Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Hoorcolleges + Literatuur - Wetenschapsfilosofie (SOW-PWB3220)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
110
Geüpload op
19-10-2025
Geschreven in
2025/2026

IK HEB EEN 9 GEHAALD VOOR HET TENTAMEN!! bij het tentamen had ik deze samenvatting + het boek! Ik heb een samenvatting gemaakt van alle hoorcolleges en de bijbehorende literatuur. Op het laatste heb ik alle antwoordopties uit het oefententamen (gelijk aan het echte tentamen) uitgewerkt. Op deze manier heb je een duidelijk overzicht van de antwoordopties met de bijbehorende informatie. DIT HEEFT MIJ HEEL ERG GEHOLPEN Door het bestand heen staan verschillende tabellen met een overzicht van de verschillende stromingen.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

70




SAMENVATTING
WETENSCHAPSFILOSOFI
E
Hoorcollege + Literatuur




RADBOUD UNIVERSITEIT
SOW-PWB3220

,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1: Positivisme..................................................................................................2
Literatuur college 1, Hoofdstuk 1: Wat is wetenschap?...................................................5
Hoorcollege 2: Waarden in de wetenschap.........................................................................8
Literatuur college 2, Hoofdstuk 3: De evolutie van de mens..........................................11
Hoorcollege 3: Lichaam en geest......................................................................................13
Literatuur college 3, hoofdstuk 4: Een psychiatrische stoornis – wat is dat?..................17
Hoorcollege 4: oorzaken en redenen................................................................................19
Literatuur college 4, hoofdstuk 5: Reguliere en alternatieve geneeskunde...................23
Hoorcollege 5: Data en hypothesen (Popper – kritisch rationalisme)................................25
Literatuur college 5, Hoofdstuk 7: De kritiek van Karl popper (1902 – 1994) op het
standaardbeeld.............................................................................................................. 31
Hoorcollege 6: Waarnemen is duiden...............................................................................33
Literatuur college 6, Hoofdstuk 8: De paradigmatheorie van Kuhn................................37
Hoorcollege 7: Feiten en constructies...............................................................................39
Literatuur college 7, Hoofdstuk 9: sociologie van de wetenschappelijke kennis............44
Hoorcollege 8: Echte Slechte en pseudowetenschap........................................................47
Literatuur college 8, hoofdstuk 11: Het knowdlegde filter Leidt concensus tot
betrouwbare kennis? 222-225.......................................................................................52
Hoorcollege 9: De gelaagde wereld..................................................................................59
Literatuur college 9, hoofdstuk 13: Reductionisme en emergentie in de
levenswetenschappen................................................................................................... 61
Hoorcollege 10: Verklaring................................................................................................ 64
Literatuur college 10, hoofdstuk 15: Descartes, stress en functionele klachten............69
Literatuur college 10: Hoofdstuk 17: Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke
klachten vanaf 322 behalve 325 – 328............................................................................0
Hoorcollege 11: Wetenschap en samenleving....................................................................0
Literatuur college 11, hoofstuk 18: De maatschappelijke sturing van wetenschap..........3
Literatuur college 11, hoofdstuk 19: Science in transition (375-381................................7
Hoorcollege 12: Wetenschappelijke pedagogiek...............................................................12
overzicht tentamenvragen antwoordopties......................................................................19

,HOORCOLLEGE 1: POSITIVISME

KOSTER 1
 Het common sense-beeld van wetenschap:
 Wetenschap is strikt feitelijk. Het gaat dus niet over ethiek of subjectieve
dingen. Maar Wetenschap houdt zich bij de feiten.
 Wetenschap zou altijd controleerbaar en objectief zijn.
 Dat zie je terug in de standaardopbouw van een wetenschappelijk artikel.

 Desciëntistische visie (positivisme):
 Wetenschap is de enige vorm van kennis
 Zuiver wetenschappelijk onderzoek en harde feiten staan centraal
 Detraditionele visie:
 Wetenschap is maar één vorm van kennis en bestaan dus ook andere vormen
van kennis.
 Spirituele kennis is bijvoorbeeld ook kennis.
 Wetenschap is maar een klein deel van alle soorten kennissen die er zijn.
 Geesteswetenschappen

 Het thema wetenschap en samenleving is actueler dan ooit
 In de wetenschap kan sprake zijn van replicatiecrisis:

EPISTEMOLOGIE
Epistemologie = kenleer en het nadenken over kennis.
 (Hoe) is kennis mogelijk?
 Wat rechtvaardigt onze kennisclaims?
 (Hoe) kunnen we de scepticus weerleggen?

