Leerpakket 8 Kerntaak 1 Periode 3 Leerjaar 2. Klinisch
redeneren in het ziekenhuis.
Les 1
Kennisclip 1 Klinisch redeneren volgens proactieve nursing.
Doel klinisch redeneren:
- Problemen op fysiek, psychisch, sociaal, spiritueel en functioneel gebied systematisch
in kaart te brengen, te analyseren, monitoren en eventueel oplossen.
Stappen klinisch redeneren:
- Risico-inschatting. - Vroeg-signalering.
- Probleem-herkenning.
- Resultaatbepaling.
- Interventies.
- Monitoren.
Wat is belangrijk op het klinisch redeneerproces goed te laten verlopen?
- Kennis.
- Vaardigheden.
- Attitude.
ProActive Nursing:
- Zorgt voor het krijgen vaan een goed inzicht van ons lichaam.
,6 stappen proActive Nursing:
1. Oriëntatie op de situatie. -
Wie is de patiënt.
- Wat is er aan de hand met de patiënt.
2. Klinisch problematiek inzichtelijk maken.
- Aan de hand van zorgthema’s inzichtelijker maken.
- Je kijkt kijken wat er fysiologisch gebeurt met het lichaam.
3. Aanvullend klinische onderzoek.
- Meer onderzoeken uitvoeren om zeker vast te stellen wat het probleem is.
4. Klinische beleid.
- Welke zorg heeft de patiënt nodig op dat moment.
5. Klinische verloop.
- Kijken wat de prognose kan worden in gunstig/ongunstig verband.
6. Nabeschouwing.
- Kijken in zijn geheel naar de zorg en naar jezelf.
- Kijken wat je hebt geleerd wat je later anders zou doen.
De drie O’s:
- De drie O’s zijn bedoeld om tot een proces van een beoordeling van een zorgsituatie
te komen.
1. Observeren: symptomen, klachten, controles enz die je waarneemt.
2. Ordenen: waar zit het probleem? Wat is het probleem? Is er een verband?
3. Oordelen: diagnosticeren, constateren en vaststellen.
- Er zijn 3 uitkomsten:
1. Groen: geen probleem.
2. Oranje: verhoogd risico, bedreiging.
3. Rood: actueel probleem, actiepunt.
- Je moet je oordelen altijd kunnen onderbouwen met bv. Metingen.
- Proces stopt nooit je blijft altijd ‘overdenken’ over het probleem.
Uitleg 6 stappen ProActive Nursing:
Stap 1: oriëntatie op de situatie:
- Gedachte: er is iets mis!
- Het in kaart brengen van de actuele gezondheidssituatie volgens de SBAR.
- ‘Formuleren van klinisch beeld en het weergeven van jouw klinische blik op de
situatie.’
- SBAR:
• Situation:
o Wat is de mentale en fysieke gezondheidssituatie. o Wat is
het probleem.
o Wat is er gebeurd.
, • Background:
o Bestaande ziekten, voorgeschiedenis, behandelingen (beperkingen),
zwangerschap, huidige behandelingen en medicatie en allergie.
o Welke andere aandoeningen heeft de patiënt.
• Assessment:
o Beoordeling van de actuele/verwachte problemen.
o Welke metingen zijn er al gedaan. o Wat zijn de (bloed) uitslagen.
o Hoe urgent is de situatie.
• Recommendation:
o Welke aanbeveling doe je? (Consultatie, aanvullend onderzoek,
beleid/behandeling, overplaatsing).
o Wat moet er gebeuren.
o Is er spraken van spoed.
• Read back: Herhaal afspraken hardop, reden uit juridisch oogpunt en veiligheid
en goede keuze. (Dit is een extra onderdeel, maar goed om mee af te sluiten).
Redeneerhulpen:
- SBAR.
- ALTIS.
- ABCDE.
- EWS: duiding op urgentie.
- SIRS-criteria: beoordeling van sepsis.
ALTIS:
- Veel gebruikt bij pijn en wonden.
- A: aard (karakter van de klacht, intensiteit).
