Inhoud
Hoorcollege 1 - inleiding............................................................................................................. 2
Hoorcollege 2 – Inleiding en onderzoeksmethode......................................................................3
Hoorcollege 2 – Fysiek.......................................................................................................... 12
Hoorcollege 3 Common factors................................................................................................ 15
Hoorcollege 3 – fysiek / common factors.............................................................................. 22
Hoorcollege 4 + 5 – gedragstherapie....................................................................................... 23
Hoorcollege 4 + 5 -> Boek, modusmodel schematherapie..................................................31
Hoorcollege 4 + 5 -> Boek, klassiek conditionering en operante conditionering.................34
Operante conditionering: Leren handelen in een betekenisvolle context.............................36
De Empirische Cyclus: Wetenschappelijk Onderzoek en Kennisverwerving.........................39
Hoorcollege 6 en 7 – systeemtherapie..................................................................................... 42
Hoorcollege 7 en 8 – psychotherapie........................................................................................ 53
Quizlet link............................................................................................................................... 61
,Hoorcollege 1 - inleiding
Voorbereidende opnamen – inleiding
Leerdoelen
De achterliggende theoretische visie, principes en rationale (en de daarbij horende
concepten) van de 3 belangrijkste behandelstromen (gedragstherapie, systeemtherapie en
psychodynamische therapie) en heb je schrijven en onderling vergelijken.
Tentamen: 14 meerkeuzen vragen (35%) –> observatie worden gegeven vanuit de
behandelkamer en hier wordt gevraagd om het juiste theoretisch concept op toe te
passen.
Het kunnen toepassen van de 3 behandelstromen (op casusmateriaal), en toepassen van
deze drie behandelstromingen in bewezen effectieve behandelmethodieken.
Tentamen: 14 meerkeuzen vragen (35%)
Opdracht 2 (schrijfopdracht, casus): pass/fail
De gemeenschappelijke factoren (common factors) die in belangrijke mate verantwoordelijk
zijn voor de werkzaamheid van uiteenlopende behandelinterventies herkennen en zelf
(beginnend) kunnen toepassen.
Tentamen: 4 meerkeuzen vragen (10%)
Werkcollege (reflectie schrijven + aanwezigheid): pass/fail
De effectiviteit van verschillende behandelmethode beoordelen op basis van
wetenschappelijk onderzoek, waarbij rekening wordt gehouden met de kwaliteit van het
onderzoek.
Tentamen: 8 meerkeuzen vragen (20%)
Opdracht 1 (schrijfopdracht, artikel): pass/fail
Meer als helft van het tentamen bestaat echt uit observaties en hier moeten dan de juiste
theoretische concepten aan gekoppeld worden. Het tentamen zal ook alleen uit
toepassingsvragen bestaan.
,Hoorcollege 2 – Inleiding en
onderzoeksmethode
Voorbereidende opnamen – kwaliteit en evidentie
Wat is psychotherapie?
Psychotherapie is een (vooral) interpersoonlijke behandeling met deze kenmerken, vastgesteld
door Wampold & Izel, 2014:
De behandeling is gericht op het verbeteren van een stoornis, probleem of klacht bij een cliënt die
daar hulp voor zoekt
De behandeling wordt uitgevoerd door een therapeut die getraind is;
De behandeling is voldoende aangepast aan deze bepaalde cliënt en aan zijn of haar stoornis,
probleem of klacht;
De behandeling is gebaseerd op psychologische principes
Dit is een vrij brede definitie, dus Wampold & Izel, 2014 hebben een vermakelijkere definitie voor
psychotherapie gemaakt. De Bona Fide Psychotherapie (dit zijn stromingen waar al veel onderzoek naar
gedaan en uitgevoerd worden), dit is gebaseerd over de aard van de psychische klacht en wat er nodig is
om deze klachten te verbeteren.
Beschreven in een handleiding
Gebaseerd op een coherente theorie over de aard van de psychopathologie en de aard van de
verandering die nodig is, inclusief een beschrijving van werkingsmechanismen en actieve
ingrediënten van de behandeling
Gebaseerd op modellen en principes waar onderzoeksevidentie voor bestaat (bestaande
stromingen binnen vb gedrags-, systeem- of psychodynamische therapie)
Worden al langere tijd uitgevoerd
Uitgevoerd door een academisch opgeleide behandelaar
Afgestemd op individuele hulpvraag, klachten en problemen van de cliënt
Gebaseerd op face to face meetings en dus op een therapeutische relatie
Evidence-based
Dit gebruiken we om goede en minder goede behandelingen van elkaar te onderscheiden.
