Inhoud
HRM periode 1..................................................................................................... 1
Hoofdstuk 3...................................................................................................... 1
Hoofdstuk 8...................................................................................................... 3
Arbeidsovereenkomst en beloningssystemen........................................................3
Belangrijke aandachtspunten:............................................................................. 3
Methoden voor belonen.......................................................................................... 4
a. Functiewaardering........................................................................................... 4
b. Salarisschalen en loonstructuur......................................................................4
c. Prestatiebeloning............................................................................................. 4
Vormen van beloning.............................................................................................. 4
Primaire arbeidsvoorwaarden.............................................................................. 4
Secundaire arbeidsvoorwaarden.........................................................................4
Trends en actuele thema’s...................................................................................... 4
Proces van prestatiebeloning................................................................................. 4
Wet- en regelgeving............................................................................................... 5
Flexibilisering van arbeidsvoorwaarden.................................................................5
Conclusie................................................................................................................ 5
Hoofdstuk 12.................................................................................................... 5
Soorten loopbanen................................................................................................. 5
Loopbaanbegeleiding............................................................................................. 6
Methoden voor loopbaanbegeleiding..................................................................6
Loopbaanmanagement........................................................................................... 6
Trends en actuele ontwikkelingen...........................................................................6
Hoofdstuk 9...................................................................................................... 7
Hoofdstuk 4...................................................................................................... 9
Hoofdstuk 6.................................................................................................... 10
HRM periode 1
Hoofdstuk 3
Week 2
Horizontale doorstroom = wanneer een medewerken met een functie een
ander beroep of op andere afdeling gaat doen binnen bedrijf met eenzelfde
niveau.
Verticale doorstroom = promotie of demotie
Laterale doorstoom = doorstromen binnen bedrijf, niveau maakt niet uit
, Er is geen ideaal aan hoeveelheid doorstroom, uitstroom en instroom. Ligt aan
organisatie. Bij sommige is doorstroom fijn en bij andere willen ze hebben dan
personeel langer blijft op functie.
Dynamisch stroombeleid = de continue van een stroom van mensen in en
door organisatie en de directe omgeving van organisatie.
Zzp’ers worden steeds vaker ingehuurd door bedrijven. Dat is omdat bedrijven
moeilijk aan vast personeel kunnen komen. Ook zijn er meer zzp’ers.
(zelfstandige zonder personeel) zitten ook steeds meer regels aan vast. Dat is de
wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie.
Stroombeleid is relevant omdat een continu in beweging zijnde stroom aan
medewerkers. Organisaties hebben meer behoefte aan wendbaarheid.
Wet arbeidsmarkt in balans:
Voor werkgevers aantrekkelijker maken iemand vast in dienst te nemen.
Mogelijkheden ontslag uitbreiden
Gelijke rechtspositie
Minimale oproeptermijn en aanbod vaste uren na 12 maanden voor
oproepkracht
Nieuwe generatie werknemers hecht minder waarde aan vast contract, wil
sneller doorstomen en zoekt eerder nieuwe baan buiten bedrijf.
Personeel vind in deze tijd sneller een nieuwe baan. Als er genoeg baanaanbod is
zijn ze sneller geneigd om iets anders te zoeken. Deze generatie veranderd ook
sneller van bedrijf.
Redenen voor doorstromen zijn kansen bieden voor personeel, om optimaal
gebruik te maken van aanwezige kwaliteit van een medewerker en medewerker
motiveren.
Bijzondere vormen van uitstroom:
Gedeeltelijke uitstroom = werknemers kunnen door wet minder werken.
werkgever kan aantonen dat dat niet goed is voor bedrijf dan kan bedrijf
kiezen iemand aan te nemen die meer kan werken
Pensionering = personeel dat met pensioen gaat
Overlijden
Arbeidsongeschiktheid
Uitbesteden van werk = als werk wordt uitbesteed of overnemende bedrijf
neemt werknemers Bedrijf hebben liever geen gedwongen ontslag en dat
ligt vaak ook gevoelig. Een bedrijf kan niet zomaar iemand ontslaan.
Demotie is ook iets wat een bedrijf graag vermijd.
Schaarste = de schaarste heeft betrekking op het gemak waarmee een
functie vervuld kan worden.
