Hoorcollege 1: Introductie
Doeleinden van Neuropsychologisch Onderzoek
Neuropsychologisch onderzoek is een vorm van psychologisch onderzoek waarbij het
cognitief functioneren (denkfuncties zoals geheugen, aandacht, taal, planning, etc.) in kaart
wordt gebracht.
Helpt ons inzicht te geven in de relatie tussen hersenen en gedrag.
We onderscheiden 6 verschillende doeleinden van NPO:
(1) Diagnostiek
= Dit is het meest voorkomende doel van NPO: vaststellen of verklaren van cognitieve
klachten, bijv. bij geheugenproblemen, concentratiestoornissen, gedragsveranderingen, etc.
- Onderscheiden van psychiatrische en neurologische aandoeningen
o Doel: Is er sprake van een psychiatrisch probleem zoals depressie, of van een
neurologische aandoening zoals beginnende dementie?
o Voorbeeld: Iemand vergeet vaak dingen komt dit door een depressie
(waarbij concentratie en geheugen tijdelijk verslechteren) of door beginnende
Alzheimer (waarbij het geheugen progressief verslechtert)?
- Vaststellen van een mogelijke neurologische aandoening
o Doel: Je hebt al een klinisch vermoeden van een aandoening, en kijkt of het
cognitieve profiel dat bevestigt.
o Voorbeeld: Je vermoedt de ziekte van Parkinson NPO kijkt of er een
patroon van traag denken, moeite met plannen, en impulscontroleproblemen
zichtbaar zijn.
- Onderscheid maken tussen verschillende neurologische aandoeningen
o Doel: Verschillende hersenziektes kunnen lijken op elkaar, naar geven
verschillende cognitieve profielen.
o Voorbeeld:
Ziekte van Alzheimer: vooral geheugenstoornissen
Fronto-temporale dementie: vooral gedragsveranderingen en
problemen met plannen/controle
NPO helpt het verschil te herkennen.
! Let op:
NPO kan géén exacte lokalisatie van een hersenbeschadiging (laesie) aangeven.
Daarvoor heb je beeldvormend onderzoek nodig, zoals:
- MRI, CT (structuur van de hersenen)
- fMRI, EEG, PET (activiteit van de hersenen)
Waarom geeft NPO dat niet aan? Omdat gedrag en cognitie bijna altijd door netwerken
van hersengebieden worden aangestuurd, niet door één plek.
NPO en neuro-imaging vullen elkaar aan. Imaging laat de hersenen zien, NPO laat het
functioneren ervan zien.
,2. Patiëntenzorg en Planning
Niet elke patiënt hoeft een diagnose te krijgen; soms is het belangrijker om het functioneren
in kaart te brengen om goede zorg op maat te bieden.
- In kaart brengen van cognitieve sterktes en zwaktes
o Voorbeeld: Bij iemand met hersenletsel na een ongeval kan diegene nog
zelfstandig wonen? Kan hij administratie nog zelf doen?
- Vaststellen van gedragsveranderingen
o Voorbeeld: Iemand is plots agressiever of ontremd. Is dit te verklaren vanuit
hersenletsel?
- Inzicht in persoonlijkheidskenmerken
o Persoonlijkheid heeft invloed op hoe iemand omgaat met klachten of zorg.
o Belangrijk voor het zorgvuldig omgaan met patiënten, ook zonder diagnose.
o Voorbeeld: Iemand die altijd perfectionistisch was, kan extra last hebben van
kleine cognitieve problemen.
Doel = Zorg op maat. Je stemt de begeleiding en ondersteuning af op het profiel van de
patiënt.
3. Behandelplanning en Revalidatie
“Wat is de meest geschikte cognitieve revalidatie of behandeling voor deze persoon?”
Voorbeeld: Bij geheugenproblemen kun je trainen of compenseren. Maar als het geheugen
zwaar verstoord is, is het misschien beter om strategieën aan te leren in plaats van proberen
te trainen.
