Week 1
Les 1
Leerdoelen:
Regelgeving met betrekking tot het verkrijgen en/of wijzigen van een (geslacht)naam
toepassen.
De graden van bloed- of aanverwantschap tussen bepaalde personen berekenen.
Het belang van het bepalen van de woonplaats van een persoon benoemen en
uitleggen aan een cliënt.
Benoemen wat op welke wijze wordt vastgelegd in de registers van de burgerlijke
stand.
Algemene bepalingen
Als je het hebt over een persoon, dan kan dat een natuurlijk persoon zijn of een rechtspersoon.
Natuurlijk persoon = iemand van vlees en bloed
Rechtspersonen = bedrijven, stichtingen of verenigingen.
Hoofdstuk 1
1.1: Juridisch persoon
Een persoon is juridisch gezien degene die drager van rechten en plichten kan zijn.
Het hebben van rechten en plichten wordt ook wel rechtsbevoegdheid genoemd.
(= Bevoegdheden die iemand heeft op basis van de wet iemand kan bijv. trouwen, een
testament opstellen, andere overeenkomsten aangaan en het gezag over kinderen uitoefenen)
Volgens Art. 1:1 BW is iedereen vrij en bevoegd tot het hebben van burgerlijke rechten.
Ieder is dus rechtsbevoegd het maakt niet uit wat je afkomst, geslacht of hoe oud je bent.
- Dit heet ook wel gelijkheidsbeginsel en staat geregeld in art. 1:1BW
Het zijn van een persoon, ook wel de persoonlijkheid genoemd, begint bij de geboorte van
een kind. Je bent dus vanaf je geboorte al rechtsbevoegd. Maar er zijn wel aanvullende
vereisten:
Je moet levend geboren worden
Als een kind dood wordt geboren, dan heeft het juridisch nooit bestaat artikel 1:2
BW (mag wel worden opgenomen in de basisregistratie personen, als herinnering.
Art 1:2 BW bepaalt verder dat een ongeboren kind als geboren wordt aangemerkt, als het
belang van dat kind daarom vraagt. Er is daarvan sprake als:
1. Kinderbescherming voor de geboorte (kinderbeschermingsmaatregel)
- Als een zwangere vrouw veel drugs of alcohol gebruikt de rechter kan dan
beslissen dat het ongeboren kind onder toezicht komst te staan, om het te
beschermen.
2. Nalatenschap (=alles wat een persoon achter laat na zijn of haar overlijden zoals,
Erfenis)
, - Om als erfgenaam te worden aangemerkt, moet iemand bestaan. Met behulp
van art 1:2 BW kan een ongeboren – en dus nog niet bestaand – kind toch
erfgenaam zijn, mits het levend ter wereld komt.
- In dat geval krijgt het kind rechtsbevoegdheid met terugwerkende kracht
(dit wil zeggen dat het kind al recht heeft op de erfenis voordat het geboren is)
Rechtsbevoegdheid stopt wanneer je overlijdt (je rechten en plichten gaan over op je
erfgenamen (= kinderen of partner.)
De graden van bloed- of aanverwantschap tussen bepaalde personen berekenen
1.2 Bloed- en aanverwantschap
Bloedverwantschap: duidt op de relatie tussen personen op basis van de geboorte uit
bepaalde ouders = biologische bloedverwantschap
Er zijn twee soorten bloedsverwantschap:
1. Biologische bloedverwantschap Je bent biologisch familie (bijv. kind van je
ouders).
2. Juridische bloedverwantschap Ook als je niet biologisch verwant bent, maar wel
volgens de wet familie bent. Dit komt voor bij bijv.
- Adoptie (art. 1:229 BW)
- Of wanneer een man of vrouw een kind erkent van wie hij niet de biologische
vader is (art 1:203 BW) als de moeder van een kind op het moment van de
geboorte getrouwd is en die man of vrouw niet de biologische vader of
moeder is ontstaat er een juridische bloedsverwantschap. (Art. 1:199 BW en
art. 1:198 BW).
- Dit geldt ook bij een geregistreerd partnerschap.
Juridische bloedverwantschap wil dus zeggen: het bestaan van een juridische relatie tussen
personen, vaak aangeduid als familierechtelijke betrekking.
Bloedsverwantschap bestaat uit verschillende graden. Dit wordt in artikel 1:3 lid 1 BW
omschreven.
Hiermee wordt bedoeld dat elke geboorte die als het ware tussen twee personen in
staat als graad wordt aangemerkt.
bijv. tussen Lisa en haar opa (van moederszijde). In totaal zijn er twee geboortes tussen
Lisa en haar opa, namelijk die van haar moeder en die van haarzelf.
