Inleiding & eerste 1000 dagen
Gezinspedagogiek = het gaat om de normale ontwikkeling van kinderen
in verschillende specifieke opvoedingscontexten, zowel binnen als buiten
het gezin (kinderopvang, gastgezin etc.).
Wat normaal is verschilt per cultuur, verandert door de tijd heen en is heel
divers. We moeten normaal breed opvatten en veel valt binnen dit
normaal.
Veranderingen door de tijd heen – samenstelling – hoe ziet een gezin
eruit?
Traditionele gezin bestaat uit een moeder, vader en kinderen.
Edward Shorter (1975) – jaren 70 dat het traditionele gezinsleven als de
norm en als ideaal aan het verdwijnen was en stichtte daarmee een heel
nieuw onderzoek discipline: de gezinsgeschiedenis.
- Niet langer gebruikelijk dat een gezin bestaat uit een vader, moeder
en enkele kinderen, zoals het traditionele gezin
- Moderne gezin – relatief minder stabiliteit door toenemende
individualiteit.
Vanaf tweede helft van de 19e eeuw ontwikkelingen waardoor
gezinssamenstellingen veranderden:
- 1870-1920 – de eerste demografische transitie – de sterftecijfers
daalden en het was ongebruikelijker om te scheiden dan voorheen.
- 1900-1940 – 90% van de kinderen groeide op in het traditionele
kerngezin.
- 1960-1980 – de tweede demografische transitie – normen en
waarden ten aanzien van gezins- en relatievorming veranderden
door toenemende mate van individualisering, secularisering en
modernisering.
Tegenwoordig steeds meer gezinsvariaties (sinds 2020). Bijvoorbeeld:
eenoudergezinnen, samengestelde gezinnen, homoseksuele gezinnen,
pleeggezinnen en adoptiegezinnen etc.
Steeds meer opvoedtrends op de media: genlte parenting, attachment
parenting, curlingouderschap, tradwives etc.
Mishandeling en verwaarlozing van kinderen door hun ouders werd gezien
als de grootste oorzaken van psychische problemen en problematisch
gedrag van kinderen en jongeren.
,Opvoeding kent culturele verschillen – Bijvoorbeeld: Mbendjele, een
geïsoleerde gemeenschap in Congo, jagers en verzamelaars, baby’s
hebben daar wel 14 verschillende verzorgers.
De impact van opvoeding kent culturele verschillen – Bijvoorbeeld:
een onderzoek Lansford, fysiek disciplineren in Europees-Amerikaanse
gezinnen meer extranaliserende problemen kind en bij Afro-Amerikaanse
gezinnen juist niet. Effect van fysiek disciplineren lijkt vooral door de
context te komen.
Relevantie – Nederland is een superdiverse samenleving
- Wat is de invloed van al die gezins- en opvoedingsnormen voor de
ontwikkeling van een kind? Is het een beter dan het ander?
- Wat is normaal en wanneer is het niet meer normaal?
- Hoe kunnen we ouders zo goed mogelijk ondersteunen en wanneer
is dat dan nodig? Wat voor advies moeten we ze geven?
Normaliseren vs. Problematiseren – te onderscheiden wanneer er een
probleem is en leren wanneer het een variatie is op het normale.
De eerste 1000 dagen – vanaf 10 maanden voor de geboorte tot 2
jaar
Kansengelijkheid begint al in de baarmoeder – armoede, vroeggeboorte en
laag geboortegewicht.
Hoe slechter de basis is, hoe groter de kans is op latere problemen
Hoe beter de basis is, hoe groter de kans is op een gezond leven
Brein – regulatie – relaties – stress
Brein – In relatie tot de eerste 1000 dagen: verbindingen gevormd bij
start vormen basis voor latere verbindingen (use it or lose it oftewel,
hersenverbindingen die je niet gebruikt, verdwijnen uit je hersenen).
Het is veel makkelijker (en goedkoper) om op jonge leeftijd
hersenverbindingen te vormen, dan op latere leeftijd te moeten repareren.
Preventie zorgt voor problemen te voorkomen
Interventie zorgt ervoor dat problemen verminderen/oplossen
Regulatie – het ervaren, herkennen en doseren van sensaties, belevingen
en affecten (gevoelservaringen) van de ander en jezelf. Balans tussen
ontwikkelen en verwerken.
Co-regulatie: bijvoorbeeld: spiegelen, toon aanpassen en nabijheid
afstemmen etc.
,Still face experiment (Edward Tronick) - normale interactie, moeder stopt
met communicatie en hervatting met normale interactie.
Relaties – kwaliteit en stabiliteit relaties in de eerste 1000 dagen – basis
voor later op de sociale-, cognitieve- en emotionele ontwikkeling.
Stress – hoeft niet altijd slechte stress te zijn
Positieve stress – stress die een functie/doel heeft
Hanteerbare stress – heeft geen doel, maar is te hanteren door te
reguleren met je opvoeder
Toxische stress – ouders zijn afwezig en levert later problemen op
Beleid – overheidsbeleid
Steeds meer aandacht en overheidsbeleid. Bijvoorbeeld: Kansrijke start.
