Samenvatting DGB tentamen
Operations Management
(Edumundo+Reader 2)
,Kennismaking met bedrijfsfuncties,
bedrijfsprocessen, ERP en
businessmanagement
2. Van bedrijfsfunctie naar bedrijfsproces
Hoe organiseert een organisatie (bedrijf, onderneming) haar bedrijfsvoering?
2.1 Bedrijfsorganisaties
Organisaties zijn onderverdeeld in afdelingen. Elke afdeling (departement) heeft
een eigen functie aan de hand van de verschillende taken die moeten worden
uitgevoerd. Een andere term voor afdeling is ‘’bedrijfsfunctie’’ (business
function).
Bedrijfsfunctie= Een bedrijfsfunctie is een organisatorische eenheid
waarbinnen veelal gelijksoortige activiteiten worden uitgevoerd.
Elke afdeling is een zelfstandige eenheid, waarin de leiding in de handen is van
de afdelingsmanager. Vaak zijn activiteiten van verschillende afdelingen aan
elkaar gekoppeld.
Bijvoorbeeld: een verkooporder. Afdeling verkoop zorgt voor
verkrijgen/registreren van de verkooporder, afdeling magazijn verpakt en
verzendt de goederen, afdeling administratie stuurt de verkoopfactuur
naar de klant en bewaakt het binnenkomen van de betaling.
o De verkoopafdeling moet orders overdragen aan de andere
afdelingen, omdat de activiteiten die met verkopen te maken
hebben niet allemaal binnen de verkoopafdeling vallen.
In de meeste bedrijven wordt gewerkt met een lijn-staforganisatie. Met de lijn
worden de afdelingen bedoeld die zich bezighouden met het primaire proces. De
andere afdelingen zijn stafafdelingen. Dit wordt weergegeven in een
organisatieschema/organigram.
,Een lijn-staforganisatie is een hiërarchische organisatie: er wordt met
uitvoerenden en leidinggevenden gewerkt. Het uitvoerend personeel moet
verantwoording afleggen over de uitvoering van de taken die de leidinggevende
heeft overgedragen.
Delegatie = het overdragen van taken aan een lager niveau in de organisatie.
Door te delegeren gaan er taken met bijbehorende bevoegdheden en
verantwoordelijkheden over van de leidinggevende op het uitvoerende personeel.
2.2 Omslag naar bedrijfsprocessen
Vroeger: Door vele overdrachtsmomenten tussen afdelingen bleek het niet meer
zo gemakkelijk om bijvoorbeeld bestellingen van klanten op tijd en tegen een
concurrerend kostenniveau te leveren. Daarom introduceerde Michael Porter een
strategie waarbij niet langer de bedrijfsfuncties leidend zijn voor de
bedrijfsvoering, maar de weg die een order/product aflegt door de onderneming,
Het gaat volgens Porter niet om afdelingen, maar om processen.
Bij bedrijfsprocessen gaat het over omzetten van input naar output. Een ander
kenmerk is dat bedrijfsprocessen starten met een klantvraag en eindigen met
een product voor die klant.
,De klant
Je hebt externe klanten, maar ook interne klanten. Denk bijvoorbeeld aan een
afdeling IT, die een nieuw computersysteem in het bedrijf oplevert. Voor de
uitvoering van het proces maakt het niet zoveel uit of het een externe of een
interne klant is. Bij de procesoriëntatie (in tegenstelling tot de
afdelingsoriëntatie) staat de klantbenadering centraal. Dit zorgt ervoor dat het
bedrijfsproces zo effectief en efficiënt mogelijk en met zo min mogelijk
overdrachtsmomenten wordt uitgevoerd. Ook kun je zo de logica van
handelingen van vraag tot oplossing (het product) beter volgen.
Het bedrijfsproces
Bedrijfsproces = Een verzameling van samenhangende activiteiten die start
met een vraag van een klant (trigger) en eindigt bij het opleveren van een of
enkele producten. De producten hebben waarde voor de afnemer. De afnemer
kan zowel een externe klant zijn als een interne klant (bijv. een andere afdeling).