Evidence-based behandelmethoden zijn theoretisch onderbouwd en worden ondersteund door
wetenschappelijke evidentie
Wetenschappelijke evidentie is afgeleid uit onderzoek; de kwaliteit van het design zegt iets over de
kwaliteit van de evidentie
Niet alle evidentie is even sterk; in richtlijnen worden aanbevelingen gebaseerd op de kwaliteit van
de evidentie die voor diverse behandelmethoden werd verzameld
Diverse designs verschillen in de mate waarin ze doorgaans focussen op diverse aspecten van
interne versus externe validiteit
Intern: hoe overtuigend kan het waargenomen behandeleffect inderdaad aan de specifieke
interventie zelf worden toegeschreven? (het waken van het kwaliteit van het design)
Externe validiteit: hoe representatief zijn de conclusies uit deze studie voor de dagelijkse
klinische praktijk?
Als je de interne validiteit strikter gaat bewaken dus meer consistentie hebt, dit eigenlijk ervoor zorgt
dat de externe validiteit minder goed wordt.
Enkele types designs
!!Case study design
Opzet
Erg gedetailleerde beschrijving van de toepassing van een behandelmethode
bij een of een beperkt aantal gevallen
Klein aantal gevallen
Kwalitatieve benadering
Thick description (gedetailleerde en dichte beschrijving van de casus in al haar
facetten)
, Studie van de casus in haar natuurlijke context
Gerichte keuze van een case op basis van de verwachting dat die veel
informatie kan opleveren (representatief voor de theorie, eerder dan voor de
populatie) – (Je streeft niet naar representativiteit voor de populatie, maar gaat
gericht selecteren dat je deze case veel informatie zal opleveren omdat het
gaat om een heel unieke case en veel theorie kan opleveren.)
Voordelen
Kleinschalig, pilot, passend bij ontwikkelfase van een nieuwe
behandelmethode
Nauwkeurige en rijke observaties en beschrijvingen
Onderzoek van unieke of zeldzame gevallen
Vaak erg geschikt om hypotheses over de specifieke werkingsmechanismen
van een behandeling te genereren
Focus kan niet alleen liggen op de interventie, maar ook op de beschrijving
van de context waarin de interventie werd uitgevoerd
Nadelen
Generaliseerbaarheid is beperkt: weinig representatief voor de populatie;
vaak worden cases geselecteerd omdat ze werkzaamheid aantonen en zijn
ze dus weinig representatief voor de werkzaamheid in een bredere groep
Weinig informatie over de grootte van het effect omdat slechts één of enkele
cases worden onderzocht
Interne validiteit is volgens critici laag: geen controlegroep en dus weinig
controle of de effecten niet vb aan placebo zijn toe te schrijven
Case study design met herhaalde metingen (is een experimenteel design)
Opzet
Kwantitatieve case study, waarbij je herhaalde metingen uitvoert volgens een
bepaald schema dat samenhangt met het toedienen en onthouden van de
interventie (AB, ABA, ABAB etc)
Het principe is dat de n klein is, maar het aantal meetmomenten hoog, waarbij
bovendien de meetmomenten toevallig verdeeld kunnen worden over de
condities (toediening/onthouding)
Interne validiteit neemt toe door de verwachting dat de veranderingen in de
uitkomstvariabelen samenhangen met het al dan niet toedienen van de
interventie.
Voordelen
Meer interne validiteit: causaliteit kan beter worden getoetst door bijvoorbeeld
de metingen tijdens de baseline (onthouden van interventie) te vergelijken
met de metingen tijdens de toediening van de interventie (waarbij je een
toenemend effect verwacht bij hogere dosis)
Nadelen
Arbeidsintensief voor deelnemers (veel metingen)
Minder sterke generalisering naar populatie (minder representativiteit)
One group pre-post treatment design
Opzet
Quasi-experiment waarbij een specifieke uitkomst waarvan wordt verwacht
dat ze zal worden gerealiseerd door de interventie (vb vermindering van
depressiviteit) gemeten wordt bij een groep patiënten voor én na de
toepassing van de interventie
De groep van deelnemers wordt niet-toevallig geselecteerd
Geen controlegroep
Je gaat ervanuit dat waneneer je een verbetering vast stelt na de interventie
dat dit toe te schrijven is aan het effect van de interventie, waarbij de
nulhypothese is dat er geen verschil is
Voordelen