Hervormingen in de jeugdhulp, aanleiding:
1. Jeugdhulp beleggen bij bestuurslaag die dichtst bij jeugdigen en hun opvoeders staat
2. Één financieringsstroom voor ondersteunings- en zorgaanbod
3. Inhoudelijke overwegingen → transformatiedoelen:
• Preventie en uitgaan van eigen mogelijkheden
• Demedicaliseren, ontzorgen, normaliseren
• Beroep op gespecialiseerde zorg verminderen
• Één gezin, één plan, één regisseur
• Meer ruimte voor professionals
Decentralisatie: uitvoering van dingen verplaatst van hogere naar lagere bestuurslaag
Transitie: veranderen van het ‘huidige stelsel’, vernieuwing van de structuur
Transformatie: vernieuwing van de inhoud
Kern van het RMO-rapport:
o Elk gezin heeft vragen over opvoeding
o Meestal komen gezinnen daar uit, al dan niet met ondersteuning van sociale of professionele
omgeving
o Soms is meer professionele ondersteuning nodig
o Opvoedvragen groeien te snel uit tot opvoedproblemen
o Hulpaanbod te zwaar, niet passend, biedt geen langdurige oplossing
o Jeugdzorg loopt tegen haar grenzen aan (wachtlijsten, kosten)
o Oplossing: eerstelijns gezinszorg versterken o.b.v. de principes ontzorgen en normaliseren
Ontzorgen: versterken van de eigen kracht en het activeren en benutten van sociale netwerken
Normaliseren: tegengaan van onnodig problematiseren en etiketteren
Om steun bij opgroeien en opvoeden volgens deze principes in te richten, moet geïnvesteerd worden in
sociaalpedagogische omgeving
•Dat wordt al jaren erkend, zo blijkt o.a. uit beleidsnota’s van het voormalig ministerie voor Jeugd en
Gezin (2007-2010).
•Toch bleef focus van beleid op ingrijpen, mede gedreven door incidenten (gezinsdrama’s) en het
streven die te voorkomen.
•Veel minder focus op een –parallelle –versterking van pedagogische basisvoorzieningen (speeltuin,
buurtwerk, onderwijs, opvang) en het stimuleren van (mede)opvoeders om elkaar onderling te steunen.
,Achterliggende pedagogische discussies
Klinisch (medisch) model
o Afwijking is stoornisen moet zoveel mogelijk verholpen worden met oog op deelname aan de
samenleving
o Sluit aan op ‘humanist vision’ => lijden van individu verlichten met de mogelijkheden die we
hebben
Acceptatie (of identiteits-) model
o Afwijking is identiteit en moet geaccepteerd worden in de samenleving, kind en ouders moeten
worden ondersteund
o Sluit aan bij ‘social vision’ => diversiteit hoort bij de samenleving
, Solomon HS 1, 3 en 4
Hoofdstuk 1 ‘Zoon’
Kinderen die ‘anders’ zijn vragen van ouders dat ze van dat kind houden omwille van henzelf en niet
vanwege de kwaliteiten van de ouders die ze graag in het kind terug willlen zien.
Vertical identiteiten: de meeste kinderen hebben wel een aantal eigenschappen gemeen met hun
ouders. Bijv. Huidskleur of taal
Horizontale identiteiten: eigenschappen die een kind heeft door omgang met peers.
Vaak vinden ouders de horizontale identiteit van hun kind moeilijk, omdat dat dan anders is dan de rest
van het gezin.
‘postmenselijke toekomst’: verscheidenheid van de mensheid elimineren. Mensen die anders zijn,
normal maken. Door bijv. Abortus of groeihormonen toedienen aan Kleine mensen.
Intersectionaliteit: verschillende vormen van onderdrukking houden elkaar in stand. Je kunt bijv.
Seksisme niet uitroeien zonder racisme te bestrijden.
Hoofdstuk 3 ‘Dwergen’
Groot dilemma voor ouders om te ‘normaliseren’ of de identiteit gewoon zo te zien.
Sommige ouders gaan naar allerlei conferenties met hun dwergenkind en anderen willen juist zoveel
mogelijk laten opgroeien in een normale wereld.
Achondroplasie: 70% van de dwergen heeft deze afwijking. Er is sprake van een overactief gen dat bij
normale mensen aan het eind van de puberteit zorgt voor een stop van de beendergroei. Dat
mechanism wordt te vroeg ingezet dus.
Hoofdstuk 4 ‘Syndroom van Down’
NIPT test, is minst schadelijk. Kun je al heel vroeg in de zwangerschap doen, vanaf 10 weken. Je kan
hiermee niet de ernst zien, je weet wel of het wel/niet zo is. Daarna wordt vaak vlokkentest nog gedaan,
is gevaarlijk omdat invasief is.