Les 8- Diabetes mellitus
Leerdoelen;
1. Beschrijft de ligging, de hormonen en de functies van de pancreas
2. Legt het ziektebeeld diabetes mellitus uit
3. Benoemt de verschillende complicaties van diabetes
4. Beschrijft een ketoacidose als complicatie van diabetes typ 1
1. Beschrijft de ligging, de hormonen en de functies van de
pancreas (alvleesklier)
- De ligging; De 'kop' van de alvleesklier, ligt midden in de buik,
onder de lever en tegen de twaalfvingerige darm. Het 'lichaam'
van de alvleesklier bevindt zich achter de maag.
De 'staart' van de alvleesklier ligt links in de
buikholte dicht bij de milt en de linker nier.
- De hormonen; Insuline, glucagon, somatostatine
- Insuline; zorgt ervoor dat glucose uit voeding
terecht komt in lichaamscellen. Insuline zorgt voor
de glucosestofwisseling. Het verlaagt de bloedsuikerspiegel.
- Glucagon; verhoogt de bloedsuikerspiegel als die te veel zakt.
- Somatostatine; het werkt remmend op de afscheiding van
insuline en glucagon.
- De functies van de pancreas; De alvleesklier heeft een
dubbele functie: enerzijds geeft het enzymen (eiwitten die door
de cel worden geproduceerd) af voor de spijsvertering (de
exocriene functie) en anderzijds geeft het stoffen af aan het
bloed die te maken hebben met de suikerhuishouding van het
lichaam (endocriene functie). De alvleesklier zorgt ervoor dat de
bloedsuikers in balans blijven.
2. Legt het ziektebeeld diabetes mellitus uit
- Bij diabetes mellitus is insuline afwezig.
- DM 1
Auto-immuunziekte; Wat betekent dat de T-cellen (witte bloedcellen) van
het eigen immuunsysteem de insuline producerende Bètacellen in
pancreas (alvleesklier) gaan aanvallen. Terwijl T- cellen alleen maar
antigenen (Bacteriën, virussen etc.) horen aan te vallen.
- Bij diabetes type 1 worden specifiek de lichaamseigen bètacellen
in de pancreas aangevallen hierdoor kan er geen insuline meer
worden aangemaakt.
- Insuline is verantwoordelijk voor het verplaatsen van glucose van
het bloed naar de cel. Aan gebrek van insuline blijft er te veel
glucose in het bloed Hyperglycemie. En de cellen krijgen geen
glucose meer om te verbranden. Hierdoor gaan cellen eiwitten en
vetten afbreken waardoor je afvalt.
- Behandeling subcutaan insuline
3. Benoemt de verschillende complicaties van diabetes
1
Leerdoelen;
1. Beschrijft de ligging, de hormonen en de functies van de pancreas
2. Legt het ziektebeeld diabetes mellitus uit
3. Benoemt de verschillende complicaties van diabetes
4. Beschrijft een ketoacidose als complicatie van diabetes typ 1
1. Beschrijft de ligging, de hormonen en de functies van de
pancreas (alvleesklier)
- De ligging; De 'kop' van de alvleesklier, ligt midden in de buik,
onder de lever en tegen de twaalfvingerige darm. Het 'lichaam'
van de alvleesklier bevindt zich achter de maag.
De 'staart' van de alvleesklier ligt links in de
buikholte dicht bij de milt en de linker nier.
- De hormonen; Insuline, glucagon, somatostatine
- Insuline; zorgt ervoor dat glucose uit voeding
terecht komt in lichaamscellen. Insuline zorgt voor
de glucosestofwisseling. Het verlaagt de bloedsuikerspiegel.
- Glucagon; verhoogt de bloedsuikerspiegel als die te veel zakt.
- Somatostatine; het werkt remmend op de afscheiding van
insuline en glucagon.
- De functies van de pancreas; De alvleesklier heeft een
dubbele functie: enerzijds geeft het enzymen (eiwitten die door
de cel worden geproduceerd) af voor de spijsvertering (de
exocriene functie) en anderzijds geeft het stoffen af aan het
bloed die te maken hebben met de suikerhuishouding van het
lichaam (endocriene functie). De alvleesklier zorgt ervoor dat de
bloedsuikers in balans blijven.
2. Legt het ziektebeeld diabetes mellitus uit
- Bij diabetes mellitus is insuline afwezig.
- DM 1
Auto-immuunziekte; Wat betekent dat de T-cellen (witte bloedcellen) van
het eigen immuunsysteem de insuline producerende Bètacellen in
pancreas (alvleesklier) gaan aanvallen. Terwijl T- cellen alleen maar
antigenen (Bacteriën, virussen etc.) horen aan te vallen.
- Bij diabetes type 1 worden specifiek de lichaamseigen bètacellen
in de pancreas aangevallen hierdoor kan er geen insuline meer
worden aangemaakt.
- Insuline is verantwoordelijk voor het verplaatsen van glucose van
het bloed naar de cel. Aan gebrek van insuline blijft er te veel
glucose in het bloed Hyperglycemie. En de cellen krijgen geen
glucose meer om te verbranden. Hierdoor gaan cellen eiwitten en
vetten afbreken waardoor je afvalt.
- Behandeling subcutaan insuline
3. Benoemt de verschillende complicaties van diabetes
1