- Preventie – kostenbesparing
- Professionals en informeel netwerk ondersteunen (aanstaande)
ouders optimaal
Risicofactoren – wat brengt de goede basis mogelijk in gevaar
- Ongezonde leefstijl
- Specifieke kind factoren – een huilbaby
- Fysieke en/of medische problemen
- Laag-geletterdheid – moeite met lezen/schrijven etc.
- Stress
- Huiselijk geweld
- Eenouder- of samengesteld gezin
- Lage-sociale economische status
- Psychische problemen en/of licht verstandelijke beperking
Beschermende factoren – wat draagt juist bij aan een goede basis (het
beschermen van een kind tegen de risicofactoren)
- Veilige hechting
- Stabiel inkomen
- Goede partnerrelatie
- Vertrouwensrelatie met een professional
, - Verbonden met de buurt/community - onder andere sociale
netwerken
- Positieve relaties met familie
- Sociale competenties – makkelijk in de omgang
- Hulp kunnen vragen en accepteren
- Opvoedvaardigheden
- Veerkracht
Epigenetica = het belang van de eerste 1000 dagen is belangrijk. De
invloed van de moeder voor de geboorte van het kind. negatieve en
positieve invloed voor korte termijn en lange termijn van de ontwikkeling
van het kind (stress, voeding etc.)
Veerkracht = het vermogen van een kind om zich aan te passen aan
tegenslagen, zoals trauma’s vaak door steun van omgeving en
zelfregulatie van het kind.
Nuance: Noens & Ramaekers (2024)
- Zojuist behandeld - Wetenschappelijk onderbouwde feiten over de
eerste 1000 dagen
- Descriptief – beschrijvend
- Prescriptief? -> opvoedingsadviezen voorschrijven?
- Prescriptief – voorschrijvend
‘het punt is niet of zulke opvoedingsadviezen/gedragsvoorschriften goed
of slecht zijn: het punt is dat opvoeden, gevoed door een positivistisch
paradigma, steeds sterker verschijnt als een wetenschappelijk
onderbouwde onderneming met te volgen inzichten.’
Als je X doet, dan gebeurt/voorkom je Y – is dat altijd zo? Voorschrift
volgen – 100% garantie op succes?
Maakbare samenleving – preventie voorkomt alles? Problemen zijn de
schuld van ouders?
Eerste 1000 dagen; JA, maar nuance
Gehechtheid
Gehechtheid (hechting) = de affectieve en duurzame band tussen
opvoeder en kind, de opvoeder als veilige haven voor de nabijheid en
Gezinspedagogiek = het gaat om de normale ontwikkeling van kinderen
in verschillende specifieke opvoedingscontexten, zowel binnen als buiten
het gezin (kinderopvang, gastgezin etc.).
Wat normaal is verschilt per cultuur, verandert door de tijd heen en is heel
divers. We moeten normaal breed opvatten en veel valt binnen dit
normaal.
Veranderingen door de tijd heen – samenstelling – hoe ziet een gezin
eruit?
Traditionele gezin bestaat uit een moeder, vader en kinderen.
Edward Shorter (1975) – jaren 70 dat het traditionele gezinsleven als de
norm en als ideaal aan het verdwijnen was en stichtte daarmee een heel
nieuw onderzoek discipline: de gezinsgeschiedenis.
- Niet langer gebruikelijk dat een gezin bestaat uit een vader, moeder
en enkele kinderen, zoals het traditionele gezin
- Moderne gezin – relatief minder stabiliteit door toenemende
individualiteit.
Vanaf tweede helft van de 19e eeuw ontwikkelingen waardoor
gezinssamenstellingen veranderden:
- 1870-1920 – de eerste demografische transitie – de sterftecijfers
daalden en het was ongebruikelijker om te scheiden dan voorheen.
- 1900-1940 – 90% van de kinderen groeide op in het traditionele
kerngezin.
- 1960-1980 – de tweede demografische transitie – normen en
waarden ten aanzien van gezins- en relatievorming veranderden
door toenemende mate van individualisering, secularisering en
modernisering.
Tegenwoordig steeds meer gezinsvariaties (sinds 2020). Bijvoorbeeld:
eenoudergezinnen, samengestelde gezinnen, homoseksuele gezinnen,
pleeggezinnen en adoptiegezinnen etc.
Steeds meer opvoedtrends op de media: genlte parenting, attachment
parenting, curlingouderschap, tradwives etc.
Mishandeling en verwaarlozing van kinderen door hun ouders werd gezien
als de grootste oorzaken van psychische problemen en problematisch
gedrag van kinderen en jongeren.
,Opvoeding kent culturele verschillen – Bijvoorbeeld: Mbendjele, een
geïsoleerde gemeenschap in Congo, jagers en verzamelaars, baby’s
hebben daar wel 14 verschillende verzorgers.
De impact van opvoeding kent culturele verschillen – Bijvoorbeeld:
een onderzoek Lansford, fysiek disciplineren in Europees-Amerikaanse
gezinnen meer extranaliserende problemen kind en bij Afro-Amerikaanse
gezinnen juist niet. Effect van fysiek disciplineren lijkt vooral door de
context te komen.