Doel = Zorgen data de revalidatie effectief is, aangepast aan de cognitieve capaciteiten van
de patiënt.
4. Behandelingsevaluatie
Werkt de behandeling? Heeft de behandeling effect gehad?
“Is er verbetering zichtbaar in cognitief functioneren na de interventie?”
Voorbeeld: Iemand volgt cognitieve revalidatie na hersenbloeding NPO na afloop laat zien
of er verbetering is in aandacht, geheugen, etc.
Doel = Objectieve meting van het effect van een interventie.
5. Wetenschappelijk onderzoek
NPO speelt een belangrijke rol in onderzoek naar hersenen en gedrag.
- Onderzoek naar hersenaandoeningen en bijbehorende gedragsstoornissen
o Voorbeeld: Wat zijn de cognitieve gevolgen van MS, epilepsie, CVA?
- Ontwikkeling van NPO-methoden.
o Nieuwe tests worden ontwikkeld, gestandaardiseerd (normen) en
geëvalueerd.
o Voorbeeld: Een test voor executieve functies bij kinderen met ADHD Hoe
betrouwbaar is die?
,Doel = Kennisvergroting en verbetering van diagnostische methoden.
6. Forensische Neuropsychologie
Toepassing van NPO in juridische contexten.
Belangrijk omdat cognitieve functies kunnen bepalen of iemand aansprakelijk of
verantwoordelijk is.
- Letselschade en aansprakelijkheid
o Beoordelen van claims over hersenletsel en functieverlies
o Voorbeeld: Iemand claimt cognitieve schade na een auto-ongeluk. Is er bewijs
voor deze schade? Of is er sprake van overdrijving?
- Strafzaken
o Heeft de verdachte een hersendisfunctie die zijn (crimineel) gedrag
beïnvloedde?
o Is de verdachte proces bekwaam? Begrijpt hij het proces en kan hij zijn
verdediging voeren?
Diagnostische Cyclus in Neuropsychologisch Onderzoek
De diagnostische cyclus is een stapsgewijs, systematisch proces dat wordt gebruikt in NPO
om tot een goed onderbouwde conclusie of diagnose te komen.
Je onderzoek 1 persoon, daarom wordt het beschouwd als een N = 1 studie (individuele
casusanalyse).
Kenmerken van de diagnostische cyclus
De diagnostische cyclus bestaat uit meerdere stappen:
- Je werkt steeds hypothese-gestuurd:
o Je stelt hypotheses op (bijv. “Deze persoon heeft waarschijnlijk executieve
functiestoornissen).
o Je test die hypotheses met informatie uit testen, observaties, gesprekken.
o Je verwerpt of accepteert je hypotheses op basis van bewijs.
- Je baseert je conclusies op wetenschappelijke literatuur in plats van op je
onderbuikgevoel (klinische intuïtie).
o Klinische intuïtie mag een rol spelen, maar moet altijd worden onderbouwd
met objectieve gegevens.
Waarom werken met hypotheses?
Het formuleren van hypotheses is niet alleen wetenschappelijk, maar:
- Voorkomt interpretatiefouten: Je blijft kritisch en systematisch kijken naar data.
- Zorgt voor structuur en onderbouwing: Je analyse is transparant, herhaalbaar en
verdedigbaar (systematisch onderbouwd).
Mogelijke interpretatiefouten (denkfouten):
- Conformation bias: Neiging om alleen informatie te zoeken of waarderen die je
idee/hypothese bevestigt, en tegenstrijdige informatie negeren.
, o Voorbeeld: Je denkt dat iemand AHD heeft, dus je let alleen op
onoplettendheid en impulsiviteit – naar negeert het feit dat de persoon juist
goed kan focussen op taken die hij leuk vindt (wat tegen ADHD pleit).