- L: lokalisatie (waar ontstaan, uitstaling).
- T: tijdsverloop (acuut, frequentie, progressie).
- I: invloeden.
- S: samenhang, beleving.
ABCDE:
- Veel gebruikt bij trauma afdeling.
- Met deze methode breng je snel in kaart wat het belangrijkste is om eerst te
behandelen.
A: Airway (ademhaling vrij?).
B: Breating (ademfrequentie, arbeid, kleur en SpO2).
C: Circulation (hartfrequentie, tensie, bloedingen, kleur en urineproductie).
D: disabillaty (EMV, ogen: pupilreactie, glucose).
E: exposere (temperatuur, wondjes, infuus).
SIRS-Criteria:
- Bij 2 of meer van de volgende afwijkende waardes is er verdenking sepsis.
, • Body temp: boven 38 graden of onder 36 graden.
• Hartfrequentie: boven 90 per minuut,
• Tachypnea (ademhalingsfrequentie: meer of gelijk dan 20 per minuut in rust.
• Arteriële koolstofdioxidespanning: PaCO2 van minder dan 32 mmHg.
• Witte bloedcellen (leukocyten): meer dan 12000/mm of minder dan
4000/mm.
- Sepsis: het lichaam reageert heel heftig op een bacterie, schimmel, virus of parasiet.
EWS:
- Hierin wordt de zorgsituatie van de zorgvrager beoordeeld aan de hand van de 6
vitale functies van een patiënt.
- Controles inzichtelijk maken.
- Een score van 0 is goed.
1. Hartfrequentie.
2. Bloeddruk.
3. Ademfrequentie.
4. Temperatuur.
5. Bewustzijn. - A: alert.
- V: reactie op aanspreken.
- P: reactie op pijnprikkel. - U: geen reactie 6. Saturatie.
7. Extra: urineproductie per uur.
Stap 2 klinische problematiek:
- Gedachten: wat is er precies aan de hand in het lichaam.
- Orden gegevens aan de hand van zorgthema’s:
• Beredeneer problematiek.
• Prioriteer.
redeneren in het ziekenhuis.
Les 1
Kennisclip 1 Klinisch redeneren volgens proactieve nursing.
Doel klinisch redeneren:
- Problemen op fysiek, psychisch, sociaal, spiritueel en functioneel gebied systematisch
in kaart te brengen, te analyseren, monitoren en eventueel oplossen.
Stappen klinisch redeneren:
- Risico-inschatting. - Vroeg-signalering.
- Probleem-herkenning.
- Resultaatbepaling.
- Interventies.
- Monitoren.
Wat is belangrijk op het klinisch redeneerproces goed te laten verlopen?
- Kennis.
- Vaardigheden.
- Attitude.
ProActive Nursing:
- Zorgt voor het krijgen vaan een goed inzicht van ons lichaam.
,6 stappen proActive Nursing:
1. Oriëntatie op de situatie. -
Wie is de patiënt.
- Wat is er aan de hand met de patiënt.
2. Klinisch problematiek inzichtelijk maken.
- Aan de hand van zorgthema’s inzichtelijker maken.
- Je kijkt kijken wat er fysiologisch gebeurt met het lichaam.
3. Aanvullend klinische onderzoek.
- Meer onderzoeken uitvoeren om zeker vast te stellen wat het probleem is.
4. Klinische beleid.
- Welke zorg heeft de patiënt nodig op dat moment.
5. Klinische verloop.
- Kijken wat de prognose kan worden in gunstig/ongunstig verband.
6. Nabeschouwing.
- Kijken in zijn geheel naar de zorg en naar jezelf.
- Kijken wat je hebt geleerd wat je later anders zou doen.
De drie O’s:
- De drie O’s zijn bedoeld om tot een proces van een beoordeling van een zorgsituatie
te komen.
