Kapitalistisch systeem
Het kapitalistisch systeem bestaat uit de kapitalisten (de bourgeoisie).
Deze bezitten en profiteren van middelen van productie, terwijl de
arbeidersklasse (het proletariaat) wordt uitgebuit en armer wordt. Door
de exploitatie van kapitalisten is het economische en sociale gat tussen
het proletariaat en de bourgeoisie altijd groeiend.
De geschiedenis en val van kapitalisme
Marx beweert dat de loop van de geschiedenis wordt bepaald door de
manier waarop mensen aan hun producten komen (hoe het
productieproces er uit ziet); historisch materialisme. Volgens hem wordt
de geschiedenis gedreven door revolutie.
- Slave society
- Feudal society
- Capitalism
- Communism
Hij denkt dat hoe meer er wordt verdiend, hoe groter de arbeidersklasse
zou worden. Zo gaat de massaorganisatie en vakbondsvorming onder de
arbeidersklasse omhoog. De arbeidersklasse wordt er alleen niet rijker op,
waardoor ze verder worden gemotiveerd om tegen kapitalisten in te gaan.
In zijn theorie over de geschiedenis staat centraal dat historische
verandering het resultaat is van bewust menselijk activiteit (die
gemotiveerd wordt door economische krachten). Mensen reageren op die
krachten, andere mensen komen daar dan weer voor in opstand en dat
maakt een nieuwe vorm van sociaal bestaan (dialectical materialism).
Volgens dit principe zou communisme de volgende stap in de menselijke
geschiedenis zijn. I.p.v. gedreven te zijn door winsten zal de
communistische samenleving zich richten op individuele/maatschappelijke
nodigheden en talent. Hierbij zal de scheiding van werk, prive bezit en
klassenscheiding verdwijnen; zo staat communisme voor het einde van de
geschiedenis, net als het einde van dialectical materialism. In het
communisme heeft ieder mens de rechten en verantwoordelijkheden om
gedeeld materiaal en sociaal bestaan te behouden.
Menselijk bestaan
,Marx stelt dat mensen bestaan uit creativiteit. Deze gebruiken wij
vervolgens om de natuur te bewerken en te maken naar hoe wij het
willen. Zo werken mensen samen en produceren ze indirect het resultaat
van het materiele zelf.
We behouden een sociaal bestaan door producten te produceren samen
met andere individuen. Het bestaan van het individu (wat mensen doen
en hoe ze dat doen), is daarom waar het leven om draait. Hij wil dat we
ons richten op de realiteit van het bestaan: de concrete dingen die we
doen, onze levensomstandigheden en gebeurtenissen die ons leven
structuur geven. Als we de maatschappij willen begrijpen, moeten we de
levensloop van de individuen volgen die producten maken, onder
materiele grenzen waarmee ze te maken hebben.
Door prive bezit groeit de ongelijkheid tussen de kapitalisten en de
arbeidersklasse. Daarom is de maatschappij in ongelijke klassen
verdeeld). Het feit dat kapitaal en winst bestaan, maakt dat de drijfveer
voor indivdidueen in de kapitalistische maatschappij wordt besloten door
de economie.
De fout in het kapitalisme is dat er geen wisselwerking is tussen de
kapitalisten (bourgeousie) en de arbeiderklasse (proletariaat). Want als
arbeiders werken, krijgen zij er niets voor terug, terwijl de kapitalisten er
rijk door worden. Dat was eerder in de geschiedenis niet het geval.
Wat wel anders is aan het kapitalistisch systeem is dat werkers vrij zijn,
maar zij verkopen hun werkuren op de markt. Toch is dat schijn, want het
verkopen van je uren is een noodzaak en de drang wordt door het
kapitalisme opgelegd. Arbeiders leven alleen zolang ze werk vinden en
vinden enkel werk zolang hun werk het kapitaal vergroot.
Volgens Marx gaan wij hierin mee omdat we geloven dat we profiteren
van deze acties, maar de winst van de kapitalist gaat altijd ten koste van
het leven van de arbeider. Kapitalisten betalen de werknemers zo min
mogelijk zolang de werknemer maar genoeg te eten fixt om te overleven
en genoeg om reproductie te kunnen veroorloven.
Een positieve surplus is het verschil tussen de werknemers ‘exchange
value’ (hun loon) en hun ‘use value’ (wat ze opleveren).
Vervreemding
Marx denkt dat het productionaliseren van werknemers uren de
vervreemding van de mens veroorzaakt.
, 1. Vervreemding tussen arbeiders en de producten die zij produceren:
Het werk dat zij verrichten en het product dat zij maken zijn
‘external’ voor hen. Zo ontstaat objectification van werk. De werker
moet meer en meer prodcueren, maar de meerwaarde van dit werk
keert terug naar de kapitalist en niet naar de arbeider.
2. Vervreemding tussen arbeiders en het productieproces: arbeiders
besluiten niet wat zij maken en hoe ze dat doen: zij zijn simpelweg
onderdelen van het productieproces
3. Vervreemding tussen arbeiders en het menselijk bestaan:
creativiteit en menselijk bewustzijn maakt het verschil tussen
mensen en dieren. Kapitalisme maakt dat wij ons werk (onze
levensactiviteit) moeten inzetten met ons fysiek bestaan, in plaats
van dat we ons fysiek bestaan inzetten om ons menselijk bestaan te
realiseren en vrije keuzes over onze fysieke en mentale activiteiten
te maken waar onze soort tot in staat is. In dit proces zijn mensen
beperkt tot in essentie een dierlijke status: ze zijn vervreemd van de
karaktereigenschappen van hun menselijk bestaan
4. Vervreemding tussen individuen: werk wordt het leven van het
individu, in plaats van de betekenis om het leven te vieren met
anderen. Op werk wordt vervreemding van elkaar gerealiseerd door
het productieproces, wat snelheid en efficiëntie als noodzaak heeft.
Daarnaast is competitie in de werkplek normaal. Volgens Marx zijn
dit onderdelen in het kapitalisme om meer surplus te realiseren.
Meer winst wordt gemaakt door werkers voor hun werkgevers en
voor de bourgeoisie als geheel. Daarnaast staat het leven van
werknemers constant op het spel, omdat ze makkelijk kunnen
worden vervangen door andere arbeiders. Zo krijgen werknemers
geen sympathie meer, omdat ze anderen als een dreiging zien van
hun eigen bestaan als arbeider.
Maar niet alleen arbeiders zijn de dupe van vervreemding, kapitalisten
ook. Zij zijn namelijk slaaf aan de productie van kapitaal, want hun
levensactiviteit is gedreven door de opstapeling van kapitaal.
Toch zijn het de arbeiders die de vervreemding het directste ervaren. De
kapitalisten ervaren een vergrote prodcutie namelijk door de toename van
kapitaal als het bevestigen van hun eigen kracht en vaardigheden. Zo mis
interpreteren ze de vervreemding die kapitalisme veroorzaakt.
Ongelijkheid
Het objectieve verschil in positie tot kapitaal van kapitalisten en arbeiders
veroorzaakt volgens Marx de tegenovergestelde gedachten en polariseert