- Disregarding base rates of disorders (verkeerd omgaan met base rates):
o Je houdt geen rekening mee met hoe vaak een bepaalde aandoening in de
algemene bevolking voorkomt.
o Kans op een aandoening overschat, omdat je te veel aandacht geeft aan een
opvallend symptoom zonder rekening te houden met hoe vaak dat symptoom
ook voorkomt bij mensen zonder die aandoening.
o Voorbeeld: Iemand heeft moeite met woordvindingsproblemen Je denkt
meteen aan afasie of dementie. Maar vergeet dat woordvindingsproblemen
ook heel normaal kunnen zijn bij stress of vermoeidheid, vooral bij ouderen.
Evidence-Based Medicine (EBM) in Neuropsychologie
Evidence-Based Medicine betekent dat je beslissingen in de zorg niet alleen neemt op basis
van ervaring, maar op basis van een combinatie van 3 factoren:
- Klinische expertise
o De kennis, ervaring en intuïtie van de neuropsycholoog.
o Voorbeeld: “Ik herken dit profiel van eerdere patiënten met Parkinson.”
- Wetenschappelijke evidentie
o Onderzoeksresultaten, richtlijnen en literatuur.
o Voorbeeld: “Uit studies blijkt dat deze test het beste differentieert tussen
Alzheimer en FTD.”
- Waarden en voorkeuren van de patiënt
o Wat de patiënt belangrijk vindt, welke doelen of zorgen hij heeft.
o Voorbeeld: “De patiënt wil vooral weten of hij nog veilig kan autorijden.”
De combinatie van deze 3 zorgen voor de best mogelijke zorg, afgestemd op de unieek
situatie van de cliënt.
Neuropsychologisch Onderzoek: Twee Klassieke
Benaderingen
Psychometrische benadering
Voorbeeld: Reitan-Halstead Testbatterij
Deze benadering is kwantitatief, gestandaardiseerd en sterk gebaseerd op scores en
normen.
Kenmerken:
- Gestandaardiseerde testen: iedereen krijgt dezelfde test op dezelfde manier
- Score-gebaseerd: prestaties worden vergeleken met normgroepen (bijv.
leeftijdsgenoten)
Doeleinden van Neuropsychologisch Onderzoek
Neuropsychologisch onderzoek is een vorm van psychologisch onderzoek waarbij het
cognitief functioneren (denkfuncties zoals geheugen, aandacht, taal, planning, etc.) in kaart
wordt gebracht.
Helpt ons inzicht te geven in de relatie tussen hersenen en gedrag.
We onderscheiden 6 verschillende doeleinden van NPO:
(1) Diagnostiek
= Dit is het meest voorkomende doel van NPO: vaststellen of verklaren van cognitieve
klachten, bijv. bij geheugenproblemen, concentratiestoornissen, gedragsveranderingen, etc.
- Onderscheiden van psychiatrische en neurologische aandoeningen
o Doel: Is er sprake van een psychiatrisch probleem zoals depressie, of van een
neurologische aandoening zoals beginnende dementie?
o Voorbeeld: Iemand vergeet vaak dingen komt dit door een depressie
(waarbij concentratie en geheugen tijdelijk verslechteren) of door beginnende
Alzheimer (waarbij het geheugen progressief verslechtert)?
- Vaststellen van een mogelijke neurologische aandoening
o Doel: Je hebt al een klinisch vermoeden van een aandoening, en kijkt of het
cognitieve profiel dat bevestigt.
o Voorbeeld: Je vermoedt de ziekte van Parkinson NPO kijkt of er een
patroon van traag denken, moeite met plannen, en impulscontroleproblemen
zichtbaar zijn.
- Onderscheid maken tussen verschillende neurologische aandoeningen
o Doel: Verschillende hersenziektes kunnen lijken op elkaar, naar geven
verschillende cognitieve profielen.
o Voorbeeld:
Ziekte van Alzheimer: vooral geheugenstoornissen
Fronto-temporale dementie: vooral gedragsveranderingen en
problemen met plannen/controle
NPO helpt het verschil te herkennen.
! Let op:
NPO kan géén exacte lokalisatie van een hersenbeschadiging (laesie) aangeven.
