Module: Bevorderen van
zelfmanagement
Student:
Studentnummer:
Stage: PLP2- stage
Praktijkleerplaats:
Afdeling:
Docentbegeleider:
Werkbegeleiders:
Opleiding: HBO- Verpleegkunde, Hanze hogeschool te Groningen
Osiriscode:
Inleverdatum:
,Inleiding
Deze module staat in het teken van het bevorderen van het zelfmanagement van de patiënt en de rol
van familie en het sociale netwerk daarbij. Als verpleegkundige in de praktijk is het steeds
belangrijker om te kijken naar de mogelijkheden van de patiënt en daarbij de rol van zijn
netwerk/naasten (bijv. familie, vrienden, vrijwilligers, ook wel ‘informele zorg’). Mensen die
verminderd zelfredzaam zijn of worden redden zich samen met het netwerk wel weer (grotendeels)
zelfstandig. De focus op samenredzaamheid past goed bij de maatschappelijke ontwikkelingen en de
huidige participatiemaatschappij (Vilans, 2017).
De verpleegkundige in opleiding ontwikkeld zich in deze module in het leren denken en werken
vanuit het perspectief van de patiënt en zijn sociale netwerk. De canMEDS rollen die hierbij naar
voren komen zijn komen zijn: zorgverlener, communicator, samenwerkingspartner en
gezondheidsbevorderaar.
Als zorgverlener is de verpleegkundige gericht op het versterken van het zelfmanagement van de
patiënt in zijn sociale context. Dit staat ook centraal in de rol van gezondheidsbevorderaar.
De zorgverlener stelt de behoefte aan verpleegkundige zorg vast door middel van het klinisch
redeneren. Dit is een continu proces van gegevens verzamelen en analyse gericht op de vragen en
problemen van de patiënt (HAN-opleidingen, 2020). De verpleegkundige anticipeert op
gezondheidsrisico’s en onderneemt actie wanneer er sprake is van een verhoogd risico voor de
gezondheid. De tweede rol die naar voren komt in deze module is de rol van communicator. De taak
van de verpleegkundige hierin is het op persoonsgerichte en professionele wijze communiceren met
de zorgvrager en het sociale netwerk rondom de patiënt. Dit doet de verpleegkundige door goed in
te schatten wat de behoefte is van informatie en rekening te houden met persoonlijke factoren die
mee spelen. Door met deze factoren rekening te houden kan de verpleegkundige communiceren om
maat met de patiënt en het netwerk communiceren. Daarbij is zij zich bewust van haar houding en
toont zij respect voor het individu.
De rol van samenwerkingspartner richt zich op het opbouwen van een vertrouwensrelatie met de
patiënt en zijn netwerk. Vanuit deze relatie kan effectief worden samengewerkt en kan de patiënt en
zijn netwerk worden ondersteunt.
Met de module ‘werken aan gezondheid’ is er gewerkt aan verschillende leeruitkomsten.
Leeruitkomst 1 beschrijft de samenhang tussen de concepten zelf- en samenredzaamheid en de
eigen visie met betrekking tot deze begrippen. Dit is uitgewerkt in het eerste hoofdstuk (3.1) van de
module. Leeruitkomst 2,3 en 4 richten zich op het in gesprek gaan met de zorgvrager en zijn naaste
om de wensen, belangen, verwachtingen en zorgen bespreekbaar te maken. Dit is weergegeven in
hoofdstuk 3.2 en 3.3. De module wordt afgesloten met een advies voor de zorgvrager en zijn naasten
waarin ook technologische communicatie hulpmiddelen zijn opgenomen. Dit staat beschreven in
hoofdstuk 3.4 en 3.5. Hiermee is gewerkt aan leeruitkomst 5 en 6 die zich richten op het geven van
een passend advies.
, Inhoudsopgave
Inleiding..........................................................................................................................................2
3.1 Zelf en samenredzaamheid..........................................................................................................4
3.1.1 Begrippen zelfredzaamheid en samenredzaamheid..............................................................4
3.1.2. Positieve kanten en risico’s van meer zelf- en samenredzaamheid......................................5
3.1.3 Familiegerichte zorg in het Martini Ziekenhuis......................................................................6
Persoonlijke visie............................................................................................................................6
3.2 Systeem gericht assessment........................................................................................................7
Het Familiegesprek (interventie)....................................................................................................9
3.3 Analyse van de zorgsituatie.......................................................................................................10
3.4 Inzet van informatie en communicatietechnologieën.................................................................12
3.5 Adviesbrief..................................................................................................................................14
Literatuurlijst....................................................................................................................................15
Bijlage 1. Casuïstiek..........................................................................................................................16
Bijlage 2. Genogram en ecogrammen..............................................................................................17
Genogram dhr. en mevr. Peeters.................................................................................................17
Ecogram dhr. Peeters...................................................................................................................18
Bijlage 3. De uitgevoerde draagkracht- draaglast analyse...............................................................20
Bijlage 4. De mantelscan..................................................................................................................21
Bijlage 5. Checklist betrokkenheid....................................................................................................24
Bijlage 6. EDOMAH- Kaart 1: Gesprekstechniek Etnografisch Interviewen.......................................25
Bijlage 7. Zelfredzaamheidsmatrix....................................................................................................26