Hoofdstuk 2. Regelgeving
2.1 Inleiding
1. Het thema “wetgeving”
Pragmatisch benadering: ondanks dat wij kritisch naar rechtssociologie kijken, gaan wij er pragmatisch
mee om (wij zijn bewust van de gebreken)
Plaats van thema “Wetgeving”: in het recht/ rechtenstudie
• Beperkte rol van wetgeving: studie van de wet als zelfstandig onderwerp: bv.
totstandkoming/ effecten van de wet
• Studie van de wet als zelfstandig onderwerp: zelden onderwerp van juridisch onderzoek of
studie
• Waarom?
- Rechtspositivisme: regel wordt wet onder strikte voorwaarden: : door bevoegde,
democratisch gelegitimeerde instituties volgens in de (grond)wet vastgelegde
procedures (wie heeft de bevoegdheid regels te maken? Gemeente of raad?
Parlement of regering? 90% door ministers); gevolg: wat de wet voorschrijft
(ought), is werkelijkheid (is) voor jurist (sociologen: effecten van wet achteraf;
politicologen: totstandkoming wet)
- Inhoud en uitleg van de wet (incl. interpretatie/ afweging) = juridisch inscope
juristen
- Politieke proces vooraf; buiten het trrein van de jurist; wel voor politieke
wetenschappers
- Werking achteraf; buiten het terrein van de jurist; wel voor rechtssociologen
Plaats van thema “wetgeving”: in rechtssociologisch onderzoek
• Kloof tussen law in the books (verwijst naar het positief recht zoals dat door juristen
bestudeerd wordt) en law in action
o Recht in de werkelijkheid duidt op de feitelijke werking van rechtsregels in de
samenleving. Het onderscheid loopt vandaag niet enkel als een rode draad door
het onderzoek naar wetgeving maar lijkt wel een paradigma voor het
rechtsociologische onderzoek in het algemeen.
• Herhaalde bevindingen:
“Little is more predictable about the law than these gaps”: er is een verschil tussen
wetgeving en praktijk
2. Eerst rechtssociologisch onderzoek over wetgeving
Pril wetgevingsonderzoek : effectiviteit centraal
Aubert : evaluatie Noorse Wet op Huishoudelijk Personeel (1948)
o Ineffectieve wet
§ ‘gebrek aan tanden’ (geen handhaving vd wet
voorzien): er moeten sancties voorzien zijn.
§ gebrek aan kennis bij doelgroep (plus moeilijke taal).
§ Instrumentalisme houd geen rekening met de
intrinsieke complexiteit van de samenleving
o 5 voorwaarden voor effectieve wetgeving (hoorcollege 3).
o Studie vanuit rechtsinstrumentele benadering.
3. Latere rechtssociologische perspectieven
1) Kritiek op wetgevingstsunami vanaf 1980 (wetten die in het kader van de verzorgingsstaat tot stand komen)
• Is deregulering een oplossing? (tegenbeweging) (2.2)
2) Theorie van sociale werking van regels (Griffiths, Moore)
• De SL en haar verschillende geledingen (gezin, lokale gemeenschap enz) treden op als
informele wetgever
• Ze hebben een visie over de semi-autonome velden en het rechtspluralisme. hij noemt
dit de sociale werking van regels. Op de werkvloer van de samenleving worden sociale,
informele regels gecreëerd
1
, • Bv. stel je voor dat je een theorie kon ontwikkelen waarin je het recht uit de boeken zou
kunnen koppelen met het recht in actie, het onderzoek daarover ging altijd over dezelfde
kloof tussen the law in books en law in action. Misschien is het ook zo dat the law in the
books (statelijke recht, wetten gemaakt door de overheid), dat de samenleving een
belangrijke rol speelt m.b.t. de effectiviteit daarvan theorie om te verklaren onder welke
voorwaarden wetten effectief zullen zijn. Simpele vaststellingen: als je met de auto rijdt
in het donker, je ziet een auto rijden met gedoofde koplampen, de andere chauffeur is
vergeten zijn lichten aan te steken, wat doe je dan? Je rijdt er niet op, je gaat een lichtflits
ontketenen wanneer op deze wijze burgers handhavers worden, kunnen we gerust zijn
dat de wet effectief zal zijn
• Informele regels uit de samenleving kunnen niet enkel stateljke wetgeving tegenwerken
maar ook ondersteunen
• Ze hebben een visie over de semi-autonome velden en het rechtspluralisme. hij noemt
dit de sociale werking van regels. Op de werkvloer van de samenleving worden sociale,
informele regels gecreëerd
• Gewone burgers als ‘handhaver’ op informele wijze, wetten van de overheid worden meer
effectief.