1. Kernmedewerkers
2. Professionals
3. Ondersteunend personeel
4. Ondersteunende professionals
Inclusieve benadering = verbintenis voor lang termijn
Exclusieve benadering = mensen met weinig training die makkelijk
ingeruild kunnen worden
HRM periode 1..................................................................................................... 1
Hoofdstuk 3...................................................................................................... 1
Hoofdstuk 8...................................................................................................... 3
Arbeidsovereenkomst en beloningssystemen........................................................3
Belangrijke aandachtspunten:............................................................................. 3
Methoden voor belonen.......................................................................................... 4
a. Functiewaardering........................................................................................... 4
b. Salarisschalen en loonstructuur......................................................................4
c. Prestatiebeloning............................................................................................. 4
Vormen van beloning.............................................................................................. 4
Primaire arbeidsvoorwaarden.............................................................................. 4
Secundaire arbeidsvoorwaarden.........................................................................4
Trends en actuele thema’s...................................................................................... 4
Proces van prestatiebeloning................................................................................. 4
Wet- en regelgeving............................................................................................... 5
Flexibilisering van arbeidsvoorwaarden.................................................................5
Conclusie................................................................................................................ 5
Hoofdstuk 12.................................................................................................... 5
Soorten loopbanen................................................................................................. 5
Loopbaanbegeleiding............................................................................................. 6
Methoden voor loopbaanbegeleiding..................................................................6
Loopbaanmanagement........................................................................................... 6
Trends en actuele ontwikkelingen...........................................................................6
Hoofdstuk 9...................................................................................................... 7
Hoofdstuk 4...................................................................................................... 9
Hoofdstuk 6.................................................................................................... 10
HRM periode 1
Hoofdstuk 3
Week 2
Horizontale doorstroom = wanneer een medewerken met een functie een
ander beroep of op andere afdeling gaat doen binnen bedrijf met eenzelfde
niveau.
Verticale doorstroom = promotie of demotie
Laterale doorstoom = doorstromen binnen bedrijf, niveau maakt niet uit
, Er is geen ideaal aan hoeveelheid doorstroom, uitstroom en instroom. Ligt aan
organisatie. Bij sommige is doorstroom fijn en bij andere willen ze hebben dan
personeel langer blijft op functie.
Dynamisch stroombeleid = de continue van een stroom van mensen in en
door organisatie en de directe omgeving van organisatie.
Zzp’ers worden steeds vaker ingehuurd door bedrijven. Dat is omdat bedrijven
moeilijk aan vast personeel kunnen komen. Ook zijn er meer zzp’ers.
(zelfstandige zonder personeel) zitten ook steeds meer regels aan vast. Dat is de
wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie.
Stroombeleid is relevant omdat een continu in beweging zijnde stroom aan
medewerkers. Organisaties hebben meer behoefte aan wendbaarheid.
Wet arbeidsmarkt in balans:
Voor werkgevers aantrekkelijker maken iemand vast in dienst te nemen.
Mogelijkheden ontslag uitbreiden
Gelijke rechtspositie
Minimale oproeptermijn en aanbod vaste uren na 12 maanden voor
oproepkracht
Nieuwe generatie werknemers hecht minder waarde aan vast contract, wil
sneller doorstomen en zoekt eerder nieuwe baan buiten bedrijf.
Personeel vind in deze tijd sneller een nieuwe baan. Als er genoeg baanaanbod is
zijn ze sneller geneigd om iets anders te zoeken. Deze generatie veranderd ook
sneller van bedrijf.
Redenen voor doorstromen zijn kansen bieden voor personeel, om optimaal
gebruik te maken van aanwezige kwaliteit van een medewerker en medewerker
motiveren.
Bijzondere vormen van uitstroom:
Gedeeltelijke uitstroom = werknemers kunnen door wet minder werken.
werkgever kan aantonen dat dat niet goed is voor bedrijf dan kan bedrijf
kiezen iemand aan te nemen die meer kan werken
Pensionering = personeel dat met pensioen gaat
Overlijden
Arbeidsongeschiktheid
Uitbesteden van werk = als werk wordt uitbesteed of overnemende bedrijf
neemt werknemers Bedrijf hebben liever geen gedwongen ontslag en dat
ligt vaak ook gevoelig. Een bedrijf kan niet zomaar iemand ontslaan.
Demotie is ook iets wat een bedrijf graag vermijd.
Schaarste = de schaarste heeft betrekking op het gemak waarmee een
functie vervuld kan worden.
1. Kernmedewerkers
2. Professionals
3. Ondersteunend personeel
4. Ondersteunende professionals
Inclusieve benadering = verbintenis voor lang termijn
Exclusieve benadering = mensen met weinig training die makkelijk
ingeruild kunnen worden