PRAKTIJKOPDRACHT
IMPLANTATIE VAN
EEN ICD EN CRT-
DEVICE
ISA HASANI
CURSISTNUMMER 85968439
,Inhoudsopgave
Inhoudsopgave .................................................................................................................. 1
Opdracht A: Implantatie van een ICD en CRT-device ........................................................... 2
ICD-therapie: een beschouwing ........................................................................................ 2
Implantatie 2-kamer ICD .................................................................................................... 5
Implantatie CRTD .............................................................................................................. 8
Opdracht B: Reflectie over assisteren bij een ICD/CRT-procedure ..................................... 12
STARR methode ............................................................................................................. 12
Referenties ......................................................................................................................... 14
Bijlage ................................................................................................................................. 15
1
, Opdracht A: Implantatie van een ICD en CRT-device
ICD-therapie: een beschouwing
Indicaties
Een implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD) is geindiceerd voor primaire preventie en
secundaire preventie. Bij primaire preventie is er een bepaalde mate van verhoogd risico op
het ontstaan van kamerritmestoornissen als ventrikelfibrilleren of ventrikeltachycardie met
symptomen passend bij outputverlies. Echter is dit in deze groep nog nooit voorgekomen. Dit
kan zo zijn bij bepaalde hartspierziekten, verminderde pompfunctie zonder reversibele
oorzaken of bepaalde genafwijkingen. In het geval van secundaire preventie is er al een keer
een levensbedreigende kamerritmestoornis geweest.
- Primaire preventie
Patientengroepen die onder primaire preventie vallen zijn onder andere patiënten met een
oud (>6 weken geleden) doorgemaakt hartinfarct welke niet meer reversibel is met een
linkerventrikelejectiefractie (EF) van ≤ 35% en een NYHA-klasse van ten minste II. Deze
groep heeft een klasse 1A indicatie voor een ICD. Ook kunnen dit patienten zijn met een
niet-ischemische cardiomyopathie met een EF van <35% en een NYHA klasse van ten
minste 2 (klasse 1B indicatie). De NYHA klasse is een classificatie die de conditie van de
patiënt weergeeft. Ook hebben patienten een ICD indicatie bij aangeboren of verworven
hartziekten die de geleiding beinvloeden of hartspieraandoeningen die de kans op VF
vergroten, zoals het long-QT syndroom, het syndroom van Brugada of bij een ARVD
(aritmogene rechterventrikeldysplasie). Dit geldt ook voor een hypertrofische
cardiomyopathie wanneer daarbij ook nog sprake is van een onbegrepen syncope of non-
sustained ventrikeltachycardien.
In het geval van syndroom van Brugada en ARVD is een ICD geindiceerd als er sprake is van
onbegrepen syncope in combinatie met bij elektrofysiologisch onderzoek opwekbare
ventriculaire ritmestoornissen die ook hemodynamische instabiliteit geven. ( European Society
of Cardiology (ESC), 2022)
- Secundaire preventie
Wanneer er een syncope is geweest als gevolg van een bewezen ventrikeltachycardie of
ventrikelfibrilleren zonder een reversibele oorzaak heeft de patiënt een indicatie voor een ICD
op basis van secundaire preventie.
2