Relevantie – Nederland is een superdiverse samenleving
- Wat is de invloed van al die gezins- en opvoedingsnormen voor de
ontwikkeling van een kind? Is het een beter dan het ander?
- Wat is normaal en wanneer is het niet meer normaal?
- Hoe kunnen we ouders zo goed mogelijk ondersteunen en wanneer
is dat dan nodig? Wat voor advies moeten we ze geven?
Normaliseren vs. Problematiseren – te onderscheiden wanneer er een
probleem is en leren wanneer het een variatie is op het normale.
De eerste 1000 dagen – vanaf 10 maanden voor de geboorte tot 2
jaar
Kansengelijkheid begint al in de baarmoeder – armoede, vroeggeboorte en
laag geboortegewicht.
Hoe slechter de basis is, hoe groter de kans is op latere problemen
Hoe beter de basis is, hoe groter de kans is op een gezond leven
Brein – regulatie – relaties – stress
Brein – In relatie tot de eerste 1000 dagen: verbindingen gevormd bij
start vormen basis voor latere verbindingen (use it or lose it oftewel,
hersenverbindingen die je niet gebruikt, verdwijnen uit je hersenen).
Het is veel makkelijker (en goedkoper) om op jonge leeftijd
hersenverbindingen te vormen, dan op latere leeftijd te moeten repareren.
Preventie zorgt voor problemen te voorkomen
Interventie zorgt ervoor dat problemen verminderen/oplossen
Regulatie – het ervaren, herkennen en doseren van sensaties, belevingen
en affecten (gevoelservaringen) van de ander en jezelf. Balans tussen
ontwikkelen en verwerken.
Co-regulatie: bijvoorbeeld: spiegelen, toon aanpassen en nabijheid
afstemmen etc.
,Still face experiment (Edward Tronick) - normale interactie, moeder stopt
met communicatie en hervatting met normale interactie.
Relaties – kwaliteit en stabiliteit relaties in de eerste 1000 dagen – basis
voor later op de sociale-, cognitieve- en emotionele ontwikkeling.
Stress – hoeft niet altijd slechte stress te zijn
Positieve stress – stress die een functie/doel heeft
Hanteerbare stress – heeft geen doel, maar is te hanteren door te
reguleren met je opvoeder
Toxische stress – ouders zijn afwezig en levert later problemen op
Beleid – overheidsbeleid
Steeds meer aandacht en overheidsbeleid. Bijvoorbeeld: Kansrijke start.
- Preventie – kostenbesparing
- Professionals en informeel netwerk ondersteunen (aanstaande)
ouders optimaal
Risicofactoren – wat brengt de goede basis mogelijk in gevaar
- Ongezonde leefstijl
- Specifieke kind factoren – een huilbaby
- Fysieke en/of medische problemen
- Laag-geletterdheid – moeite met lezen/schrijven etc.
- Stress
- Huiselijk geweld
- Eenouder- of samengesteld gezin
- Lage-sociale economische status
- Psychische problemen en/of licht verstandelijke beperking
Beschermende factoren – wat draagt juist bij aan een goede basis (het
beschermen van een kind tegen de risicofactoren)
- Veilige hechting
- Stabiel inkomen
- Goede partnerrelatie
- Vertrouwensrelatie met een professional
, - Verbonden met de buurt/community - onder andere sociale
netwerken
- Positieve relaties met familie
- Sociale competenties – makkelijk in de omgang
- Hulp kunnen vragen en accepteren
- Opvoedvaardigheden
- Veerkracht
Epigenetica = het belang van de eerste 1000 dagen is belangrijk. De
invloed van de moeder voor de geboorte van het kind. negatieve en
positieve invloed voor korte termijn en lange termijn van de ontwikkeling
van het kind (stress, voeding etc.)
Veerkracht = het vermogen van een kind om zich aan te passen aan
tegenslagen, zoals trauma’s vaak door steun van omgeving en
zelfregulatie van het kind.
Nuance: Noens & Ramaekers (2024)
- Zojuist behandeld - Wetenschappelijk onderbouwde feiten over de
eerste 1000 dagen
- Descriptief – beschrijvend
- Prescriptief? -> opvoedingsadviezen voorschrijven?
- Prescriptief – voorschrijvend
‘het punt is niet of zulke opvoedingsadviezen/gedragsvoorschriften goed
of slecht zijn: het punt is dat opvoeden, gevoed door een positivistisch
paradigma, steeds sterker verschijnt als een wetenschappelijk
onderbouwde onderneming met te volgen inzichten.’
Als je X doet, dan gebeurt/voorkom je Y – is dat altijd zo? Voorschrift
volgen – 100% garantie op succes?
Maakbare samenleving – preventie voorkomt alles? Problemen zijn de
schuld van ouders?
Eerste 1000 dagen; JA, maar nuance
Gehechtheid
Gehechtheid (hechting) = de affectieve en duurzame band tussen
opvoeder en kind, de opvoeder als veilige haven voor de nabijheid en