De traditie tot in de 20e eeuw: denken
 Funderingsdenken = Wat zijn de fundamenten van onze bestaande kennis?
 Plato’s grot:
 metafoor die gaat over kennis en kennis delen.
 Plato geeft aan dat de dagelijkse werkelijkheid slechts een schimmenspel is.
men denkt dat de wereld die men ziet de realiteit is, maar dat zijn enkel de
schimmen. De realiteit is eeuwig en onveranderlijk en is kenbaar door zuiver
redeneren (wiskunde).
 Kortom, volgens Plato is de ware kennis de kennis van abstractie en de filosoof
kan door zuiver redeneren iets van de echte aard der dingen zien.
 Descartes geest-binnenin:
 Opgesloten in ons hoofd
 Hij neemt aan dat een mens bestaat uit een lichaam en een geest. Het geest
zit ergens binnen, maar is immaterieel. Het geest maakt contact met je
lichaam in het brein. Je brein (daar zit ik) zit aangesloten op je zintuigen. Je zit
dus opgesloten in je hoofd. Je hebt poorten naar de buitenwereld, en dat zijn je
zintuigen; hiermee maak je contact.
 Rationalisme
 Men moet zuiver en logisch nadenken
 Kennis is a priori:
- Begin met axioma’s (onwrikbare/absolute zekerheden)  Die ken je door
intuïtie

, - Leid daar deductief je verdere kennis uit af.
 Aanname: logische structuur van de geest en feitelijke structuur van de wereld
komen overeen.
 Deductie (Syllogisme)
 Conclusie volgt uit de premissen
 Premissen waar  conclusie waar
 Modus ponens: positieve beredenering (alle raven zijn zwart; X is een raaf  X
is zwart)
 Modus tollens: negatieve beredenering (alle raven zijn zwart; X is niet zwart 
X is geen raaf)
 Voordeel: waarheid blijft gegarandeerd
 Nadeel: er komt geen nieuwe kennis bij

 Euclidische meetkunde: kennis van de wereld vanuit je leunstoel?

 Empirisme
 Locke, Hume, Logische positivisten
 Kennis is het resultaat van zintuigprikkels en inductie.
 Kennis is a posteriori (je moet eerst waarnemen, pas dan kun je andere feiten
toepassen)
- Begin met observaties
- Leid daar inductief je verdere kennis uit af
 Aanname: er bestaat natuurlijke regelmaat/ wetmatigheid. De wereld is
regelmatig.

 Inductie:
 Algemene conclusie uit een beperkt aantal waarnemingen
 Conclusie wordt alleen maar waarschijnlijker door premissen.
 Nadeel: waarheid is niet gegarandeerd.
 Voordeel: er komt nieuwe kennis bij.

 Maar wat leren onze zintuigen ons nu echt?
 Hume (Schotse filosoof uit de 18e eeuw):
 Inductie levert geen zekerheid op, ongeacht wat men waarneemt.
 Veroorzaking neem je niet waar, maar verzint men zelf met zijn brein (regular
succession)

 Kant:
 We hebben zintuigelijke indrukken, ons verstand moet met deze indrukken aan
de gang dan krijg je kennis.
 Je hebt een wereld met dingen die van zichzelf zo zijn, maar als je ze
waarneemt dan neem je ze waar vanuit jouw perspectief (je kijkt door een bril
en iedereen heeft een andere bril).
 Ik orden de wereld zoals ik hem waarneem met tijd en ruimte.
 Categorieën van denken: oorzaak-gevolg
 Kennis komt van buiten én van binnen
 Kennis vereist en waarneming en constructie
 Waarnemen is geen passief incasseren van prikkels, maar actieve
betekenisgeving
 De geest vult de zintuigen aan

 Logisch positivisme (empiristen)

,  Een laatste poging tot het vinden van (een soort van) kennisfundamenten
 Een radicale vorm van empirisme
 Willen naar harde wetenschap door te zoeken naar kennisfundamenten.
 Beperk je strikt tot de waarneming  sense data (alleen de zintuigindrukken
moeten worden geregistreerd). Registreer je observaties in theoretisch
neutrale basiszinnen
 Je data zijn je kennisfundamenten
 Op de basiszinnen kan men de formele logica toepassen.
 Door inductie kan men dan van data naar theorie komen, met als doel van
inductieve logica

