Vraag 1
Een stelling die ooit in de bijeenkomsten geopperd werd was:
“Reclame maakt consumenten.”
Schrijf een kort betoog op basis van de cursusliteratuur – maar in ieder
geval het werk van Pollay, Shudson, Carey en de O’Shaughnessy’s –
waarin je op basis van de literatuur beargumenteert waarom deze stelling
wel of niet opgaat in de hedendaagse consumptiemaatschappij.
Vraag 2
In het artikel van Micheletti & Stolle gaat het o.a. over culture jamming.
a) Leg uit wat culture jamming is.
b) Waarom kan dit juist in de hedendaagse consumptiemaatschappij een
bijzonder effectieve manier zijn van politiek consumentisme? Betrek bij je
antwoord ook het werk van Gensler et al. en Holt.
c) Naast culture jamming als vorm van discursief politiek consumentisme
zijn er vanuit producenten ook mogelijkheden om meer anti-consumptief
bezig te zijn. Leg uit hoe positionele consumptie kan worden ingezet
om vanuit anti-consumptief perspectief tóch spullen te verkopen. Gebruik
hierbij het werk van Armstrong Soule & Sekhon.
Vraag 3
Onder andere Lury, Pollay en O’Shaugnessy & O’Shaugnessy
bespreken de rol van reclame en marketing als motor van de
consumptiemaatschappij – met alle negatieve gevolgen van dien.
a) Beschrijf de vier redenen die Pollay uiteenzet waarom reclame als
motor van de consumptiemaatschappij kan werken.
b) O’Shaughnessy & O’Shaughnessy beargumenteren daarentegen
waarom zij marketing willen vrijstellen als ‘boeman’. Beschrijf hun
redenering bij twee van de onderstaande aanklachten:
A: marketing stimuleert materialistische oriëntatie op de wereld
B: marketing creëert vluchtige behoeftes
C: marketing wakkert positionele consumptie aan
D: marketing besteedt alleen aandacht aan oppervlakkige of
individualistische waarden.
Vraag 4
Wat is political consumerism?
a) een vorm van sociaal bewuste consumptie en consumentenkeuzes
betreffende producten op basis van ethische, politieke en sociale
overwegingen
b) een eeuwenoude vorm van consumentisme die terugkeert in de 21e
eeuw
c) een conventionele vorm van politieke participatie
d) het politieke spel dat door producenten gespeeld wordt met
consumentenrechten
Naast het overladen van de samenleving met materiële ambities waarbij
producten de weg vormen naar ultiem geluk, duidt Pollay – in zijn artikel
over de unintended consequences of advertising – ook andere problemen
, aan die als gevolg van reclame hun weerslag kunnen hebben op de
samenleving.
Welke zijn dat?
a) Creëren van sociale taboes, aanwakkering van cynisme en afname
geloofwaardigheid van taal
b) Creëren van sociale competitie en stimulering van seksualisering
c) Motor van milieuproblematiek en instandhouding van schadelijke
stereotypen
d) Zowel a, b als c zijn correct
Vraag 5 (extra open vraag)
Concepten als commodity fetishism, positional consumption en reflexive
identity staan centraal in de analyse van Lury, Baudrillard en Bauman.
a) Leg uit hoe deze drie begrippen met elkaar samenhangen in de context
van de moderne consumptiemaatschappij.
b) Gebruik een concreet hedendaags voorbeeld (bijv. social media,
influencer marketing of duurzaamheidsclaims) om te laten zien hoe deze
theorieën samen kunnen verklaren waarom consumptie vandaag de dag
meer over betekenis dan over nut gaat.
c) Wat is volgens Lury de sociale consequentie van deze verschuiving van
gebruikswaarde naar tekenwaarde?
Meerkeuzevragen (met kanscorrectie)
Kies steeds het beste antwoord (1 per vraag).
1. Volgens Schudson toont reclame geen echte realiteit, maar een
gestileerde wereld waarin consumptie vanzelfsprekend is. Dit noemt hij:
a) commercial realism
b) capitalist realism
c) social realism
d) symbolic realism
2. Volgens Carey is reclame een instituut omdat:
a) het door de staat gereguleerd wordt
b) het vaste regels kent voor adverteerders
c) het structureel ingebed is in maatschappelijke functies en waarden
d) het slechts een tijdelijk cultureel verschijnsel is
3. In Schudsons vergelijking tussen kapitalistisch en socialistisch realisme:
a) verheerlijkt capitalist realism de producent
b) verheerlijkt socialist realism de consument
c) idealiseert capitalist realism privécomfort en consumptie
d) idealiseert socialist realism het individu
4. Volgens Pollay is reclame te vergelijken met milieuvervuiling omdat:
a) ze de natuurlijke omgeving letterlijk vervuilt
b) ze psychologische en sociale waarden vervuilt
c) ze enkel gericht is op duurzaamheid
d) ze moreel neutraal is