Diensten worden hierbij ook als producten aangemerkt.
Trigger = Een gebeurtenis/activiteit waardoor het bedrijfsproces begint te
‘lopen’.
De verschuiving van bedrijfsfunctiegericht naar procesgericht wil niet zeggen dat
er geen afdelingen meer zijn met afdelingsverantwoordelijkheden. Het
afdelingshoofd is nog steeds de hiërarchische baas. Daarnaast zorgt een
procesverantwoordelijke ervoor dat alle activiteiten gestroomlijnd lopen en dat
problemen snel worden opgelost.
Value chain
Dit model (‘waardekringloopmodel’ = Nederlandse variant) laat een keten van
handelingen zien die het concurrentievoordeel van de organisatie weergeeft.
De primaire processen zijn in de staande kolommen weergegeven. Met al deze
activiteiten verdient het bedrijf zijn geld.
De secundaire processen zijn weergegeven in de bovenste vier rijen. Deze zijn
wel nodig om het bedrijf te laten voortbestaan, maar daarmee verdient het
, bedrijf geen geld. Procurement (inkoop) staat hier bij de secundaire activiteiten,
maar dit proces wordt ook wel tot de primaire activiteiten gerekend.
Wanneer je de activiteiten uit het schema in de horizontale en de verticale pijlers
in geldswaarde zou uitdrukken, krijg je de verkoopopbrengst/omzet en de totale
kosten. Het verschil tussen beide is de marge (margin). Het bedrijf heeft alleen
bestaansrecht als het kostentotaal lager is dan de verkoopopbrengst.
Strategische beslissing
Tegenwoordig kiezen bedrijven eerder voor het model met bedrijfsprocessen dan
voor het model van sterk van elkaar gescheiden afdelingen. Deze keuze is een
strategische beslissing= de beslissing heeft een grote impact en de gevolgen
zijn in een reeks van jaren duidelijk te merken.
Een bedrijf dat ervoor kiest om bedrijfsfunctiegericht te zijn
(afdelingsoriëntatie) heeft de focus op de producten die het maakt, en
probeert die vervolgens aan klanten te verkopen. Dit is aanbodgericht.
Een bedrijf met procesoriëntatie heeft de focus op de wens van de klant.
Dit is vraaggericht. Het gaat erom de klant op zijn wenken te kunnen
bedienen.
De verschuiving van bedrijfsfunctie naar bedrijfsproces komt vooral omdat de
klant mondiger is geworden. Bedrijven zijn steeds vraaggerichter gaan werken.
Daarom is Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) ook steeds
belangrijker geworden: dat is een wens van de klant.
3. ERP en procesmodelleren
Het omvormen van een afdelingsgeoriënteerde naar een
bedrijfsprocesgeoriënteerde benadering gaat niet vanzelf. Daarvoor moet een
organisatie veel zaken opnieuw ontwerpen.
Het aanpassen van productlijnen en processen: business process
redesign (BPR)
Als er sprake is van een ingrijpende omslag in het denken over en
vormgeven van de gehele bedrijfsvoering: business process
reengineering (BPR)
3.1 In kaart brengen van bedrijfsprocessen
Wanneer een onderneming haar bedrijfsprocessen in kaart brengt, wordt vaak
pas duidelijk welke processen er allemaal zijn in een bedrijf. Zowel het
management als de medewerkers zijn dan volledig op de hoogte van wat er
verwacht wordt, van wie, wanneer, waarmee en waarom. --- - Ook zie je welke
producten en welke klanten hierbij een rol spelen.
Bedrijfsprocessen worden ook wel omschreven als event-driven process
chains= processen die worden aangestuurd door gebeurtenissen (events). Van
een groot aantal processen is vooraf duidelijk welke gebeurtenissen zullen
optreden. Je kunt dan ook inventariseren wat de gevolgen zijn van het optreden
van deze gebeurtenissen.
