wetenschap
Gezondheidsbevorderaar: maatschappelijk handelen
, Organisator: organisatie
Professional en kwaliteitsbevorderaar: professionaliteit en kwaliteit
Zorgverlener
Stelt op basis van klinisch redeneren de behoefte aan verpleegkundige zorg vast en verleent
deze zorg in complexe situaties, op basis van evidence based practice.
Versterkt het zelfmanagement.
Indiceert en voert verpleegtechnische handelingen uit. Bevoegd voor: injecties,
katheterisaties en het voorschrijven van ur-geneesmiddelen.
Gezondheidsbevorderaar
Bevordert de gezondheid en zelfmanagement van de zorgvrager door passende vormen van
preventie en het gebruik van eigen netwerk van de patiënt. Zij beïnvloedt de leefstijl en
gezond gedrag van patiënten.
Gezondheid: het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht
van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.
Week 2
Theorie: beschrijving van een aantal samenhangende verschijnselen.
Model: een vereenvoudigde, abstracte weergave van de werkelijkheid.
Classificatie: sorteren van informatie in categorieën. Om structuur aan te brengen.
Holistisch mensbeeld (holon): mens is een geheel. Biologisch (lichamelijk), sociologisch (sociaal),
psychologisch (emotioneel) componenten zijn onderdeel van de mens (aandacht voor alle aspecten).
ICF-model:
Functies & anatomische eigenschappen: lichaamsfunctie (bijvoorbeeld benauwd)
Activiteiten: kan niet meer fietsen, kan geen boodschappen meer doen, etc.
Participatie: aangesloten bij een club, sport, religie of gaat veel naar een buurthuis.
Diagnose: oordeel van een verpleegkundige over de reactie van een patiënt op een
gezondheidsprobleem.
Je komt tot een diagnose door het analyseren (klinisch redeneren) van gegeven uit de anamnese.