Week 1
5 W-vragen bij dwangmiddelen->
- Wie mag het dwangmiddel gebruiken?
o 141 jo 142 bevoegdheid
- Wat mag gebruikt worden?
- Tegen wie mag het dwangmiddel gebruikt worden?
o Individualiseerbaarheid= wie kan concreet worden aangewezen
o Concretiseerbaarheid= welk feit is er gepleegd
o Objectiveerbaarheid= het vermoeden moet objectief zijn, dus veel bewijs ofzo
- Wanneer mag het dwangmiddel gebruikt worden?
o 67 jo 67a
- Waartoe mag het dwangmiddel gebruikt worden?
Ook kijken of is voldaan aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit
Voorlopige hechtenis->
- Geval waarvoor voorlopige hechtenis toegelaten is
o Hoofdregel: straf van 4 jaar of hoger of een geval uit lid 1 sub b en c
- Grond voor voorlopige hechtenis
- Ernstige bezwaren
o Ernstige bezwaren die blijken uit feiten en omstandigheden
o Meer dan slechts een vermoeden van schuld, maar stevige verdenking
o Niet vereist bij terroristisch misdrijf
- Anticipatiegebod
o Bij het bevel tot voorlopige hechtenis moet rekening gehouden worden met de
verwachte rechterlijke uitspraak
- Subsidiariteit en proportionaliteit
Bij elk bevel, ook tot verlenging, moet aan de eisen worden voldaan
Collusiegevaar= gevaar dat waarheidsvinding in het geding komt
Anticipatiegebod= als de rechter een lagere straf op zou leggen dan moet daar rekening mee
gehouden worden
Week 2
Materieel criterium verdachte->
- Individualiseerbaarheid-> degene te wiens aanzien
- Objectiveerbaarheid-> een redelijk vermoeden van schuld
, - Concretiseerbaarheid-> een wet die het strafbare feit stelt
Formeel criterium->
- Degene tegen wie de vervolging is gericht
Wanneer is er sprake van verhoor->
- HR-verhoor over hennepkwekerij
Politie-> heeft geweldsmonopolie-> wat is geweld?-> ‘elke dwangmatige kracht van meer dan
geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken’.-> ook de vereisten van prop en sub gelden.
Wrakingsprocedure-> wanneer een der partijen twijfelt aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid
van de rechter
Verschoningsrecht-> wanneer de rechter zelf al het idee heeft, dat hij niet onpartijdig kan zijn, kan hij
zich verschonen en wordt de zaak aan een andere rechter overgebracht
Slachtoffer: spreekrecht, recht op informatie en recht op bijstand
Politie: strafrechtelijke handhaving en handhaving maatschappelijke orde
Openbaar ministerie: belast met de vervolging, gezag over de politie
Rechter: uiteindelijke berechting op basis van art 348 en art 350 sv
Deskundige
Getuige
Week 3
Functionarissen belast met opsporing->
- Gewone opsporingsambtenaar
o Officier van justitie
o Hulpofficier van justitie
o Politieambtenaren met opsporende taak
- Marechaussee
- Bijzondere opsporingsdienst
o FIOD
- Buitengewone opsporingsambtenaren
Deze functionarissen hebben allemaal een verbaliseringsplicht-> wanneer zij iets hebben gezien
moeten ze zo snel mogelijk een proces-verbaal maken.
Vormen van opsporing->
- Aanwijzingen van terrorisme
- Vroegsporing
5 W-vragen bij dwangmiddelen->
- Wie mag het dwangmiddel gebruiken?
o 141 jo 142 bevoegdheid
- Wat mag gebruikt worden?
- Tegen wie mag het dwangmiddel gebruikt worden?
o Individualiseerbaarheid= wie kan concreet worden aangewezen
o Concretiseerbaarheid= welk feit is er gepleegd
o Objectiveerbaarheid= het vermoeden moet objectief zijn, dus veel bewijs ofzo
- Wanneer mag het dwangmiddel gebruikt worden?
o 67 jo 67a
- Waartoe mag het dwangmiddel gebruikt worden?
Ook kijken of is voldaan aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit
Voorlopige hechtenis->
- Geval waarvoor voorlopige hechtenis toegelaten is
o Hoofdregel: straf van 4 jaar of hoger of een geval uit lid 1 sub b en c
- Grond voor voorlopige hechtenis
- Ernstige bezwaren
o Ernstige bezwaren die blijken uit feiten en omstandigheden
o Meer dan slechts een vermoeden van schuld, maar stevige verdenking
o Niet vereist bij terroristisch misdrijf
- Anticipatiegebod
o Bij het bevel tot voorlopige hechtenis moet rekening gehouden worden met de
verwachte rechterlijke uitspraak
- Subsidiariteit en proportionaliteit
Bij elk bevel, ook tot verlenging, moet aan de eisen worden voldaan
Collusiegevaar= gevaar dat waarheidsvinding in het geding komt
Anticipatiegebod= als de rechter een lagere straf op zou leggen dan moet daar rekening mee
gehouden worden
Week 2
Materieel criterium verdachte->
- Individualiseerbaarheid-> degene te wiens aanzien
- Objectiveerbaarheid-> een redelijk vermoeden van schuld
, - Concretiseerbaarheid-> een wet die het strafbare feit stelt
Formeel criterium->
- Degene tegen wie de vervolging is gericht
Wanneer is er sprake van verhoor->
- HR-verhoor over hennepkwekerij
Politie-> heeft geweldsmonopolie-> wat is geweld?-> ‘elke dwangmatige kracht van meer dan
geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken’.-> ook de vereisten van prop en sub gelden.
Wrakingsprocedure-> wanneer een der partijen twijfelt aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid
van de rechter
Verschoningsrecht-> wanneer de rechter zelf al het idee heeft, dat hij niet onpartijdig kan zijn, kan hij
zich verschonen en wordt de zaak aan een andere rechter overgebracht
Slachtoffer: spreekrecht, recht op informatie en recht op bijstand
Politie: strafrechtelijke handhaving en handhaving maatschappelijke orde
Openbaar ministerie: belast met de vervolging, gezag over de politie
Rechter: uiteindelijke berechting op basis van art 348 en art 350 sv
Deskundige
Getuige
Week 3
Functionarissen belast met opsporing->
- Gewone opsporingsambtenaar
o Officier van justitie
o Hulpofficier van justitie
o Politieambtenaren met opsporende taak
- Marechaussee
- Bijzondere opsporingsdienst
o FIOD
- Buitengewone opsporingsambtenaren
Deze functionarissen hebben allemaal een verbaliseringsplicht-> wanneer zij iets hebben gezien
moeten ze zo snel mogelijk een proces-verbaal maken.
Vormen van opsporing->
- Aanwijzingen van terrorisme
- Vroegsporing