Operations Management
(Edumundo+Reader 2)
,Kennismaking met bedrijfsfuncties,
bedrijfsprocessen, ERP en
businessmanagement
2. Van bedrijfsfunctie naar bedrijfsproces
Hoe organiseert een organisatie (bedrijf, onderneming) haar bedrijfsvoering?
2.1 Bedrijfsorganisaties
Organisaties zijn onderverdeeld in afdelingen. Elke afdeling (departement) heeft
een eigen functie aan de hand van de verschillende taken die moeten worden
uitgevoerd. Een andere term voor afdeling is ‘’bedrijfsfunctie’’ (business
function).
Bedrijfsfunctie= Een bedrijfsfunctie is een organisatorische eenheid
waarbinnen veelal gelijksoortige activiteiten worden uitgevoerd.
Elke afdeling is een zelfstandige eenheid, waarin de leiding in de handen is van
de afdelingsmanager. Vaak zijn activiteiten van verschillende afdelingen aan
elkaar gekoppeld.
Bijvoorbeeld: een verkooporder. Afdeling verkoop zorgt voor
verkrijgen/registreren van de verkooporder, afdeling magazijn verpakt en
verzendt de goederen, afdeling administratie stuurt de verkoopfactuur
naar de klant en bewaakt het binnenkomen van de betaling.
o De verkoopafdeling moet orders overdragen aan de andere
afdelingen, omdat de activiteiten die met verkopen te maken
hebben niet allemaal binnen de verkoopafdeling vallen.
In de meeste bedrijven wordt gewerkt met een lijn-staforganisatie. Met de lijn
worden de afdelingen bedoeld die zich bezighouden met het primaire proces. De
andere afdelingen zijn stafafdelingen. Dit wordt weergegeven in een
organisatieschema/organigram.
,Een lijn-staforganisatie is een hiërarchische organisatie: er wordt met
uitvoerenden en leidinggevenden gewerkt. Het uitvoerend personeel moet
verantwoording afleggen over de uitvoering van de taken die de leidinggevende
heeft overgedragen.
Delegatie = het overdragen van taken aan een lager niveau in de organisatie.
Door te delegeren gaan er taken met bijbehorende bevoegdheden en
verantwoordelijkheden over van de leidinggevende op het uitvoerende personeel.
2.2 Omslag naar bedrijfsprocessen
Vroeger: Door vele overdrachtsmomenten tussen afdelingen bleek het niet meer
zo gemakkelijk om bijvoorbeeld bestellingen van klanten op tijd en tegen een
concurrerend kostenniveau te leveren. Daarom introduceerde Michael Porter een
strategie waarbij niet langer de bedrijfsfuncties leidend zijn voor de
bedrijfsvoering, maar de weg die een order/product aflegt door de onderneming,
Het gaat volgens Porter niet om afdelingen, maar om processen.
Bij bedrijfsprocessen gaat het over omzetten van input naar output. Een ander
kenmerk is dat bedrijfsprocessen starten met een klantvraag en eindigen met
een product voor die klant.
,De klant
Je hebt externe klanten, maar ook interne klanten. Denk bijvoorbeeld aan een
afdeling IT, die een nieuw computersysteem in het bedrijf oplevert. Voor de
uitvoering van het proces maakt het niet zoveel uit of het een externe of een
interne klant is. Bij de procesoriëntatie (in tegenstelling tot de
afdelingsoriëntatie) staat de klantbenadering centraal. Dit zorgt ervoor dat het
bedrijfsproces zo effectief en efficiënt mogelijk en met zo min mogelijk
overdrachtsmomenten wordt uitgevoerd. Ook kun je zo de logica van
handelingen van vraag tot oplossing (het product) beter volgen.
Het bedrijfsproces
Bedrijfsproces = Een verzameling van samenhangende activiteiten die start
met een vraag van een klant (trigger) en eindigt bij het opleveren van een of
enkele producten. De producten hebben waarde voor de afnemer. De afnemer
kan zowel een externe klant zijn als een interne klant (bijv. een andere afdeling).
