De humanistische benadering
1.1.1 Uitgangspunten en basisbegrippen
1.1.Ons gedrag, onze gevoelens, onze gedachten en onze interacties
worden bepaald vanuit betekenissen
Belangrijkste idee: Ons gedrag, onze gevoelens, gedachten en interacties
worden bepaald door de betekenis die we geven aan wat we meemaken
Subjectief perspectief: Iedereen interpreteert situaties anders deze
individuele beleving staat centraal in humanistische psychologie
Focus in hulpverlening:
o Niet alleen kijken naar observeerbaar gedrag, maar vooral naar hoe
iemand een situatie ervaart
o Hulpverleners vragen naar persoonlijke betekenis en spreken daar geen
oordeel over uit
Voorbeelden
1. Incestonderzoek:
o Sociaal werker richt zich niet alleen op feiten, maar vooral op hoe het
slachtoffer de situatie beleeft en welke impact dit heeft
2. Dagelijks voorbeeld:
o Kind huilt omdat vriendje zijn autootje heeft afgepakt.
o Papa reageert niet op feiten, maar op de beleving van het kind:
“Dat vind je vervelend hè. Je vindt het zeker niet erg aardig van hem.”
1.2. Ons gedrag, onze gevoelens, onze gedachten en onze interacties
worden bepaad vanuit onze vrije wil
Kernidee
Menselijke vrijheid centraal: Mensen kunnen eigen keuzes maken en zijn niet
volledig bepaald door verleden, het onbewuste of leerprocessen
Existentiële vrijheid:
o Gaat om de vrijheid om je eigen leven vorm te geven en keuzes te maken
o Vrijheid ≠ willekeurig komt met verantwoordelijkheid
Zelfverantwoordelijkheid:
, o Mensen zijn verantwoordelijk voor eigen beslissingen
o Humanistische psychologen hebben vertrouwen in zelfredzaamheid en
zelfhelende vermogen van mensen
Belangrijke inzichten van humanistische psychologen
1. Carl Rogers (1961):
Volledig functionerende mensen kiezen spontaan en vrijwillig het goede
Hoe meer iemand het “goede leven” leidt, hoe meer vrijheid van keuze
hij/zij ervaart en effectief kan toepassen in gedrag
2. Eugene Gendlin (1926-2017):
Keuzes maken o.b.v. van lichamelijk ervaren wijsheid: luisteren naar
lichamelijke en intuïtieve signalen
Lichamelijk ervaren helpt om belangrijke beslissingen te nemen en wordt
daarna in taal vertaald
Samengevat
Mensen hebben innerlijk kompas dat hen kan leiden naar wat goed is voor hen
Vertrouwen op deze innerlijke wijsheid helpt om beter vooruit te komen in leven
1.3. Een humanistische benadering gaat uit van een ontwikkelings-/
groei-/ procesmodel
Kernidee
Mens als groeibeest: als bloembol kan uitgroeien tot een plant bij voldoende
verzorging ook elk mens een aangeboren groeipotentieel
Positieve sturing: Mensen hebben van nature een neiging tot positieve
ontwikkeling, ondanks defensief of destructief gedrag in sommige situaties
Zelfactualisatie: mens streeft ernaar zijn aangeboren capaciteiten, talenten en
mogelijkheden te ontplooien en gelukkig te zijn
Belangrijke inzichten van Carl Rogers
Mensen hebben innerlijke kern die hen drijft tot groei
Door deze innerlijke neiging tot ontwikkeling bereiken mensen:
o Betere integratie van zichzelf en effectiever functioneren
, o Steeds meer overeenstemming met wie ze willen zijn
o Groter zelfvertrouwen en zelfsturing
o Unieke en zelfexpressieve persoonlijkheid
o Betere omgang met levensproblemen en meer innerlijke rust
Dynamische persoonlijkheid
Doorlopend proces: Groei stopt nooit ontwikkeling beperkt zich niet tot
kinderjaren
Zelfgestuurde ontwikkeling: Het ‘ware zelf’ = voortdurend in ontwikkeling en
open voor nieuwe ervaringen
Begeleiding: Anderen kunnen helpen inzicht te vergroten of mogelijke
consequenties aan te tonen, maar mens moet zelf de stappen zetten in zijn
ontwikkelingsproces
1.4. Een humanistische benadering probeert de mens als geheel te zien
Kernidee
Holistisch perspectief: humanistische benadering kijkt naar mens als 1
geheel en niet afzonderlijke delen (↔ reductionisme)
Complexe wezens: Gedrag, gevoelens, gedachten en interacties zijn met elkaar
verbonden en beïnvloeden elkaar continu
Belangrijke inzichten
Veranderingen in 1 deel van geheel (bv. lichamelijk) beïnvloeden automatisch
andere delen (bv.psychisch en emotioneel)
sociale, emotionele, lichamelijke en psychische functioneren kunnen niet los van
elkaar worden gezien
Volgens Rogers: gedrag, gevoelens en gedachten zijn het resultaat van totale
rijkdom aan ervaringen, niet van losse elementen zoals herinneringen of
emoties
Doel
Balans en integratie: Denken, voelen en handelen idealiter in balans brengen
lichaam en geest integreren in het ‘zelf’
Zo kan mens uniek en subjectief betekenis geven aan ervaringen en
beleving
1.1.1 Uitgangspunten en basisbegrippen
1.1.Ons gedrag, onze gevoelens, onze gedachten en onze interacties
worden bepaald vanuit betekenissen
Belangrijkste idee: Ons gedrag, onze gevoelens, gedachten en interacties
worden bepaald door de betekenis die we geven aan wat we meemaken
Subjectief perspectief: Iedereen interpreteert situaties anders deze
individuele beleving staat centraal in humanistische psychologie
Focus in hulpverlening:
o Niet alleen kijken naar observeerbaar gedrag, maar vooral naar hoe
iemand een situatie ervaart
o Hulpverleners vragen naar persoonlijke betekenis en spreken daar geen
oordeel over uit
Voorbeelden
1. Incestonderzoek:
o Sociaal werker richt zich niet alleen op feiten, maar vooral op hoe het
slachtoffer de situatie beleeft en welke impact dit heeft
2. Dagelijks voorbeeld:
o Kind huilt omdat vriendje zijn autootje heeft afgepakt.
