1
Micro Economie.
,2
, 3
LES 4 ACHTERGROND VAN DE VRAAG:
PRODUCENT IN VOLEDIG COMPETITIEVE MARKTEN
, 4
Gedrag producent hangt af van
Wil + kan = doe bv: bepaalde hoeveelheid goederen produceren en
verkopen
doel = wil bv: winstmaximalisatie
o Winst= Totale opbrengsten (TR) – Totale kosten (TC)
Beperking = kan bv: Technisch haalbaar & voldoende vraag?
Productiefactoren bestaan uit
N: natuurlijke producten (zoals grondstoffen)
K: kapitaal producten die gemaakt zijn zoals een mixer
L: labor (arbeid)
Productiefunctie: Q = f(K,L,N)
Korte termijn: Minstens 1 productiefactor is vast
Lange termijn: alle productiefactoren zijn variabel
Korte termijn: Minstens 1 productiefactor is vast
Q = f(K,L,N)
Tapkranen en studenten nodig
o Tapkraan is vaste productie factor
o Eerste student tapt 50 pintjes de 2de 40 erbij (40 is marginaal
product)
o Tapkraan is goed voor 1 maar voor 2 te weinig om meer EXTRA
te produceren
De marginale opbrengst
De marginale opbrengst wordt vooral toegepast om de maximale winst te
berekenen.
Micro Economie.
,2
, 3
LES 4 ACHTERGROND VAN DE VRAAG:
PRODUCENT IN VOLEDIG COMPETITIEVE MARKTEN
, 4
Gedrag producent hangt af van
Wil + kan = doe bv: bepaalde hoeveelheid goederen produceren en
verkopen
doel = wil bv: winstmaximalisatie
o Winst= Totale opbrengsten (TR) – Totale kosten (TC)
Beperking = kan bv: Technisch haalbaar & voldoende vraag?
Productiefactoren bestaan uit
N: natuurlijke producten (zoals grondstoffen)
K: kapitaal producten die gemaakt zijn zoals een mixer
L: labor (arbeid)
Productiefunctie: Q = f(K,L,N)
Korte termijn: Minstens 1 productiefactor is vast
Lange termijn: alle productiefactoren zijn variabel
Korte termijn: Minstens 1 productiefactor is vast
Q = f(K,L,N)
Tapkranen en studenten nodig
o Tapkraan is vaste productie factor
o Eerste student tapt 50 pintjes de 2de 40 erbij (40 is marginaal
product)
o Tapkraan is goed voor 1 maar voor 2 te weinig om meer EXTRA
te produceren
De marginale opbrengst
De marginale opbrengst wordt vooral toegepast om de maximale winst te
berekenen.