Diensten worden hierbij ook als producten aangemerkt.
Trigger = Een gebeurtenis/activiteit waardoor het bedrijfsproces begint te
‘lopen’.
De verschuiving van bedrijfsfunctiegericht naar procesgericht wil niet zeggen dat
er geen afdelingen meer zijn met afdelingsverantwoordelijkheden. Het
afdelingshoofd is nog steeds de hiërarchische baas. Daarnaast zorgt een
procesverantwoordelijke ervoor dat alle activiteiten gestroomlijnd lopen en dat
problemen snel worden opgelost.
Value chain
Dit model (‘waardekringloopmodel’ = Nederlandse variant) laat een keten van
handelingen zien die het concurrentievoordeel van de organisatie weergeeft.
De primaire processen zijn in de staande kolommen weergegeven. Met al deze
activiteiten verdient het bedrijf zijn geld.
De secundaire processen zijn weergegeven in de bovenste vier rijen. Deze zijn
wel nodig om het bedrijf te laten voortbestaan, maar daarmee verdient het
, bedrijf geen geld. Procurement (inkoop) staat hier bij de secundaire activiteiten,
maar dit proces wordt ook wel tot de primaire activiteiten gerekend.
Wanneer je de activiteiten uit het schema in de horizontale en de verticale pijlers
in geldswaarde zou uitdrukken, krijg je de verkoopopbrengst/omzet en de totale
kosten. Het verschil tussen beide is de marge (margin). Het bedrijf heeft alleen
bestaansrecht als het kostentotaal lager is dan de verkoopopbrengst.
Strategische beslissing
Tegenwoordig kiezen bedrijven eerder voor het model met bedrijfsprocessen dan
voor het model van sterk van elkaar gescheiden afdelingen. Deze keuze is een
strategische beslissing= de beslissing heeft een grote impact en de gevolgen
zijn in een reeks van jaren duidelijk te merken.
Een bedrijf dat ervoor kiest om bedrijfsfunctiegericht te zijn
(afdelingsoriëntatie) heeft de focus op de producten die het maakt, en
probeert die vervolgens aan klanten te verkopen. Dit is aanbodgericht.
Een bedrijf met procesoriëntatie heeft de focus op de wens van de klant.
Dit is vraaggericht. Het gaat erom de klant op zijn wenken te kunnen
bedienen.
De verschuiving van bedrijfsfunctie naar bedrijfsproces komt vooral omdat de
klant mondiger is geworden. Bedrijven zijn steeds vraaggerichter gaan werken.
Daarom is Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) ook steeds
belangrijker geworden: dat is een wens van de klant.
3. ERP en procesmodelleren
Het omvormen van een afdelingsgeoriënteerde naar een
bedrijfsprocesgeoriënteerde benadering gaat niet vanzelf. Daarvoor moet een
organisatie veel zaken opnieuw ontwerpen.
Het aanpassen van productlijnen en processen: business process
redesign (BPR)
Als er sprake is van een ingrijpende omslag in het denken over en
vormgeven van de gehele bedrijfsvoering: business process
reengineering (BPR)
3.1 In kaart brengen van bedrijfsprocessen
Wanneer een onderneming haar bedrijfsprocessen in kaart brengt, wordt vaak
pas duidelijk welke processen er allemaal zijn in een bedrijf. Zowel het
management als de medewerkers zijn dan volledig op de hoogte van wat er
verwacht wordt, van wie, wanneer, waarmee en waarom. --- - Ook zie je welke
producten en welke klanten hierbij een rol spelen.
Bedrijfsprocessen worden ook wel omschreven als event-driven process
chains= processen die worden aangestuurd door gebeurtenissen (events). Van
een groot aantal processen is vooraf duidelijk welke gebeurtenissen zullen
optreden. Je kunt dan ook inventariseren wat de gevolgen zijn van het optreden
van deze gebeurtenissen.