Graad Bloedverwant
1e (Adoptie)ouders, (Adoptie)kinderen
, 2e Grootouders, kleinkinderen, broers en zussen.
3e Overgrootouders, achterkleinkinderen, neven
en nichten, ooms en tantes
4e Betovergrootouders, achterneven en
achternichten, oudooms en oudtantes
Zoals uit het figuur hierboven blijkt:
Ouder en kinderen bloedverwant zijn in eerste graad.
Grootouders en kleinkinderen zijn verwant in tweede graad. In beide gevallen gaat het
om verwantschap tussen twee personen, die als het ware boven of onder elkaar staan.
Dit wordt bloedverwantschap in de rechte linie genoemd. Bij Lisa en haar opa is
er sprake van bloedverwantschap in rechte linie.
Er zijn verschillende redenen waarom het van belang kan zijn om de graad van
bloedverwantschap vast te stellen.
1. Erfrecht
De graad van verwantschap bepaalt of iemand erfgenaam kan zijn.
Hoe nauwer de verwantschap, hoe groter de kans op erfrecht.
Verre verwanten erven pas als er geen nauwere familieleden meer zijn.
2. Huwelijksverbod volgens de wet (art. 1:41 BW)
Huwelijk is verboden tussen bloed- of aanverwanten in de 1e en 2e graad:
- 1e graad: ouder-kind → huwelijk verboden
- 2e graad: broer-zus, grootouder-kleinkind → huwelijk verboden
Reden: moreel ongepast en verhoogd risico op erfelijke aandoeningen door inteelt.
3. Uitzondering: adoptie of erkenning
Als broer en zus geen biologische verwanten zijn maar verwant zijn via adoptie of
erkenning, dan kan het verbod onder voorwaarden niet van toepassing zijn.
Toch gelden vaak ook hier beperkingen vanwege morele en sociale normen.
1.2.2 Aanverwantschap
Wanneer een persoon met iemand trouwt, ontstaat er een juridische relatie tussen die
persoon en de bloedverwanten van de ander.
Aanverwantschap betekend: familie worden via een huwelijk of geregistreerd partnerschap
(Jij trouwt met iemand. Dan ben je aanverwant met hun ouders, broers/zussen enz.).
Deze relatie wordt geregeld in artikel 1:3 lid 2 BW
Aanverwantschap ontstaat alleen door:
Huwelijk
Geregistreerd partnerschap
Niet door samenwonen
1.3 Familie- en gezinsleven
, Iedereen heeft volgens artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
(EVRM) recht op respect voor zijn familie- en gezinsleven.
Het begrip family life is ruimer dan het traditionele familierecht. Het gaat om het hebben van
een nauwe persoonlijke betrekking tussen mensen, vaak met een kind in het middelpunt.
Voorbeelden van family life:
Ouders en hun (minderjarige) kinderen.
Kinderen en hun grootouders.
Pleegouders en pleegkinderen.
Niet-biologische, maar langdurige en zorgdragende relaties (bijv. stiefouders,
informele verzorgers).
Samenwonen is geen vereiste, maar het kan wel een belangrijke aanwijzing zijn dat er
sprake is van family life.
Overheidsinstanties mogen niet zomaar ingrijpen in dit recht. Een inmenging is alleen
toegestaan als die:
Wettelijk is geregeld en
Noodzakelijk is in een democratische samenleving (bijvoorbeeld voor de nationale
veiligheid of ter bescherming van de rechten van anderen).
Family life = iedereen heeft recht op respect voor zijn familie- en gezinsleven.
Belangrijk arrest: Marckx v. België
In dit arrest maakte België onderscheid tussen kinderen geboren binnen een
huwelijk en buitenechtelijke kinderen.
Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde dat:
- Lidstaten ervoor moeten zorgen dat burgers een normaal gezinsleven kunnen
leiden.
- Nationale wetten geen inbreuk mogen maken op het recht op family life.
De Belgische wetgeving was in strijd met artikel 8 EVRM.
Vaste jurisprudentie van het EHRM over "family life" (artikel 8 EVRM)
1. Family life tussen volwassenen
Tussen gehuwde mensen bestaat altijd family life.
Zelfs als ze nog niet samenwonen, plannen om samen te wonen en een
gezinsleven te leiden zijn voldoende
Voorwaarde (er moet sprake zijn van):
- Huwelijk,
- Samenwonen óf plannen om samen te wonen,
- Het daadwerkelijk willen leiden van een gezinsleven.
2. Family life tussen ouder en kind
Tussen een kind en de biologische moeder is altijd family life, automatisch.
Tussen een kind en de biologische vader is family life niet automatisch.