EMPIRISCH-ANALYTISCHE BENADERING
 17e eeuw: mechanisering van het wereldbeeld
o Wereld is voorspelbaar
o Wereld werd gezien als een logisch werkende mechaniek, waar men de
principes van moet vinden.
 De wereld als klok
 Wiskunde als taal van de schepper
 De bijpassende methode: experimenteren (analytisch) en observeren (empirisch)
- Verstand laten werken: hypothese opstellen en testen

POSITIVISME
Snel te verwarren:
 De empirisch-analytische wetenschapsopvatting
 Positivisme
 Reductionisme
 Sciëntisme
 Kosters ‘common sense-beeld’ / Koningsvelds ‘standaardbeeld’
 Wetenschappelijk realisme

Als opponent van:
 De geesteswetenschappelijke wetenschapsopvatting
 De kritische wetenschapsopvatting
 De postacademische wetenschapsopvatting

 Positivisme is een strenge invulling van empirisch
- Het logisch positivisme ligt achter ons
- Maar de positivistische houding is nog actueel:
o Ontdoe je kijk van subjectieve elementen
o Van alles wat fictief, persoonlijk, emotioneel, normatief of
cultuurgebonden is.
 Mensen hebben een naïeve houding:
 De wereld is zoals ik haar zie en ervaar
 Mijn geest is een spiegel van de buitenwereld

, - Hier moet je vanaf,
want kijken door
gekleurde bril. De
gekleurde bril is
alles wat een
objectieve kijk in de
weg staat (externe
factoren)




LITERATUUR COLLEGE 1, HOOFDSTUK 1: WAT IS WETENSCHAP?

 Wetenschappers volgens common sense: hun onderzoek leidt naar theorieën
over de werkelijkheid, die getoetst worden aan de hand van de feiten. En omdat
de feiten verkregen zijn door de wetenschappelijke methode te volgen, neemt
men aan dat de wetenschap het bij het juiste eind heeft. Normen en waarden
zouden er in de wetenschap niet toe doen; externe invloeden hebben geen effect
en daarom zou wetenschap autonoom, neutraal en onafhankelijk zijn. Wetenschap
leidt tot het systematisch testen van hypotheses en theorieën.

 Opbouw wetenschappelijk artikel: samenvatting, inleiding. Materialen en
methoden, resultaten, discussie, conclusie, referenties, dankwoord.

 18e eeuw nadruk op: verzamelen, samenhangen, herkennen en ordenen
19e eeuw nadruk op: experimenteren (laboratoria, meetinstrumenten, apparaten
en preparaten)

LEVENSWETENSCHAPPEN:
 Ontstaan van biologie is de geboorte van de levenswetenschappen.
 Aristoteles:
- Hij stelde een zoölogische classificatie op die begint met het onderscheid
tussen dieren met en zonder rood bloed, waarbij de eerste groep kan
worden onderverdeeld in levendbarende en eierleggende viervoeters,
tweevoeters en voetlozen
 Carl Linnaeus:
- Ontwikkelde een classificatiesysteem. Zijn indeling in klassen, ordes,
geslachten, soorten en variëteiten was niet gebaseerd op fundamentele
biologische eigenschappen, maar op speciale kenmerken, zoals de
bloeiwijzen van planten.
 Charles Darwin:
- Eind aan het idee dat de natuur een statisch, geordend geheel is.

, - De natuur is een continu onderhevig aan veranderingsprocessen en die
processen worden niet gekenmerkt door sturing, maar door selectie;
survival of the fittest.
 Mendel:
- Erfelijkheidsleer  antwoord op de vraag waarop de variatie tussen
individuen kon ontstaan en kon worden overgedragen.

GENEESKUNDE
 Ziekte en gezondheid werd lange tijd uitsluiteind in religieuze termen geduid.
 Hippocrates (Griekse arts):
- Ziekten komen tot stand door natuurlijke factoren als een slechte voeding
of een ongunstig klimaat, daardoor is het ook mogelijk om die ziekte langs
natuurlijke wegen te genezen. Zijn theorie van lichaamssappen is wel als
naturalistisch te karakteriseren. Gezondheid is afhankelijk van de juiste
balans tussen de humeuren bloed, slijm, zwarte gal en gele gal.
 Galenus:
- Romeinse arts die doorging op het idee van Hippocrates
- Vooral populair in de middeleeuwen
 Andreas Vesalius:
- Humani corporis fabrica (gaat over de opbouw van het menselijk lichaam),
waarin hij liet zien dat veel van de geneeskunde van Galenus onjuist is.