1. Observeren: symptomen, klachten, controles enz die je waarneemt.
2. Ordenen: waar zit het probleem? Wat is het probleem? Is er een verband?
3. Oordelen: diagnosticeren, constateren en vaststellen.
- Er zijn 3 uitkomsten:
1. Groen: geen probleem.
2. Oranje: verhoogd risico, bedreiging.
3. Rood: actueel probleem, actiepunt.
- Je moet je oordelen altijd kunnen onderbouwen met bv. Metingen.
- Proces stopt nooit je blijft altijd ‘overdenken’ over het probleem.
Uitleg 6 stappen ProActive Nursing:
Stap 1: oriëntatie op de situatie:
- Gedachte: er is iets mis!
- Het in kaart brengen van de actuele gezondheidssituatie volgens de SBAR.
- ‘Formuleren van klinisch beeld en het weergeven van jouw klinische blik op de
situatie.’
- SBAR:
• Situation:
o Wat is de mentale en fysieke gezondheidssituatie. o Wat is
het probleem.
o Wat is er gebeurd.
, • Background:
o Bestaande ziekten, voorgeschiedenis, behandelingen (beperkingen),
zwangerschap, huidige behandelingen en medicatie en allergie.
o Welke andere aandoeningen heeft de patiënt.
• Assessment:
o Beoordeling van de actuele/verwachte problemen.
o Welke metingen zijn er al gedaan. o Wat zijn de (bloed) uitslagen.
o Hoe urgent is de situatie.
• Recommendation:
o Welke aanbeveling doe je? (Consultatie, aanvullend onderzoek,
beleid/behandeling, overplaatsing).
o Wat moet er gebeuren.
o Is er spraken van spoed.
• Read back: Herhaal afspraken hardop, reden uit juridisch oogpunt en veiligheid
en goede keuze. (Dit is een extra onderdeel, maar goed om mee af te sluiten).
Redeneerhulpen:
- SBAR.
- ALTIS.
- ABCDE.
- EWS: duiding op urgentie.
- SIRS-criteria: beoordeling van sepsis.
ALTIS:
- Veel gebruikt bij pijn en wonden.
- A: aard (karakter van de klacht, intensiteit).
- L: lokalisatie (waar ontstaan, uitstaling).
- T: tijdsverloop (acuut, frequentie, progressie).
- I: invloeden.
- S: samenhang, beleving.
ABCDE:
- Veel gebruikt bij trauma afdeling.
- Met deze methode breng je snel in kaart wat het belangrijkste is om eerst te
behandelen.
A: Airway (ademhaling vrij?).
B: Breating (ademfrequentie, arbeid, kleur en SpO2).
C: Circulation (hartfrequentie, tensie, bloedingen, kleur en urineproductie).
D: disabillaty (EMV, ogen: pupilreactie, glucose).
E: exposere (temperatuur, wondjes, infuus).
SIRS-Criteria:
- Bij 2 of meer van de volgende afwijkende waardes is er verdenking sepsis.
, • Body temp: boven 38 graden of onder 36 graden.
• Hartfrequentie: boven 90 per minuut,
• Tachypnea (ademhalingsfrequentie: meer of gelijk dan 20 per minuut in rust.
• Arteriële koolstofdioxidespanning: PaCO2 van minder dan 32 mmHg.
• Witte bloedcellen (leukocyten): meer dan 12000/mm of minder dan
4000/mm.
- Sepsis: het lichaam reageert heel heftig op een bacterie, schimmel, virus of parasiet.
EWS:
- Hierin wordt de zorgsituatie van de zorgvrager beoordeeld aan de hand van de 6
vitale functies van een patiënt.
- Controles inzichtelijk maken.
- Een score van 0 is goed.
1. Hartfrequentie.
2. Bloeddruk.
3. Ademfrequentie.
4. Temperatuur.
5. Bewustzijn. - A: alert.
- V: reactie op aanspreken.
- P: reactie op pijnprikkel. - U: geen reactie 6. Saturatie.
7. Extra: urineproductie per uur.
Stap 2 klinische problematiek:
- Gedachten: wat is er precies aan de hand in het lichaam.
- Orden gegevens aan de hand van zorgthema’s:
• Beredeneer problematiek.
• Prioriteer.