Samenvatting Interculturele
communicatie
Hoofdstuk 1 Cultuur, communicatie en
wereldburgerschap
1.1 Cultuur: zichtbaar en onzichtbaar
Cultuur kan je zien als een ui met verschillende lagen (Schein, 2004)
1. Buitenste laag: Tastbare zaken of artefacten, ze zijn eenvoudig waar te
nemen en handig om te weten (het valt meteen op, fietspaden, lunch)
2. Normen en waarden:
Normen: gaan over hoe je je gedraagt op basis van de waarden.
Waarden: gaan over wat je belangrijk vindt.
3. Basiswaarden: abstract en onzichtbaar. Het gaat om bewustwording van de
basiswaarden van onze cultuur en herkenning van andere culturen.
1.2 Definitie van cultuur
Cultuur met grote C = kunst, muziek, bouwkunst
Cultuur met kleine c = patronen van denken, voelen en handelen die we hebben
aangeleerd.
Cultuur: de collectieve mentale programmering die de leden van een groep
onderscheidt van die andere groepen.
Collectief > groep en subgroepen
1.3 Culturele programmering
Veel van de programmering gaat via opvoeding. Sommige dingen leer je
door socialisatie, door met anderen om te gaan. Ook worden we via
normen en waarden cultureel geprogrammeerd. (Voor oude mensen
opstaan in de bus.) Een deel gaat ook via waarneming, door om ons heen
te kijken.
Er zijn 3 niveaus van programmering:
- Individueel
- Cultuur
- Menselijke natuur
1.4 Cultuur, subculturen, Multi-identiteiten en
intersectionaliteit.
Voorbeelden subculturen:
- Land - Sociale klasse
, - Beroep - geloof
Culturen kunnen elkaar ook overlappen. Een open houding helpt ook om
meer identiteiten te begrijpen.
Intersectionaliteit: erkent dat elke persoon meerdere identiteiten heeft.
Onze identiteiten overlappen elkaar en kruisen elkaar in intersecties op
unieke wijze. Intersectionaliteit laat zien dat verschillende vormen van
zowel discriminatie als privileges elkaar vaak kruisen in intersecties en
opeenstapelingen van uitdagingen creëren voor mensen met meerdere
identiteiten. (Huidskleur, man of vrouw)
Inzicht in intersectionaliteit in diversiteit bevordert inclusiviteit, gelijkheid
en rechtvaardigheid voor alle individuen.
Wat is billijkheid/rechtvaardigheid?: Eerlijkheid, het gaat erom dat
iedereen krijgt wat zij nodig hebben om de kwaliteit van hun situatie te
verbeteren.
Cultureel diverse teams kunnen zowel slecht als uitstekend presteren.
Zonder goede aansturing en aandacht voor culturele verschillen ontstaan
misverstanden en conflicten. Met professionele leiding, interculturele
training en waardering voor diversiteit worden ze juist creatiever,
effectiever en dynamischer
1.5 Interculturele communicatie
Alle communicatie valt binnen een context.
Interculturele communicatie: communicatie tussen zenders en ontvangers
uit verschillende culturen. Goede culturele communicatie vereist een
intercultureel sensitieve houding, kennis van verschillende culturen en ook
vaardigheden in het veranderen van referentiekader.
Door cultuur verschillen en verschil in basiswaarden is er snel kans op
miscommunicatie.
, 1.6 Communicatieruis en culturele ruis
Soms wordt communicatie verstoord door ruis.
Ruis: Alles wat de boodschap verstoort of blokkeert, wat de ontvanger
afleidt of wat ervoor zorgt dat de boodschap niet begrepen wordt.
Externe of fysieke ruis
- Verstoring vanuit de omgeving, ontvanger zal je moeilijk begrijpen.
Interne of psychologische ruis
- Omvat emoties, zorgen of persoonlijke vooroordelen die je ervan
weerhoudenecht aandacht te hebben voor wat wordt
gecommuniceerd.
Culturele ruis
- Wanneer verschillen in culturele programmering de boodschap
beïnvloeden.
1.7 TOPOI-model, een interventie bij culturele ruis
Gebruik de 5 letters en het gebied waarvoor ze staan als een checklist om
te reflecteren op een misverstand.
Stel dan de 3 sleutelvragen voor interventie:
1. Wat is het misverstand?
2. Wat is het aandeel van de ander in het misverstand?
3. Wat is de invloed van de sociale omgeving – de normen, waarden en
heersende opvattingen?
T staat voor taal
Het gaat over betekenis – het taalaspect van communicatie, verbaal en
non-verbaal.
Verbale taal: Heeft duidelijk vastgelegde betekenissen, die je kunt
opzoeken in een woordenboek. Verbale taal komt vaat voor in
misverstanden omdat het verschillende betekenissen kan hebben
Non-verbale taal: niet formeel vastgelegd in een woordenboek, en kan
behoorlijk verschillen in betekenis en interpretatie, zeker tussen
verschillende culturen.
O staat voor ordening
Het gaat over de zienswijze van elk van de deelnemers. Wat is iedereens
kijk, normen en waarden. Belang van O is dat er nooit 1 waarheid of
werkelijkheid is. Voor iedereen is het anders.
P staat voor personen
Het relationele gedeelte van het gesprek. De relatie kan de betekenis van
wat wordt gezegd bepalen of veranderen.
