Cijfer KT 10:
Praktijktoets gem:
Samenvatting periode 10 leerjaar 3
Triage:
Medische kennis
MTH:
Inleiding medische kennis H16 Veroudering en geriatrie Medicom:
Medische kennis H15 Psychiatrie
Geneesmiddelenkennis H4 Psychische aandoeningen
H16 Psychiatrische aandoeningen
Praktijk Scholing
Medische achtergronden H26 Suïcidaal, H29 Vreemd gedrag
Slaapproblemen
Inleiding medische kennis H5 Leefgewoonten en verslaving
H6 Psychologie, Psych en lichaam
Eigen spreekuur en chronische zieken H8 Psychiatrie in de huisartsenpraktijk
Praktijktoets 4:
Triëren van de volgende ingangsklachten
Acute buikpijn bij zwangere vrouwen Armklachten
Bewusteloosheid, wegraking en insult Braken
Buikpijn bij kinderen Buikpijn bij volwassenen
Diabetes Diarree Duizeligheid
Hoofdpijn Nekklachten Obstipatie
Neurologische uitval Suïcidaal Vreemd gedrag
MTH/LAB
Longfunctie:
Spirometrie,
Peakflow
Allergietest
Gynaecologie:
Uitstrijk maken
Tafeltje voor inbrengen IUD
Urologie:
Assisteren bij inbrengen eenmalige- of verblijfsblaaskatheter
Klaarmaken blaasspoeling
Zwangerschapstest
Glucose vingerprik
HB vingerprik
Dipsslide inzetten / aflezen
Medicom: Alle aangeleerde administratieve handelingen
,Medische kennis H15 psychiatrie
Een cognitieve stoornis
Stemmingsstoornis
Ontwikkelingsstoornis
Psychiatrische ziekten hebben verschillende factoren die bij elkaar horen
Psychische factoren
Somatische factoren / lichamelijk Horen allemaal bij elkaar
Sociale factoren
DSM5 = Boek waar alle diagnose vanuit de psychiatrie worden vast gesteld.
Psychofarmaca “Geneesmiddelen die de hersenfunctie beïnvloeden”
Benzodiazepinen, pam en lam
Antidepressiva, tine
o SSRI en TCA
Stemmingsstabilasoren, critium
Antipsychotica, peridol, rispiridon
Psychostimulantia Methylfenidaat (ritalin, concerta) / atomoxetine
Lithiumzouten
Psychotherapie
Electro convulsietherapie ECT
Licht therapie
Gedragstherapie
EMDR, situatie herleven
Advies: Gezond leven, bewegen, goed eten.
Neurocognitieve stoornis, stoornis in het kennen en weten
Cognitie = ontwikkelen van het kennen/weten/leren
Delier
Dementie - ontwikkelt zich pas later
Delier
Acuut begin – ontstaat in uren/dagen
Verward / vreemd gedrag
o Onrustig/angst/opgewonden/verwardheid/motorische onrust – plukken
Bewustzijn van de patiënt is in wisselende mate gedaald.
Stil delier = Persoon is heel erg terug getrokken, stil, gedesoriënteerd, apathisch / verminderde
aandacht
Bewustzijnsstoornis
Hallucinaties
o Stoornis in de waarneming – het zien, horen, voelen van dingen die er niet zijn
Waan
o Stoornis in het denken die niet overeenkomt met de werkelijkheid
Mensen met een delier hebben vaak behoefte aan rust
, Oorzaak van een delier:
Lichamelijke oorzaak
o Infecties, DM,
Urineweginfecties,
pneumonie
o Patiënten met dementie
Geneesmiddelen
o Morfine, corticosteroïd
Alcohol, verslaving
Operatie/ongeval
Ondervoeding/uitdroging
Ongeneeslijk ziekte
Onderzoek bij een delier:
CRP
Urine testen
Bloed testen
Glucose testen
Behandeling:
Lichamelijke oorzaak behandelen
Continu uitleg geven aan de patiënt
Medicatie:
1e keuze middel is een psychoticum – zoals haloperidol (haldol)
Zorgt ervoor dat de prikkels naar de neurotransmitters minder goed wordt doorgegeven.
Kalmeert zeer sterk
Is voor tegen de onrust en de hallucinaties
Clozapine – wordt vaak gebruikt bij andere aandoeningen
Benzodiazipine, vaak bij angst + haldol, of bij verslaving en ontwenningsverschijnselen
Advies: Rust / herkenningspunten / houvast/ foto’s
Vinden van de oorzaak van een delier is heel belangrijk, want er is grote kans op sterfte en
cognitieve achteruitgang.
Dementie Betekent letterlijk ontgeesting, je verliest jezelf, wie je bent
Het hersenweefsel gaat verloren waardoor ook de hersenfunctie verloren gaat.
Het bewustzijn blijft wel helder
Vergeetachtigheid
o Uiteindelijk niets meer zelfstandig kunnen doen
Automatische vervalt
Steeds meer lichamelijke klachten
Als assistente is het belangrijk om mee te bewegen met de patiënt.