o Papa reageert niet op feiten, maar op de beleving van het kind:
“Dat vind je vervelend hè. Je vindt het zeker niet erg aardig van hem.”
1.2. Ons gedrag, onze gevoelens, onze gedachten en onze interacties
worden bepaad vanuit onze vrije wil
Kernidee
Menselijke vrijheid centraal: Mensen kunnen eigen keuzes maken en zijn niet
volledig bepaald door verleden, het onbewuste of leerprocessen
Existentiële vrijheid:
o Gaat om de vrijheid om je eigen leven vorm te geven en keuzes te maken
o Vrijheid ≠ willekeurig komt met verantwoordelijkheid
Zelfverantwoordelijkheid:
, o Mensen zijn verantwoordelijk voor eigen beslissingen
o Humanistische psychologen hebben vertrouwen in zelfredzaamheid en
zelfhelende vermogen van mensen
Belangrijke inzichten van humanistische psychologen
1. Carl Rogers (1961):
Volledig functionerende mensen kiezen spontaan en vrijwillig het goede
Hoe meer iemand het “goede leven” leidt, hoe meer vrijheid van keuze
hij/zij ervaart en effectief kan toepassen in gedrag
2. Eugene Gendlin (1926-2017):
Keuzes maken o.b.v. van lichamelijk ervaren wijsheid: luisteren naar
lichamelijke en intuïtieve signalen
Lichamelijk ervaren helpt om belangrijke beslissingen te nemen en wordt
daarna in taal vertaald
Samengevat
Mensen hebben innerlijk kompas dat hen kan leiden naar wat goed is voor hen
Vertrouwen op deze innerlijke wijsheid helpt om beter vooruit te komen in leven
1.3. Een humanistische benadering gaat uit van een ontwikkelings-/
groei-/ procesmodel
Kernidee
Mens als groeibeest: als bloembol kan uitgroeien tot een plant bij voldoende
verzorging ook elk mens een aangeboren groeipotentieel
Positieve sturing: Mensen hebben van nature een neiging tot positieve
ontwikkeling, ondanks defensief of destructief gedrag in sommige situaties
Zelfactualisatie: mens streeft ernaar zijn aangeboren capaciteiten, talenten en
mogelijkheden te ontplooien en gelukkig te zijn
Belangrijke inzichten van Carl Rogers
Mensen hebben innerlijke kern die hen drijft tot groei
Door deze innerlijke neiging tot ontwikkeling bereiken mensen:
o Betere integratie van zichzelf en effectiever functioneren
, o Steeds meer overeenstemming met wie ze willen zijn
o Groter zelfvertrouwen en zelfsturing
o Unieke en zelfexpressieve persoonlijkheid
o Betere omgang met levensproblemen en meer innerlijke rust
Dynamische persoonlijkheid
Doorlopend proces: Groei stopt nooit ontwikkeling beperkt zich niet tot
kinderjaren
Zelfgestuurde ontwikkeling: Het ‘ware zelf’ = voortdurend in ontwikkeling en
open voor nieuwe ervaringen
Begeleiding: Anderen kunnen helpen inzicht te vergroten of mogelijke
consequenties aan te tonen, maar mens moet zelf de stappen zetten in zijn
ontwikkelingsproces
1.4. Een humanistische benadering probeert de mens als geheel te zien
Kernidee
Holistisch perspectief: humanistische benadering kijkt naar mens als 1
geheel en niet afzonderlijke delen (↔ reductionisme)
Complexe wezens: Gedrag, gevoelens, gedachten en interacties zijn met elkaar
verbonden en beïnvloeden elkaar continu
Belangrijke inzichten
Veranderingen in 1 deel van geheel (bv. lichamelijk) beïnvloeden automatisch
andere delen (bv.psychisch en emotioneel)
sociale, emotionele, lichamelijke en psychische functioneren kunnen niet los van
elkaar worden gezien
Volgens Rogers: gedrag, gevoelens en gedachten zijn het resultaat van totale
rijkdom aan ervaringen, niet van losse elementen zoals herinneringen of
emoties
Doel
Balans en integratie: Denken, voelen en handelen idealiter in balans brengen
lichaam en geest integreren in het ‘zelf’
Zo kan mens uniek en subjectief betekenis geven aan ervaringen en
beleving