Daarvoor heb je beeldvormend onderzoek nodig, zoals:
- MRI, CT (structuur van de hersenen)
- fMRI, EEG, PET (activiteit van de hersenen)
Waarom geeft NPO dat niet aan? Omdat gedrag en cognitie bijna altijd door netwerken
van hersengebieden worden aangestuurd, niet door één plek.
NPO en neuro-imaging vullen elkaar aan. Imaging laat de hersenen zien, NPO laat het
functioneren ervan zien.
,2. Patiëntenzorg en Planning
Niet elke patiënt hoeft een diagnose te krijgen; soms is het belangrijker om het functioneren
in kaart te brengen om goede zorg op maat te bieden.
- In kaart brengen van cognitieve sterktes en zwaktes
o Voorbeeld: Bij iemand met hersenletsel na een ongeval kan diegene nog
zelfstandig wonen? Kan hij administratie nog zelf doen?
- Vaststellen van gedragsveranderingen
o Voorbeeld: Iemand is plots agressiever of ontremd. Is dit te verklaren vanuit
hersenletsel?
- Inzicht in persoonlijkheidskenmerken
o Persoonlijkheid heeft invloed op hoe iemand omgaat met klachten of zorg.
o Belangrijk voor het zorgvuldig omgaan met patiënten, ook zonder diagnose.
o Voorbeeld: Iemand die altijd perfectionistisch was, kan extra last hebben van
kleine cognitieve problemen.
Doel = Zorg op maat. Je stemt de begeleiding en ondersteuning af op het profiel van de
patiënt.
3. Behandelplanning en Revalidatie
“Wat is de meest geschikte cognitieve revalidatie of behandeling voor deze persoon?”
Voorbeeld: Bij geheugenproblemen kun je trainen of compenseren. Maar als het geheugen
zwaar verstoord is, is het misschien beter om strategieën aan te leren in plaats van proberen
te trainen.
Doel = Zorgen data de revalidatie effectief is, aangepast aan de cognitieve capaciteiten van
de patiënt.
4. Behandelingsevaluatie
Werkt de behandeling? Heeft de behandeling effect gehad?
“Is er verbetering zichtbaar in cognitief functioneren na de interventie?”
Voorbeeld: Iemand volgt cognitieve revalidatie na hersenbloeding NPO na afloop laat zien
of er verbetering is in aandacht, geheugen, etc.
Doel = Objectieve meting van het effect van een interventie.
5. Wetenschappelijk onderzoek
NPO speelt een belangrijke rol in onderzoek naar hersenen en gedrag.
- Onderzoek naar hersenaandoeningen en bijbehorende gedragsstoornissen
o Voorbeeld: Wat zijn de cognitieve gevolgen van MS, epilepsie, CVA?
- Ontwikkeling van NPO-methoden.
o Nieuwe tests worden ontwikkeld, gestandaardiseerd (normen) en
geëvalueerd.
o Voorbeeld: Een test voor executieve functies bij kinderen met ADHD Hoe
betrouwbaar is die?
,Doel = Kennisvergroting en verbetering van diagnostische methoden.
6. Forensische Neuropsychologie
Toepassing van NPO in juridische contexten.
Belangrijk omdat cognitieve functies kunnen bepalen of iemand aansprakelijk of
verantwoordelijk is.
- Letselschade en aansprakelijkheid
o Beoordelen van claims over hersenletsel en functieverlies
o Voorbeeld: Iemand claimt cognitieve schade na een auto-ongeluk. Is er bewijs
voor deze schade? Of is er sprake van overdrijving?
- Strafzaken
o Heeft de verdachte een hersendisfunctie die zijn (crimineel) gedrag
beïnvloedde?
o Is de verdachte proces bekwaam? Begrijpt hij het proces en kan hij zijn
verdediging voeren?