Geheugen opbouwen
Praktijktoets gem:
Samenvatting periode 10 leerjaar 3
Triage:
Medische kennis
MTH:
Inleiding medische kennis H16 Veroudering en geriatrie Medicom:
Medische kennis H15 Psychiatrie
Geneesmiddelenkennis H4 Psychische aandoeningen
H16 Psychiatrische aandoeningen
Praktijk Scholing
Medische achtergronden H26 Suïcidaal, H29 Vreemd gedrag
Slaapproblemen
Inleiding medische kennis H5 Leefgewoonten en verslaving
H6 Psychologie, Psych en lichaam
Eigen spreekuur en chronische zieken H8 Psychiatrie in de huisartsenpraktijk
Praktijktoets 4:
Triëren van de volgende ingangsklachten
Acute buikpijn bij zwangere vrouwen Armklachten
Bewusteloosheid, wegraking en insult Braken
Buikpijn bij kinderen Buikpijn bij volwassenen
Diabetes Diarree Duizeligheid
Hoofdpijn Nekklachten Obstipatie
Neurologische uitval Suïcidaal Vreemd gedrag
MTH/LAB
Longfunctie:
Spirometrie,
Peakflow
Allergietest
Gynaecologie:
Uitstrijk maken
Tafeltje voor inbrengen IUD
Urologie:
Assisteren bij inbrengen eenmalige- of verblijfsblaaskatheter
Klaarmaken blaasspoeling
Zwangerschapstest
Glucose vingerprik
HB vingerprik
Dipsslide inzetten / aflezen
Medicom: Alle aangeleerde administratieve handelingen
,Medische kennis H15 psychiatrie
Een cognitieve stoornis
Stemmingsstoornis
Ontwikkelingsstoornis
Psychiatrische ziekten hebben verschillende factoren die bij elkaar horen
Psychische factoren
Somatische factoren / lichamelijk Horen allemaal bij elkaar
Sociale factoren
DSM5 = Boek waar alle diagnose vanuit de psychiatrie worden vast gesteld.
Psychofarmaca “Geneesmiddelen die de hersenfunctie beïnvloeden”
Benzodiazepinen, pam en lam
Antidepressiva, tine
o SSRI en TCA
Stemmingsstabilasoren, critium
Antipsychotica, peridol, rispiridon
Psychostimulantia Methylfenidaat (ritalin, concerta) / atomoxetine
Lithiumzouten
Psychotherapie
Electro convulsietherapie ECT
Licht therapie
Gedragstherapie
EMDR, situatie herleven
Advies: Gezond leven, bewegen, goed eten.
Neurocognitieve stoornis, stoornis in het kennen en weten
Cognitie = ontwikkelen van het kennen/weten/leren
Delier
Dementie - ontwikkelt zich pas later
Delier
Acuut begin – ontstaat in uren/dagen
Verward / vreemd gedrag
o Onrustig/angst/opgewonden/verwardheid/motorische onrust – plukken
Bewustzijn van de patiënt is in wisselende mate gedaald.
Stil delier = Persoon is heel erg terug getrokken, stil, gedesoriënteerd, apathisch / verminderde
aandacht
Bewustzijnsstoornis
Hallucinaties
o Stoornis in de waarneming – het zien, horen, voelen van dingen die er niet zijn
Waan
o Stoornis in het denken die niet overeenkomt met de werkelijkheid
Mensen met een delier hebben vaak behoefte aan rust
, Oorzaak van een delier:
Lichamelijke oorzaak
o Infecties, DM,
Urineweginfecties,
pneumonie
o Patiënten met dementie
Geneesmiddelen
o Morfine, corticosteroïd
Alcohol, verslaving
Operatie/ongeval
Ondervoeding/uitdroging
Ongeneeslijk ziekte
Onderzoek bij een delier:
CRP
Urine testen
Bloed testen
Glucose testen
Behandeling:
Lichamelijke oorzaak behandelen
Continu uitleg geven aan de patiënt
Medicatie:
1e keuze middel is een psychoticum – zoals haloperidol (haldol)
Zorgt ervoor dat de prikkels naar de neurotransmitters minder goed wordt doorgegeven.
Kalmeert zeer sterk
Is voor tegen de onrust en de hallucinaties
Clozapine – wordt vaak gebruikt bij andere aandoeningen
Benzodiazipine, vaak bij angst + haldol, of bij verslaving en ontwenningsverschijnselen
Advies: Rust / herkenningspunten / houvast/ foto’s
Vinden van de oorzaak van een delier is heel belangrijk, want er is grote kans op sterfte en
cognitieve achteruitgang.
Dementie Betekent letterlijk ontgeesting, je verliest jezelf, wie je bent
Het hersenweefsel gaat verloren waardoor ook de hersenfunctie verloren gaat.
Het bewustzijn blijft wel helder
Vergeetachtigheid
o Uiteindelijk niets meer zelfstandig kunnen doen
Automatische vervalt
Steeds meer lichamelijke klachten
Als assistente is het belangrijk om mee te bewegen met de patiënt.
Geheugen opbouwen