Ze kijken toe op de naleving van bepaalde statelijke normen, ze dragen bij aan de
handhaving van bv verkeerswetgeving. –> DUS statelijk recht verder bouwen op
sociale normen is zeer efffectief want de samenleving hanteert dit al.
Dan heb je zo een secundaire mobilisatie van de handhaving.
• De methoden behoren tot hedendaagse strategieën voor ‘betere regelgeving’ zoals wetsevaluatie ex
ante en ex post. Recent wordt daarnaast veel aandacht besteed door belanghebbende te consulteren.
• De toekomst van rechtssociologische benadering van regelgeving hangt nauw samen met de manier
waarop ingespeeld wordt op een aantal complexe ontwikkelingen.
• Deze toekomst hangt samen met
De globalisering of transnationalisering van de rechtsorde
Verregaande private normstelling
Technologische ontwikkelingen
Verdere ontwikkeling regulatory state de shift van government naar gouverneur.
3) De expressieve en de communicatie functie van het recht
• Rechtsfilosoof W. van der Burg (2001;2005)
Interactieve benadering tot het recht: als het gaat over waarden, moet de
wetgever zeggen dat de OH een debat erover maakt; dat de wetgever niet
zomaar iets gaat opleggen
Expressieve (wetgeving drukt fundamentele waarden uit die belangrijk zijn voor de
samenleving) en communicatieve functie: symbolische functie van het recht
alle wetten zijn symbolisch, geen zwart-wit ding;
• Expressieve functie
De wet drukt wat essentieel wordt bevonden; de fundamentele waarden die een
gemeenschap willen koesteren
Een wet drukt gedeelde waarden uit identiteit via gezaghebbende teksten
Belgische context: In België bestaat de doodstraf niet meer; de nationale talen (niet
alleen instrument, maar ook belangrijke symbolen en de manier waarop de
taalwetgeving is georganiseerd, is deel van wat België is)
VS: right to carry arms (2nd amendment): belangrijk; hangt samen met een idee
over wat Amerika als een land is; deel van het vrije land dat ze zijn
• Communicatieve functie
2
2.1 Inleiding
1. Het thema “wetgeving”
Pragmatisch benadering: ondanks dat wij kritisch naar rechtssociologie kijken, gaan wij er pragmatisch
mee om (wij zijn bewust van de gebreken)
Plaats van thema “Wetgeving”: in het recht/ rechtenstudie
• Beperkte rol van wetgeving: studie van de wet als zelfstandig onderwerp: bv.
totstandkoming/ effecten van de wet
• Studie van de wet als zelfstandig onderwerp: zelden onderwerp van juridisch onderzoek of
studie
• Waarom?
- Rechtspositivisme: regel wordt wet onder strikte voorwaarden: : door bevoegde,
democratisch gelegitimeerde instituties volgens in de (grond)wet vastgelegde
procedures (wie heeft de bevoegdheid regels te maken? Gemeente of raad?
Parlement of regering? 90% door ministers); gevolg: wat de wet voorschrijft
(ought), is werkelijkheid (is) voor jurist (sociologen: effecten van wet achteraf;
politicologen: totstandkoming wet)
- Inhoud en uitleg van de wet (incl. interpretatie/ afweging) = juridisch inscope
juristen
- Politieke proces vooraf; buiten het trrein van de jurist; wel voor politieke
wetenschappers
- Werking achteraf; buiten het terrein van de jurist; wel voor rechtssociologen
Plaats van thema “wetgeving”: in rechtssociologisch onderzoek
• Kloof tussen law in the books (verwijst naar het positief recht zoals dat door juristen
bestudeerd wordt) en law in action
o Recht in de werkelijkheid duidt op de feitelijke werking van rechtsregels in de
samenleving. Het onderscheid loopt vandaag niet enkel als een rode draad door
het onderzoek naar wetgeving maar lijkt wel een paradigma voor het
rechtsociologische onderzoek in het algemeen.
• Herhaalde bevindingen:
“Little is more predictable about the law than these gaps”: er is een verschil tussen
wetgeving en praktijk
2. Eerst rechtssociologisch onderzoek over wetgeving
Pril wetgevingsonderzoek : effectiviteit centraal
Aubert : evaluatie Noorse Wet op Huishoudelijk Personeel (1948)
o Ineffectieve wet
§ ‘gebrek aan tanden’ (geen handhaving vd wet
voorzien): er moeten sancties voorzien zijn.
