Les 23
1.fluminibus= groep 3, dat.ev, abl.ev, onz= magno
regum= groep 3, gen.mv, mnl= impiorum
pastoris= groep3, gen.ev, mnl= irati
virgini= groep3, dat.ev, vrl= anuxae
2.
Bezittelijk voornaamwoord Persoonlijk voornaamwoord
Onze Mij
Jouw Me
Mijn Jou
ons Jullie
jullie
3. nostrum, mea, vester
meo, vestros, tuorum, meis
4. eius= haar vrienden
eius=zijn vriend
earum=vrienden van hen
eorum= vrienden van hen
5. lecto= groep 2, dat.ev, abl.ev, mnl= meo
patri= groep 3, dat.ev, mnl= tuo
reges= groep 3, nom.mv, acc.mv, mnl= nostri, nostros
vocis= groep 3, gen.ev, vrl= vestrae
sedum= groep 3, gen.mv, vrl= tueram
nominis= groep 3, gen.ev, vrl= mei
urbi= groep 3, dat.ev, vrl= nostrae
sacerdote= groep 3, abl.ev, mnl= vestro
6. Aeneas- de kleine Ascanius
Dido houdt van Aeneas- Ascarius houdt van zijn vader
vriendelijke- dappere
7. construit= rubruit
pastor= uxor
quia patruus Amulius patrem fuguit= necavit fratrum
tekst
Amulius zat in het donkere paleis. Hij was nu koning, maar hij was blij met de macht. Angstige
zorg kwelde hem aan een stuk door, die broer had de macht verdreven en heeft de vader en dochter
gedood. Plotseling zijn 2 slaven geschrokken het paleis binnengekomen en hebben Amulius bericht:
O koning, we hebben een wonder gezien! Rhea Silvia, de Verstaalse maagd, heeft een tweeling
voortgebracht!’Amulius sprong woedend van de zetel op en heeft luid uitgeroepen: ‘Wat hebben
jullie gezegd? Hoe kan een Verstaalse maagd een jongen gehoorzamen? Wie is de vader van de
jongens? Ik beveel jullie: ga meteen terug, dood de jongens en zend hun lichamen naar de rivier de
Tibet!’de slaven gehoorzamen het bevel echter niet: ze hebben de jongens in een mandje geplaatst
1.fluminibus= groep 3, dat.ev, abl.ev, onz= magno
regum= groep 3, gen.mv, mnl= impiorum
pastoris= groep3, gen.ev, mnl= irati
virgini= groep3, dat.ev, vrl= anuxae
2.
Bezittelijk voornaamwoord Persoonlijk voornaamwoord
Onze Mij
Jouw Me
Mijn Jou
ons Jullie
jullie
3. nostrum, mea, vester
meo, vestros, tuorum, meis
4. eius= haar vrienden
eius=zijn vriend
earum=vrienden van hen
eorum= vrienden van hen
5. lecto= groep 2, dat.ev, abl.ev, mnl= meo
patri= groep 3, dat.ev, mnl= tuo
reges= groep 3, nom.mv, acc.mv, mnl= nostri, nostros
vocis= groep 3, gen.ev, vrl= vestrae
sedum= groep 3, gen.mv, vrl= tueram
nominis= groep 3, gen.ev, vrl= mei
urbi= groep 3, dat.ev, vrl= nostrae
sacerdote= groep 3, abl.ev, mnl= vestro
6. Aeneas- de kleine Ascanius
Dido houdt van Aeneas- Ascarius houdt van zijn vader
vriendelijke- dappere
7. construit= rubruit
pastor= uxor
quia patruus Amulius patrem fuguit= necavit fratrum
tekst
Amulius zat in het donkere paleis. Hij was nu koning, maar hij was blij met de macht. Angstige
zorg kwelde hem aan een stuk door, die broer had de macht verdreven en heeft de vader en dochter
gedood. Plotseling zijn 2 slaven geschrokken het paleis binnengekomen en hebben Amulius bericht:
O koning, we hebben een wonder gezien! Rhea Silvia, de Verstaalse maagd, heeft een tweeling
voortgebracht!’Amulius sprong woedend van de zetel op en heeft luid uitgeroepen: ‘Wat hebben
jullie gezegd? Hoe kan een Verstaalse maagd een jongen gehoorzamen? Wie is de vader van de
jongens? Ik beveel jullie: ga meteen terug, dood de jongens en zend hun lichamen naar de rivier de
Tibet!’de slaven gehoorzamen het bevel echter niet: ze hebben de jongens in een mandje geplaatst