Hoofdstuk 1
Psychologie = studie van de geest (geest staat los van het lichaam)
- Het is de wetenschap van gedrag en geestelijke processen
- Interne geestelijke processen en externe waarneembare
gedragingen
- Wetenschap is gebaseerd op objectieve, verifieerbare
gebeurtenissen
Drie soorten psychologen:
Experimenteel psycholoog = onderzoekspsycholoog, kleinste
groep
Docenten psychologie = primaire taak is het geven van onderwijs
Toegepast psycholoog = gebruikt de kennis van de experimenteel
psycholoog om problemen van mensen op te lossen
Psychiatrie is een medisch specialisme dat zich richt op de diagnose en
behandeling van mentale stoornissen.
Pseudopsychologie: niet- onderbouwde psychologische aannamen die
als wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd (waarzeggerij)
Vaardigheden voor kritisch denken:
Wat is de bron?
Is de bewering redelijk of extreem?
Wat is het bewijsmateriaal?
Anekdotisch bewijsmateriaal: getuigenissen die de ervaringen
van iemand of enkele personen schetsen, maar ten onrechte voor
wetenschappelijk bewijs worden gezien
Er moet wetenschappelijk onderzoek gedaan worden
Kan de conclusie zijn beïnvloed door bias?
Bias: Een vooroordeel, vervorming of vertekening van de situatie,
meestal op basis van persoonlijke ervaring en waarden.
Emotionele bias: De neiging om oordelen te vellen gebaseerd op
attitudes en gevoelens, in plaats van op een rationele analyse van
het bewijsmateriaal.
Confirmation bias (bevestigingsbias): De neiging om informatie
die niet bij je opvattingen aansluit te negeren of te bekritiseren en
om in plaats daarvan informatie te zoeken waar je het wel mee eens
bent.
Worden veelvoorkomende denkfouten vermeden?
Zijn voor het oplossen van het probleem verschillende invalshoeken
nodig?
Descartes: aanhanger rationalisme (het denken). Het idee was een
scheiding tussen de spirituele geest en het fysieke lichaam. Biologische
processen konden onderzocht worden in het lichaam.
,John Locke: empirist (waarnemingen, ervaringen en experimenten).
Tabula rasa: mens ie een onbeschreven blad dat door ervaring,
leerprocessen en opvoeding persoonlijkheid en vaardigheden (zoals
intelligentie) krijgt.
Biologisch perspectief: het psychologische perspectief dat de oorzaken
van gedrag zoekt in het functioneren van de genen, de hersenen, het
zenuwstelsel en hormoonstelsel
- Neurowetenschap: Het vakgebied dat zich richt op begrip van hoe
de hersenen, gedachten, gevoelens, motieven, bewustzijn,
herinneringen en andere mentale processen creëren.
- Evolutionaire psychologie (Darwin): een relatief nieuw
specialisme in de psychologie dat gedrag en mentale processen
beschouwt op basis van genetische aanpassingen aan overleving en
voortplanting. Darwin stelde dat door natuurlijke selectie niet de
sterkste of slimste soort overleeft, maar diegene die zich het beste
kan aanpassen (best adaptief) aan de omgeving.
Wilhelm Wundt: hij werd geïnspireerd door het periodiek systeem met
scheikundige elementen en probeerde de menselijke geest
wetenschappelijk te bestuderen door het bewustzijn op te splitsen in
elementaire onderdelen.
Introspectie: Beschrijving van je eigen innerlijke, bewuste ervaringen
Structuralisme: Historische stroming binnen de psychologie die de
basisstructuren van de geest en de gedachten trachtte te ontrafelen.
Structuralisten zochten de ‘elementen’ van de bewuste ervaring.
- Tichener had net als Wundt als doel de meest elementaire
‘structuren’ of onderdelen van de geest aan het licht te brengen.
Functionalisme: Historische stroming binnen de psychologie die meende
dat psychische processen het beste begrepen kunnen worden in het licht
van adaptieve nut (Darwin) en functie.
- William James (tegenhanger Wundt) zei dat de psychologie zich
moet richten op de functie van het bewustzijn en niet alleen de
structuur ervan.
- Navolger John Dewey was de grondlegger ‘het nieuwe leren’ (leren
door te doen).
Uit deze stromingen komt het cognitief perspectief voort: Een van de
belangrijkste psychologische perspectieven, waarbij de nadruk ligt op
mentale processen, zoals leren, geheugen, perceptie, en denken als
vormen van informatieverwerking.