 William Harvey:
- Informatie over het hart en de circulaire bloedsomloop.
 Descartes:
- Ontwierp het mechanistische wereldbeeld
- Hart werd gezien als een pomp

 19e eeuw: industrialisering; liet de wetenschap van gezicht veranderen.
 Claude Bernard:
- Ontwikkeling van experimentele fysiologie.
- Uitgangspunt: gedachte dat het functioneren van levende organismen
onderworpen is aan de natuurwetten.  geboorte van
natuurwetenschappelijke geneeskunde.

WETENSCHAP ALS GRILLIG PROCES
 Hierin spelen interpretatie, toeval, creativiteit, praktische vaardigheid,
eergevoel, debat en het zoeken naar consensus een belangrijke rol
De vinken van Darwin
 Het zorgvuldig observeren zorgt nog niet dat er begrip is voor hetgeen wat
wordt waargenomen.
 Volgens gedachten dat kijken gelijkstaat aan begrijpen zouden wetenschappen
dankzij systematische observaties als vanzelf hun theorieën ontwikkelen. Maar
het common-sense idee ‘wie goed kijkt, begrijpt’ klopt niet helemaal.

 Systematisch nadenken over de praktijk van wetenschappelijk onderzoek
 Wetenschap is een zaak van waarnemingen doen, hypotheses en theorieën
opstellen, en het testen hiervan door bijvoorbeeld een experiment uit te
voeren.  common sense  stelt dat er zoiets is als dé wetenschappelijke
methode, een vast recept dat gebruikt kan worden om elk probleem op te
lossen.

,  Filosofische reflectie op de praktijk van wetenschappelijk onderzoek komt
voort uit de ervaring dat gangbare manieren van denken en handelen hun
beperkingen hebben. De visie ‘common sense’ is dan onhoudbaar.

 De grenzen van de wetenschap
 Zorgverleners worden aangemoedigd om evidence-based te werken. 
common sense
 Sciëntistische visie:
- Behandelingen die niet wetenschappelijk onderbouwd zijn, zouden in onze
samenleving geen plaats mogen hebben.
- De scientist meent dat er maar 1 vorm van kennis is – wetenschappelijke
kennis – en dat alle andere vormen van kennis ofwel herleid kunnen
worden tot wetenschap, ofwel het label ‘kennis’ niet waard zijn.
- Neemt aan dat er geen grenzen zijn aan het bereik van de wetenschappen.
 alles is wetenschappelijk te onderzoeken en wat wetenschappelijk niet
vaststelbaar is, kan niet bestaan of is ongeldig.
- Edward P. Wilson:
o verdedigde de stelling dat natuurwetenschappen alle verschijnselen
kunnen beschrijven en verklaren. Alles is gebaseerd op materiële
processen en daarom uiteindelijk te herleiden is tot wetten van de
fysica.




 Traditionele visie:
- Er zijn vele vormen van kennis.
- Freeman J. Dyson:
o Paranormale geestesvermogens en wetenschappelijke methoden
moeten als complementair worden beschouwd.
o Empirisch bewijs moet onder gecontroleerde condities gerepliceerd
kunnen worden.

WETENSCHAP EN SAMENLEVING
 Common sense-beeld gaat uit van het academische kennisideaal:
wetenschappers zijn onafhankelijk, zoeken naar zuivere kennis en worden niet
beïnvloed door maatschappelijke overwegingen of commerciële belangen.
Dit blijkt echter niet altijd zo. Wetenschappers zijn alsmaar nadrukkelijker
onderworpen aan sturing en controle van buitenaf. Er is toenemende
dominantie van markt en management op de universiteit en in de wetenschap.
 De economisering van het wetenschappelijk onderzoek en de grotere greep
van de politiek op de universiteiten hebben een duidelijke keerzijde.
 In een poging de ziel van de wetenschap te behouden of terug te winnen,
worden er gedragscodes ontwikkeld waar wetenschappers zich aan moeten
houden.
 Robert K. Merton:
 Ondernam een poging om de ongeschreven regels van de wetenschappelijke
gemeenschap in algemene normen te vangen. Hij formuleerde er 4:
1. Communism
Betekent dat wetenschap gemeenschappelijk bezit is.

Documentinformatie

Geüpload op
19 oktober 2025
Aantal pagina's
110
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€12,26
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
sterenborgmaud06

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
sterenborgmaud06
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen