''Studie van de geest" (wetenschappelijke studie van de geest en verdrag)
Een stimulus is elke prikkel uit de omgeving of uit het lichaam die een reactie oproept
bij een organisme.
H1:
Drie soorten psychologen
- Experimenteel psychologen
- Psychologische docenten
- Toegepast psychologen
Verschil tussen psychiater en een psycholoog
Psychiater mag medicatie voorschrijven omdat hij medicijnen heeft gestudeerd een
psycholoog heeft dit niet dus mag dit dan ook niet.
Waar gaat psychologie over?
- Gedachten: intern proces > niet observeerbaar
- Gevoel: intern proces > niet observeerbaar
- Gedrag: extern proces > wel observeerbaar
Wilhelm Wundt leidde in 1879 het eerste psychologische laboratorium
Pseudopsychologie betekent letterlijk schijnpsychologie. Het gaat om ideeën,
methodes of theorieën die lijken op psychologie, maar die niet wetenschappelijk
onderbouwd zijn.
,6 perspectieven
- Biologisch perspectief
- Oorzaak, gedrag in zenuwstelsel, endocriene stelsel(hormonen) en de genen
- Scheiding van lichaam en de geest
- Cognitief perspectief
- Aandacht voor: leren, geheugen, sensatie, perceptie, taal en denken
- Nadruk op informatieverwerking
- Gedachten leiden tot gevoel en gedrag
- Behavioristisch perspectief
- Waarneembaar gedrag
- Gedrag is aangeleerd
- Bijdrage in het begrijpen hoe mensen gedrag leren
- Vanuit de gehele persoon
A. Psychodynamisch (Sigmund Freud)
- Onbewuste geest
- Psychoanalyse
- Nadruk op geestelijke stoornissen (psychopathologie)
B. Humanistische psychologie (Carl Rogers en Abraham Maslow)
- Nadruk op mogelijkheden, groei, potenties, optimaal gebruik maken van
talenten
C. Psychologie van karaktertrekken en temperament
- Verschil tussen mensen ontstaan uit verschillen in blijvende kenmerken
en neigingen die karaktertrekken en temperamenten worden genoemd.
- Ontwikkelingsperspectief
- Nature < - > Nurture
- Mensen veranderen op voorspelbare wijze naarmate de invloeden van
erfelijkheid en omgeving zich in de loop van de tijd ontplooien
- Levenslooppsychologie
- Socioculturele perspectief
- Sociale invloeden
- Cultuur en culturele verschillen
Samen vormen zij een holistisch beeld
,H2:
Alle zintuigen heb drie kenmerken met elkaar gemeen: Transductie, sensorische
adaptie en drempels. Deze kenmerken bepalen welke stimuli in sensaties worden
omgezet, wat de kwaliteit en het effect van die sensaties zullen zijn en of ze tot ons
bewust zij door dringen.
Sensatie en Perceptie:
- Sensatie - sensorische fase (gewaarwording)
- Perceptie – perceptuele fase (eigenlijke waarneming en interpretatie)
Waarnemen:
- Zintuiglijke indrukken zijn neurale representaties, geen werkelijke stimuli.
- Niet rechtstreeks in de hersenen.
Externe stimuli kunnen de hersenen nooit rechtstreeks bereiken. Alle informatie die de
zintuigen opvangen, wordt door neuronen in de vorm van neurale impulsen naar de
hersenen verstuurd.
Transductie: omvorming van fysische energie in neurale (zenuw) impulsen (omvorming)
- Stimulatie van zintuig
- Activatie van receptoren
- Transductie (plaats in receptoren)
- Sensatie
- Perceptie
Sensorische adaptie: aanpassing bij langdurige prikkeling
Waarnemingsdrempels:
- Absolute drempel (minimale waarde die ''iets'' moet hebben om waarneembaar
te zijn)
- Juist waarneembaar verschil (JWV) > verschildrempel (kan als verschil
opgemerkt worden)
- Wet van Weber (hoe groter of hoe sterker des ter meer radiatie die er moet zijn
om verschil te merken)
- Signaaldetectietheorie > of we iets waarnemen hangt af van:
- Stimulus
- Achtergrond
- Detector
Zintuigen:
- Fysische stimulatie omzetten in neurale impulsen
- Gevoeliger voor verandering dan constante stimuli.
, - Onderscheiden zich door soort stimuli en gespecialiseerde verwerkingsgebieden
in de hersenen
Gezichtsvermogen:
- We kijken met onze ogen, maar we zien met onze hersenen.
- Verwerking lichtgolven visuele cortex
Perceptie geeft betekenis aan sensatie:
- Beeldvorming/ Percept
Perceptuele verwerking door:
- Wat (object en context) en waar (locatie in de ruimte/ten opzichte van ons
lichaam) route.
- Blindzicht: doet zich voor wanneer de waar-route onbewust kan opereren
- Kenmerkdetectoren (bijv. Voor gezichten)
- Bottum-up -> Stimulusgestuurde verwerking (bijv. Kenmerken van de prikkel
leidt; de stimulus en niet de geest) (of zonder verwachtingen ergens ingaan)
- Top-down -> Conceptueel gestuurd (bijv. afhankelijk bent van een beeld of idee
in je hoofd om een stimulus te interpreteren)
- Perceptuele constantie (voor kleur, grootte, vorm en plaats)
Doel van perceptie is een accurate grip op de wereld.
Door perceptuele illusies kan je een verkeerd beeld van iets krijgen.