10.1 inleiding
De bescherming van vrede en veiligheid is een van de belangrijkste
functies van de internationale rechtsorde. Internationaal recht beschermt
vooral de veiligheid van staten. Biedt internationaal recht ook individuen
een zekere bescherming.
10.2 kernbegrippen
‘Gebruik van geweld’ is het sleutelbegrip: gebruik van geweld tussen
staten is verboden.
‘Gewapende aanval’ is een nauwer begrip dan ‘gebruik van geweld’,
niet ieder gebruik van geweld tegen een staat is een gewapende
aanval op deze staat.
‘Bedreiging van vrede en veiligheid’ is bepalend voor de
bevoegdheid van de Veiligheidsraad van de VN.
‘Agressie’ zal in veel gevallen samenvallen met gebruik van geweld,
hoewel er gevallen van geweld zijn die niet worden aangemerkt als
agressie. Daarnaast is agressie door het internationaal strafrecht
gecriminaliseerd en valt het binnen de rechtsmacht van het ISH.
‘Oorlog’ is in de praktijk vervangen door de term ‘gewapend
conflict’.
‘Gewapend conflict’ verwijst naar gebruik van geweld tussen staten
en of groepen, anders dan voor oorlog is er voor gewapend conflict
geen verklaring nodig. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de
feitelijke situatie. Deze vaststelling is vooral van belang om te
bepalen of internationaal humanitair recht van toepassing is.
10.3 ontwikkeling en organisatie
De eerste formuleringen van het verbod op het gebruik van geweld tussen
staten zijn te vinden in de General Treaty for Renunciation of War as an
Instrument of National Policy (Kellog Briand Pact) en in het
Volkenbondverdrag.
Het huidige systeem voor collectieve veiligheid is in vergaande mate
gecentraliseerd in de VN, in het bijzonder de Veiligheidsraad. De
Veiligheidsraad heeft het laatste woord bij de beoordeling of, en zo ja,
onder welke voorwaarde, in een concreet geval geweld tegen een staat
mag worden gebruikt.
Binnen de grenzen van het VN-Handvest kunnen regionale organisaties
met geweld optreden teneinde gewapende conflicten te beheersen.
10.4 het verbod op het gebruik van geweld
, De basisregel van het recht inzake vrede en veiligheid is dat geweld
tussen staten is verboden. Het verbod op het gebruik van geweld behoor
tot het gewoonterecht. De leden van de VN moeten hun internationale
geschillen ‘langs vreedzame weg tot een oplossing’ brengen ‘op zodanige
wijze dat de internationale vrede en veiligheid en de gerechtigheid niet in
gevaar worden gebracht’.
Het verbod ziet in hoofdzaak op betrekkingen tussen staten maar geldt
uiteraard ook voor internationale organisaties.
Er wordt niet alleen geweld verboden tegen grondgebied van een staat
maar ook tegen organen of eigendommen van een staat in een andere
staat.
De vraag of een militaire handeling als geweldgebruik moet worden gezien
hangt af van de gevolgen van de handeling.
Het verbod op het gebruik van geweld is niet van toepassing op geweld
binnen een staat.
Het verbod op gebruik van geweld geldt vanzelfsprekend niet als een staat
toestemming geeft aan een andere staat om op zijn grondgebied geweld
te gebruiken. De vraag of een staat inderdaad instemming heeft gegeven,
is overigens niet altijd eenvoudig te beantwoorden.
10.5 collectieve veiligheid
10.5.1 omschrijving
In het systeem van collectieve veiligheid zoals dat is neergelegd in het
Handvest komt het recht om te beslissen of geweld wordt gebruikt niet toe
aan individuele staten, maar aan één orgaan van de internationale
gemeenschap: de Veiligheidsraad van de VN, met een subsidiaire rol van
de Algemene Vergadering.
De Veiligheidsraad kan geschillen onderzoeken en bespreken teneinde
vast te stellen of die geschillen de vrede en veiligheid in gevaar brengen.
Als maatregelen op grond van hoofdstuk VI niet afdoende zijn en er
daadwerkelijk sprake is van een bedreiging of schending van de vrede kan
de Veiligheidsraad handelen op grond van hoofdstuk VII. Hierbij is de Raad
niet langer afhankelijk van instemming van de betrokken staat of staten.
De Veiligheidsraad heeft een primaire, maar geen exclusieve
verantwoordelijkheid voor de handhaving van de vrede en veiligheid. Ook
de Algemene Vergadering kan een rol spelen, bijvoorbeeld toen de
Veiligheidsraad verlamd was door het gebruik van vetorecht.
10.5.2 voorwaarden voor gebruik van hoofdstuk VII
Wanneer de Veiligheidsraad gebruik wil maken van zijn bevoegdheden
onder hoofdstuk VII moet hij eerst op grond van artikel 39 VN-Handvest
vaststellen dat sprake is van een bedreiging van de vrede, verbreking van
de vrede of een daad van agressie.