Diagnostische Cyclus in Neuropsychologisch Onderzoek
De diagnostische cyclus is een stapsgewijs, systematisch proces dat wordt gebruikt in NPO
om tot een goed onderbouwde conclusie of diagnose te komen.
Je onderzoek 1 persoon, daarom wordt het beschouwd als een N = 1 studie (individuele
casusanalyse).
Kenmerken van de diagnostische cyclus
De diagnostische cyclus bestaat uit meerdere stappen:
- Je werkt steeds hypothese-gestuurd:
o Je stelt hypotheses op (bijv. “Deze persoon heeft waarschijnlijk executieve
functiestoornissen).
o Je test die hypotheses met informatie uit testen, observaties, gesprekken.
o Je verwerpt of accepteert je hypotheses op basis van bewijs.
- Je baseert je conclusies op wetenschappelijke literatuur in plats van op je
onderbuikgevoel (klinische intuïtie).
o Klinische intuïtie mag een rol spelen, maar moet altijd worden onderbouwd
met objectieve gegevens.
Waarom werken met hypotheses?
Het formuleren van hypotheses is niet alleen wetenschappelijk, maar:
- Voorkomt interpretatiefouten: Je blijft kritisch en systematisch kijken naar data.
- Zorgt voor structuur en onderbouwing: Je analyse is transparant, herhaalbaar en
verdedigbaar (systematisch onderbouwd).
Mogelijke interpretatiefouten (denkfouten):
- Conformation bias: Neiging om alleen informatie te zoeken of waarderen die je
idee/hypothese bevestigt, en tegenstrijdige informatie negeren.
, o Voorbeeld: Je denkt dat iemand AHD heeft, dus je let alleen op
onoplettendheid en impulsiviteit – naar negeert het feit dat de persoon juist
goed kan focussen op taken die hij leuk vindt (wat tegen ADHD pleit).
- Disregarding base rates of disorders (verkeerd omgaan met base rates):
o Je houdt geen rekening mee met hoe vaak een bepaalde aandoening in de
algemene bevolking voorkomt.
o Kans op een aandoening overschat, omdat je te veel aandacht geeft aan een
opvallend symptoom zonder rekening te houden met hoe vaak dat symptoom
ook voorkomt bij mensen zonder die aandoening.
o Voorbeeld: Iemand heeft moeite met woordvindingsproblemen Je denkt
meteen aan afasie of dementie. Maar vergeet dat woordvindingsproblemen
ook heel normaal kunnen zijn bij stress of vermoeidheid, vooral bij ouderen.
Evidence-Based Medicine (EBM) in Neuropsychologie
Evidence-Based Medicine betekent dat je beslissingen in de zorg niet alleen neemt op basis
van ervaring, maar op basis van een combinatie van 3 factoren:
- Klinische expertise
o De kennis, ervaring en intuïtie van de neuropsycholoog.
o Voorbeeld: “Ik herken dit profiel van eerdere patiënten met Parkinson.”
- Wetenschappelijke evidentie
o Onderzoeksresultaten, richtlijnen en literatuur.
o Voorbeeld: “Uit studies blijkt dat deze test het beste differentieert tussen
Alzheimer en FTD.”
- Waarden en voorkeuren van de patiënt
o Wat de patiënt belangrijk vindt, welke doelen of zorgen hij heeft.
o Voorbeeld: “De patiënt wil vooral weten of hij nog veilig kan autorijden.”
De combinatie van deze 3 zorgen voor de best mogelijke zorg, afgestemd op de unieek
situatie van de cliënt.
Neuropsychologisch Onderzoek: Twee Klassieke
Benaderingen
Psychometrische benadering
Voorbeeld: Reitan-Halstead Testbatterij
Deze benadering is kwantitatief, gestandaardiseerd en sterk gebaseerd op scores en
normen.
Kenmerken:
- Gestandaardiseerde testen: iedereen krijgt dezelfde test op dezelfde manier
- Score-gebaseerd: prestaties worden vergeleken met normgroepen (bijv.
leeftijdsgenoten)