Behaviorisme: Een historische school die ernaar streefde om van
psychologie een objectieve wetenschap te maken die zich alleen op
gedrag richtte (en niet op mentale processen) -> Watson en Skinner
,Behavioristisch perspectief: Een psychologische invalshoek die bron
van onze handelingen zoekt in stimuli vanuit de omgeving, in plaats van
innerlijke mentale processen
Psychodynamische psychologie: Een benadering die de nadruk legt op
het begrijpen van het menselijk functioneren in termen van onbewuste
behoeften, verlangens, herinneringen en conflicten
Psychoanalyse: Een benadering van de psychologie die is gebaseerd op
veronderstellingen van Freud, die de nadruk legt op onbewuste processen.
De term verwijst zowel naar Freuds psychoanalytische theorie als naar zijn
psychoanalytische behandelmethode.
Perspectieven vanuit de gehele persoon (whole person): Een aantal
psychologische perspectieven die draaien om een globaal inzicht in de
persoonlijkheid, waaronder de psychodynamische psychologie,
humanistische psychologie en psychologie van karaktertrekken en
temperament.
Humanistische psychologie: Een klinische benadering die de nadruk
legt op mogelijkheden, groei, potentie en vrije wil van de mens -> Rogers
en Maslow
- Opvattingen over jezelf en fysieke/ emotionele behoeften grote
invloed op je gedachten, emoties en handelingen.
Psychologie van karaktertrekken en temperament: Een
psychologisch perspectief dat gedrag en persoonlijkheid ziet als producten
van fundamentele psychologische kenmerken
- Verschillen tussen mensen ontstaan uit verschillen in stabiele
kenmerken (karaktertrekken) en neigingen (temperamenten) ->
oude Grieken
Ontwikkelingsperspectief: Een van de zes belangrijke perspectieven
van de psychologie, dat zich onderscheidt door de nadruk op erfelijkheid
en omgeving, en op voorspelbare veranderingen die zich voordoen in de
levensloop.
- Biologisch (nature dus erfelijkheid) en behavioristisch (nurture dus
omgeving)
Sociocultureel perspectief: Een van de zes belangrijke perspectieven
van de psychologie, dat nadruk legt op het belang van sociale interactie,
sociaal leren en cultureel persepctief.
- De kracht van de sociale en culturele situatie
Cultuur: Een complexe mix van taal, opvattingen, gewoonten, waarden
en tradities die wordt ontwikkeld door een groep mensen en die wordt
gedeeld met anderen in dezelfde omgeving.
, Crosscultureel psycholoog: Een psycholoog die werkt in dit specialisme
is geïnteresseerd in de manieren waarom psychologische processen
verschillen tussen mensen van verschillende culturen.
Holisme: Visie die totaliteit altijd belangrijker vindt dan de som der delen
- De 6 perspectieven die samen een totaalbeeld van menselijk gedrag
ontwikkelen
Wetenschappelijke methode: Een uit vier stappen bestaande procedure
voor empirisch onderzoek van een hypothese, waarbij de omstandigheden
zo zijn gekozen dat vooroordelen en subjectieve oordelen worden
uitgesloten
Empirisch onderzoek: Onderzoek benadering waarbij gegevens worden
verzameld door middel van objectieve informatie uit de eerste hand,
gebaseerd op sensorische ervaring en observatie.
Theorie: Toetsbare verklaring voor een aantal feiten of observaties
- Verklaringen voor het gedrag en geestelijke processen
Vier stappen van de wetenschappelijke methode
1. Hypothese stellen
Hypothese: Voorspelling van de uitkomst van een wetenschappelijk
onderzoek; een bewering over de relatie tussen variabelen in een
onderzoek
- Moet falsificeerbaar (te testen) zijn
Variabele: In deze context: element dat van invloed is op dat wat
onderzocht wordt (zoals geformuleerd in de onderzoeksvraag of
hypothese)
Operationele definitie: Objectieve beschrijving van een concept dat bij
een wetenschappelijk onderzoek hoort. Operationele definities kunnen
concepten die worden bestudeerd herformuleren in gedragsmatige termen
(Angst -> zich van een stimulus af bewegen). Operationele definities zijn
ook exacte omschrijvingen van de manier waarop een experiment
uitgevoerd moet worden en waarop belangrijke variabelen moeten worden
gemeten (aantrekkingskracht -> hoeveelheid tijd die iemand naar de
ander kijkt meten).
2. Het toetsen van de hypothese: objectieve data verzamelen
Data: Informatie, in het bijzonder gegevens die door een onderzoeker zijn
verzameld en die worden gebruikt om een hypothese te toetsen.
Experimentele conditie: omstandigheden waaraan de leden van de
experimentele groep tijdens de speciale behandeling worden blootgesteld
Experimentele groep: proefpersonen die worden blootgesteld aan de
speciale behandeling die men onderzoekt
Controleconditie: Omstandigheden waaraan de leden van de
controlegroep tijdens het experiment worden blootgesteld. Deze condities
zijn op bijna elk onderdeel identiek aan de experimentele conditie, met
uitzondering van de speciale behandeling, die alleen de experimentele
groep ontvangt