IMPLANTATIES EN
ZELFSTANDIG FOLLOW-UP
Naam: Isa Hasani
Cursistennummer: 85968439
,Inhoudsopgave
Opdracht A: Communicatie tijdens implantaties ........................................................................................ 2
Klinische situatie van de patiënt ............................................................................................................... 2
Indicatiestelling voor de procedure .......................................................................................................... 2
Verloop van de procedure ........................................................................................................................ 2
Advies ........................................................................................................................................................ 2
Evaluatie.................................................................................................................................................... 4
Opdracht B: Communicatie tijdens CIED-follow-up .................................................................................... 5
Follow-up 1: ATP bij ventrikeltachycardie ................................................................................................ 5
Follow-up 2: Polarity switch ...................................................................................................................... 7
Follow-up 3: Anodale stimulatie ............................................................................................................... 9
Opdracht C: Communicatie met de patiënt .............................................................................................. 11
Controle 1: Operatieve ingreep geadviseerd .......................................................................................... 11
Controle 2: Recente implantatie ............................................................................................................. 13
Controle 3: Instellingsverandering noodzakelijk..................................................................................... 14
Referenties ................................................................................................................................................. 17
Bijlage ......................................................................................................................................................... 18
1
, Opdracht A: Communicatie tijdens implantaties
Klinische situatie van de patiënt
Dhr. X (59 jaar) werd door de MDL-arts verwezen naar de cardioloog nadat tijdens een colonoscopie een
traag hartritme was vastgesteld. Bij de cardioloog gaf hij aan de laatste tijd onder andere
vermoeidheidsklachten te ervaren. Er werd een ECG en een echocardiografie van het hart verricht. Op dat
moment liet het ECG geen afwijkingen zien. Om het hartritme verder te monitoren, werd een
implanteerbare looprecorder geplaatst. Na vier weken registreerde de recorder een afwijkend ritme:
intermitterend een tweedegraads AV-blok type Mobitz II. Hierbij werd de sinusactiviteit meestal in een
2:1 verhouding naar de ventrikels voortgeleid. Tot op heden zijn er geen episoden van SVT of AF
geregistreerd. De linkerventrikelfunctie bedroeg 50%. Het lichamelijk onderzoek (inspectie en auscultatie
van hart en longen) liet geen bijzonderheden zien.
Indicatiestelling voor de procedure
Op basis van de geleidingsstoornis (tweedegraads AV-blok type Mobitz II) in combinatie met de
vermoeidheidsklachten heeft patiënt een klasse IC-indicatie voor implantatie van een
tweekamerpacemaker (ESC, 2021). Aangezien de linkerventrikelfunctie goed is en er geen aanwijzingen
zijn voor een verhoogd risico op ernstige ritmestoornissen, bestaat er geen indicatie voor een ICD.
Verloop van de procedure
Advies
Inhoud advies
Na toegang via de vena subclavia werd een rechterventrikellead geplaatst. Het bleek lastig om de lead
direct loodrecht op het ventriculaire septum te positioneren. Dit wordt gecontroleerd met
röntgendoorlichting in LAO 30–40° (left anterior oblique, links voor schuin).
Figuur 1 illustreert dat bij een hoek van LAO 40° recht op het interventriculaire septum wordt gekeken,
waarbij de verschillende projecties en posities in het rechterventrikel zichtbaar worden. Voor een
optimale pacing en veilige positionering wordt de lead bij voorkeur richting het septum geplaatst (Das &
Kahali, 2018).
In LAO 36° was echter te zien dat de lead te veel naar de vrije wand wees in plaats van naar het septum
(figuur 2). Hoewel de sense-waarden goed waren, adviseerde ik om de lead opnieuw te positioneren.
Omdat het hart iets gedraaid lag, stelde ik voor de stylet een andere bocht te geven, zodat de lead beter
richting het septum zou vallen. Hiervoor gebruikte ik een steviger J-stylet. De cardioloog stemde hiermee
in. Uiteindelijk kon zo een geschikte positie worden bereikt, met goede sense, drempel en impedantie.
2