Symmetrische relaties: zijn alle relaties tussen gelijken. Vrienden, broers,
klasgenoten.
communicatie
Hoofdstuk 1 Cultuur, communicatie en
wereldburgerschap
1.1 Cultuur: zichtbaar en onzichtbaar
Cultuur kan je zien als een ui met verschillende lagen (Schein, 2004)
1. Buitenste laag: Tastbare zaken of artefacten, ze zijn eenvoudig waar te
nemen en handig om te weten (het valt meteen op, fietspaden, lunch)
2. Normen en waarden:
Normen: gaan over hoe je je gedraagt op basis van de waarden.
Waarden: gaan over wat je belangrijk vindt.
3. Basiswaarden: abstract en onzichtbaar. Het gaat om bewustwording van de
basiswaarden van onze cultuur en herkenning van andere culturen.
1.2 Definitie van cultuur
Cultuur met grote C = kunst, muziek, bouwkunst
Cultuur met kleine c = patronen van denken, voelen en handelen die we hebben
aangeleerd.
Cultuur: de collectieve mentale programmering die de leden van een groep
onderscheidt van die andere groepen.
Collectief > groep en subgroepen
1.3 Culturele programmering
Veel van de programmering gaat via opvoeding. Sommige dingen leer je
door socialisatie, door met anderen om te gaan. Ook worden we via
normen en waarden cultureel geprogrammeerd. (Voor oude mensen
opstaan in de bus.) Een deel gaat ook via waarneming, door om ons heen
te kijken.
Er zijn 3 niveaus van programmering:
- Individueel
- Cultuur
- Menselijke natuur
1.4 Cultuur, subculturen, Multi-identiteiten en
intersectionaliteit.
Voorbeelden subculturen:
- Land - Sociale klasse
, - Beroep - geloof
Culturen kunnen elkaar ook overlappen. Een open houding helpt ook om
meer identiteiten te begrijpen.
Intersectionaliteit: erkent dat elke persoon meerdere identiteiten heeft.
Onze identiteiten overlappen elkaar en kruisen elkaar in intersecties op
unieke wijze. Intersectionaliteit laat zien dat verschillende vormen van
zowel discriminatie als privileges elkaar vaak kruisen in intersecties en
opeenstapelingen van uitdagingen creëren voor mensen met meerdere
identiteiten. (Huidskleur, man of vrouw)
Inzicht in intersectionaliteit in diversiteit bevordert inclusiviteit, gelijkheid
en rechtvaardigheid voor alle individuen.
Wat is billijkheid/rechtvaardigheid?: Eerlijkheid, het gaat erom dat
iedereen krijgt wat zij nodig hebben om de kwaliteit van hun situatie te
verbeteren.
Cultureel diverse teams kunnen zowel slecht als uitstekend presteren.
Zonder goede aansturing en aandacht voor culturele verschillen ontstaan
misverstanden en conflicten. Met professionele leiding, interculturele
training en waardering voor diversiteit worden ze juist creatiever,
effectiever en dynamischer
1.5 Interculturele communicatie
Alle communicatie valt binnen een context.
Interculturele communicatie: communicatie tussen zenders en ontvangers
uit verschillende culturen. Goede culturele communicatie vereist een
intercultureel sensitieve houding, kennis van verschillende culturen en ook
vaardigheden in het veranderen van referentiekader.
Door cultuur verschillen en verschil in basiswaarden is er snel kans op
miscommunicatie.
, 1.6 Communicatieruis en culturele ruis
Soms wordt communicatie verstoord door ruis.
Ruis: Alles wat de boodschap verstoort of blokkeert, wat de ontvanger
afleidt of wat ervoor zorgt dat de boodschap niet begrepen wordt.
Externe of fysieke ruis
- Verstoring vanuit de omgeving, ontvanger zal je moeilijk begrijpen.
Interne of psychologische ruis
- Omvat emoties, zorgen of persoonlijke vooroordelen die je ervan
weerhoudenecht aandacht te hebben voor wat wordt
gecommuniceerd.
Culturele ruis
- Wanneer verschillen in culturele programmering de boodschap
beïnvloeden.
1.7 TOPOI-model, een interventie bij culturele ruis
Gebruik de 5 letters en het gebied waarvoor ze staan als een checklist om
te reflecteren op een misverstand.
Stel dan de 3 sleutelvragen voor interventie:
1. Wat is het misverstand?
2. Wat is het aandeel van de ander in het misverstand?
3. Wat is de invloed van de sociale omgeving – de normen, waarden en
heersende opvattingen?
T staat voor taal
Het gaat over betekenis – het taalaspect van communicatie, verbaal en
non-verbaal.
Verbale taal: Heeft duidelijk vastgelegde betekenissen, die je kunt
opzoeken in een woordenboek. Verbale taal komt vaat voor in
misverstanden omdat het verschillende betekenissen kan hebben
Non-verbale taal: niet formeel vastgelegd in een woordenboek, en kan
behoorlijk verschillen in betekenis en interpretatie, zeker tussen
verschillende culturen.
O staat voor ordening
Het gaat over de zienswijze van elk van de deelnemers. Wat is iedereens
kijk, normen en waarden. Belang van O is dat er nooit 1 waarheid of
werkelijkheid is. Voor iedereen is het anders.
P staat voor personen
Het relationele gedeelte van het gesprek. De relatie kan de betekenis van
wat wordt gezegd bepalen of veranderen.
Symmetrische relaties: zijn alle relaties tussen gelijken. Vrienden, broers,
klasgenoten.