Werkgroep 5 : Het mededingingsregime (kartelverbod)
_______________________________________________________________________________________
Vraag 1 :
Onderneming :
‣ HvJ Höfner : functionele invulling onderneming.
Elke entiteit die economische activiteiten verricht is een onderneming in de zin van het
Europese mededingingsrecht.
- Economische activiteiten : aanbieden van goederen en diensten op de markt.
- Let op uitzonderingen : paspoort afhalen.
Dit wil niet zeggen dat de overheid nooit een onderneming kan zijn. De gemeente kan
bijvoorbeeld een stuk grond verkopen, dan is de gemeente wel een onderneming.
Toepassing op de casus :
Een luchtvaartmaatschappij verricht economische activiteiten.
Ze bieden een dienst aan op de markt.
De luchtvaartmaatschappij is dus een onderneming in de zin van het Europese
mededingingsrecht.
Vraag 2 :
- Bij een overeenkomst is er sprake van wilsovereenstemming.
- Van o.a.f.g is sprake wanneer er parallel gedrag merkbaar is (zelfde prijzen) en er coördinatie
(informatie-uitwisseling). Er moet tussen de coördinatie en het parallel gedrag een causaal
verband zijn. Er wordt vermoed een causaal verband aanwezig te zijn.
- Voorbeeld : Na een bijeenkomst stijgen de prijzen voor de desbetreffende producten (parallel
gedrag). Er kan dan sprake zijn van een onderling afgestemde feitelijke gedraging
(gecoördineerd parallel gedrag).
Let op : Parallel gedrag is gewoon normaal marktgedrag.
Vraag 3 :
Drie voorwaarden art. 101 VWEU :
1. Afstemming tussen ondernemingen
a) Overeenkomst : Er is sprake van wilsovereenstemming. De vervoerders hielden contact
met elkaar en hebben de prijzen afgestemd.
2. Mededingingsbeperking
In hoeverre beperkt een afspraak de concurrentie ?
(a) Strekkingsbeding : afspraken die ertoe strekken de concurrentie te beperken.
- Beoogd —> niet op de concrete gevolgen (merkbaarheid) ingaan.
- Doelbeperking (§2) : Doelbeperkingen zijn altijd merkbaar.
Casus :
Het is een doelbeperking.
Er zijn prijsafspraken en de toeslagen gaan omhoog.
Merkbaarheid : De Minimis-mededeling.
3. Effect op tussenstaatse handel
In de hele Europese Unie actief, dus er is een effect op de tussenstaatse handeling.
Conclusie :
Artikel 101 VWEU wordt geschonden door de lidstaten.
_______________________________________________________________________________________
Vraag 1 :
Onderneming :
‣ HvJ Höfner : functionele invulling onderneming.
Elke entiteit die economische activiteiten verricht is een onderneming in de zin van het
Europese mededingingsrecht.
- Economische activiteiten : aanbieden van goederen en diensten op de markt.
- Let op uitzonderingen : paspoort afhalen.
Dit wil niet zeggen dat de overheid nooit een onderneming kan zijn. De gemeente kan
bijvoorbeeld een stuk grond verkopen, dan is de gemeente wel een onderneming.
Toepassing op de casus :
Een luchtvaartmaatschappij verricht economische activiteiten.
Ze bieden een dienst aan op de markt.
De luchtvaartmaatschappij is dus een onderneming in de zin van het Europese
mededingingsrecht.
Vraag 2 :
- Bij een overeenkomst is er sprake van wilsovereenstemming.
- Van o.a.f.g is sprake wanneer er parallel gedrag merkbaar is (zelfde prijzen) en er coördinatie
(informatie-uitwisseling). Er moet tussen de coördinatie en het parallel gedrag een causaal
verband zijn. Er wordt vermoed een causaal verband aanwezig te zijn.
- Voorbeeld : Na een bijeenkomst stijgen de prijzen voor de desbetreffende producten (parallel
gedrag). Er kan dan sprake zijn van een onderling afgestemde feitelijke gedraging
(gecoördineerd parallel gedrag).
Let op : Parallel gedrag is gewoon normaal marktgedrag.
Vraag 3 :
Drie voorwaarden art. 101 VWEU :
1. Afstemming tussen ondernemingen
a) Overeenkomst : Er is sprake van wilsovereenstemming. De vervoerders hielden contact
met elkaar en hebben de prijzen afgestemd.
2. Mededingingsbeperking
In hoeverre beperkt een afspraak de concurrentie ?
(a) Strekkingsbeding : afspraken die ertoe strekken de concurrentie te beperken.
- Beoogd —> niet op de concrete gevolgen (merkbaarheid) ingaan.
- Doelbeperking (§2) : Doelbeperkingen zijn altijd merkbaar.
Casus :
Het is een doelbeperking.
Er zijn prijsafspraken en de toeslagen gaan omhoog.
Merkbaarheid : De Minimis-mededeling.
3. Effect op tussenstaatse handel
In de hele Europese Unie actief, dus er is een effect op de tussenstaatse handeling.
Conclusie :
Artikel 101 VWEU wordt geschonden door de lidstaten.