Hoofdstuk 1
§1.1 - Zuivere stof en mengsel:
Unieke stofeigenschappen:
● fase op kamertemperatuur
● kookpunt/smeltpunt
● kleur
● geur
Zuivere stoffen: Mengsel:
1 soort molecuul meerdere soorten moleculen
- verbindingen → 2+ atoomsoort → e.g. H2O, CO2,
C6H12O6
- elementen → BrINClHOF
BrINClHOF (allemaal een tweetje eronder) soorten mengsels:
- broom ● oplossing → helder → e.g. thee
- jood ● suspensie → troebel → vloeistof + vaste stof →
- stikstof e.g. koffie
- fluor ● emulsie → vloeistof + vloeistof → e.g. mayonaise
- chloor ○ emulgator zorgt ervoor dat de stoffen
- waterstof mengen, zonder emulgator ontstaat er
- zuurstof een 2-lagensysteem
○ een emulgator heeft een kop en een
staart → de kop is hydrofiel en de staart is
hydrofoob
§1.2 - Scheidingsmethodes:
● filtreren → verschil in deeltjesgrootte
● centrifugeren → verschil in dichtheid
● bezinken → verschil in dichtheid
● indampen → verschil in kookpunt
● destillatie → verschil in kookpunt
● extraheren → verschil in oplosbaarheid
● adsorptie →verschil in absorptievermogen
, ● chromatografie → verschil in absorptievermogen en oplosbaarheid
§1.3 - Chemische reacties:
Kenmerken van een chemische reactie:
● Beginstoffen verdwijnen → reactieproducten worden gevormd
● Wet van behoud van massa → M beginstoffen = M producten
● Reactietemperatuur = minimale temperatuur voor de reactie om plaats te vinden
● Energie-effect → Endotherm (constant energie nodig of Exotherm (constant afgifte
van energie)
● Activeringsenergie = minimale hoeveelheid energie voor de reactie om plaats te
vinden
Energiediagram:
§1.4- De Snelheid van een reactie:
reactietijd = tijd nodig om reactie volledig te laten verlopen
observatie → e.g. rook, fase, temperatuur
reactiesnelheid → hoeveelheid stof dat per seconde ontstaat/verdwijnt → mol/l/s of mol/s
snelheid factoren:
● temperatuur → moleculen + atomen bewegen sneller, meer kans op botsing =
meer kans op effectieve botsing = grotere reactiesnelheid
● verdelingsgraad → oppervlakte van de stof, hoe meer poeder, hoe meer
oppervlakte, reactie vindt alleen plaats op oppervlakte → meer oppervlakte =
meer (effectieve) botsingen = grotere reactietijd
● katalysator → 3e stof die je toevoegd in kleine hoeveelheid, brengt stoffen samen,
wordt gebruikt (krijg je terug) → ook activeringsenergie wordt verlaagd
● concentratie → meer deeltjes op zelfde volume = meer kans op (effectieve)
botsingen = grotere reactiesnelheid
§1.1 - Zuivere stof en mengsel:
Unieke stofeigenschappen:
● fase op kamertemperatuur
● kookpunt/smeltpunt
● kleur
● geur
Zuivere stoffen: Mengsel:
1 soort molecuul meerdere soorten moleculen
- verbindingen → 2+ atoomsoort → e.g. H2O, CO2,
C6H12O6
- elementen → BrINClHOF
BrINClHOF (allemaal een tweetje eronder) soorten mengsels:
- broom ● oplossing → helder → e.g. thee
- jood ● suspensie → troebel → vloeistof + vaste stof →
- stikstof e.g. koffie
- fluor ● emulsie → vloeistof + vloeistof → e.g. mayonaise
- chloor ○ emulgator zorgt ervoor dat de stoffen
- waterstof mengen, zonder emulgator ontstaat er
- zuurstof een 2-lagensysteem
○ een emulgator heeft een kop en een
staart → de kop is hydrofiel en de staart is
hydrofoob
§1.2 - Scheidingsmethodes:
● filtreren → verschil in deeltjesgrootte
● centrifugeren → verschil in dichtheid
● bezinken → verschil in dichtheid
● indampen → verschil in kookpunt
● destillatie → verschil in kookpunt
● extraheren → verschil in oplosbaarheid
● adsorptie →verschil in absorptievermogen
, ● chromatografie → verschil in absorptievermogen en oplosbaarheid
§1.3 - Chemische reacties:
Kenmerken van een chemische reactie:
● Beginstoffen verdwijnen → reactieproducten worden gevormd
● Wet van behoud van massa → M beginstoffen = M producten
● Reactietemperatuur = minimale temperatuur voor de reactie om plaats te vinden
● Energie-effect → Endotherm (constant energie nodig of Exotherm (constant afgifte
van energie)
● Activeringsenergie = minimale hoeveelheid energie voor de reactie om plaats te
vinden
Energiediagram:
§1.4- De Snelheid van een reactie:
reactietijd = tijd nodig om reactie volledig te laten verlopen
observatie → e.g. rook, fase, temperatuur
reactiesnelheid → hoeveelheid stof dat per seconde ontstaat/verdwijnt → mol/l/s of mol/s
snelheid factoren:
● temperatuur → moleculen + atomen bewegen sneller, meer kans op botsing =
meer kans op effectieve botsing = grotere reactiesnelheid
● verdelingsgraad → oppervlakte van de stof, hoe meer poeder, hoe meer
oppervlakte, reactie vindt alleen plaats op oppervlakte → meer oppervlakte =
meer (effectieve) botsingen = grotere reactietijd
● katalysator → 3e stof die je toevoegd in kleine hoeveelheid, brengt stoffen samen,
wordt gebruikt (krijg je terug) → ook activeringsenergie wordt verlaagd
● concentratie → meer deeltjes op zelfde volume = meer kans op (effectieve)
botsingen = grotere reactiesnelheid