§ gebrek aan kennis bij doelgroep (plus moeilijke taal).
§ Instrumentalisme houd geen rekening met de
intrinsieke complexiteit van de samenleving
o 5 voorwaarden voor effectieve wetgeving (hoorcollege 3).
o Studie vanuit rechtsinstrumentele benadering.
3. Latere rechtssociologische perspectieven
1) Kritiek op wetgevingstsunami vanaf 1980 (wetten die in het kader van de verzorgingsstaat tot stand komen)
• Is deregulering een oplossing? (tegenbeweging) (2.2)
2) Theorie van sociale werking van regels (Griffiths, Moore)
• De SL en haar verschillende geledingen (gezin, lokale gemeenschap enz) treden op als
informele wetgever
• Ze hebben een visie over de semi-autonome velden en het rechtspluralisme. hij noemt
dit de sociale werking van regels. Op de werkvloer van de samenleving worden sociale,
informele regels gecreëerd
1
, • Bv. stel je voor dat je een theorie kon ontwikkelen waarin je het recht uit de boeken zou
kunnen koppelen met het recht in actie, het onderzoek daarover ging altijd over dezelfde
kloof tussen the law in books en law in action. Misschien is het ook zo dat the law in the
books (statelijke recht, wetten gemaakt door de overheid), dat de samenleving een
belangrijke rol speelt m.b.t. de effectiviteit daarvan theorie om te verklaren onder welke
voorwaarden wetten effectief zullen zijn. Simpele vaststellingen: als je met de auto rijdt
in het donker, je ziet een auto rijden met gedoofde koplampen, de andere chauffeur is
vergeten zijn lichten aan te steken, wat doe je dan? Je rijdt er niet op, je gaat een lichtflits
ontketenen wanneer op deze wijze burgers handhavers worden, kunnen we gerust zijn
dat de wet effectief zal zijn
• Informele regels uit de samenleving kunnen niet enkel stateljke wetgeving tegenwerken
maar ook ondersteunen
• Ze hebben een visie over de semi-autonome velden en het rechtspluralisme. hij noemt
dit de sociale werking van regels. Op de werkvloer van de samenleving worden sociale,
informele regels gecreëerd
• Gewone burgers als ‘handhaver’ op informele wijze, wetten van de overheid worden meer
effectief.
Ze kijken toe op de naleving van bepaalde statelijke normen, ze dragen bij aan de
handhaving van bv verkeerswetgeving. –> DUS statelijk recht verder bouwen op
sociale normen is zeer efffectief want de samenleving hanteert dit al.
Dan heb je zo een secundaire mobilisatie van de handhaving.
• De methoden behoren tot hedendaagse strategieën voor ‘betere regelgeving’ zoals wetsevaluatie ex
ante en ex post. Recent wordt daarnaast veel aandacht besteed door belanghebbende te consulteren.
• De toekomst van rechtssociologische benadering van regelgeving hangt nauw samen met de manier
waarop ingespeeld wordt op een aantal complexe ontwikkelingen.
• Deze toekomst hangt samen met
De globalisering of transnationalisering van de rechtsorde
Verregaande private normstelling
Technologische ontwikkelingen
Verdere ontwikkeling regulatory state de shift van government naar gouverneur.
3) De expressieve en de communicatie functie van het recht
• Rechtsfilosoof W. van der Burg (2001;2005)
Interactieve benadering tot het recht: als het gaat over waarden, moet de
wetgever zeggen dat de OH een debat erover maakt; dat de wetgever niet
zomaar iets gaat opleggen
Expressieve (wetgeving drukt fundamentele waarden uit die belangrijk zijn voor de
samenleving) en communicatieve functie: symbolische functie van het recht
alle wetten zijn symbolisch, geen zwart-wit ding;
• Expressieve functie
De wet drukt wat essentieel wordt bevonden; de fundamentele waarden die een
gemeenschap willen koesteren
Een wet drukt gedeelde waarden uit identiteit via gezaghebbende teksten
Belgische context: In België bestaat de doodstraf niet meer; de nationale talen (niet
alleen instrument, maar ook belangrijke symbolen en de manier waarop de
taalwetgeving is georganiseerd, is deel van wat België is)
VS: right to carry arms (2nd amendment): belangrijk; hangt samen met een idee
over wat Amerika als een land is; deel van het vrije land dat ze zijn
• Communicatieve functie
2