Boekhouden 2020-2021
Hoofdstuk 1:
Balans:
= bezittingen, wat heb ik
Bezittingen= rijkdom + schulden
Actief= Passief
Bezit= actief
Rijkom+ schulden= Passief
Vb: goederen die reeds geleverd zijn maar nog niet betaald= bezit
Zichtrekening en spaarrekening= bezit
ACTIVA PASSIVA
Vast activa Eigen vermogen
= lang in het bedrijf = rijkdom
Vlottende activa Vreemd vermogen
= kort in het bedrijf = schulden
ACTIEF
Vaste activa: Vlottende activa:
Immateriële vaste activa: Vorderingen > 1 jaar
niet-tastbaar vb: software, patenten Voorraden:
productie: hulpstoffen of grondstoffen
Materiële vaste activa: Handel: handelsgoederen
tastbaar vb: gebouw terrein meubilair Vorderingen < 1 jaar
handelsvorderingen: verkopen
Financiële vaste activa: overige vorderingen: personeel,
Aandelen in dochterbedrijf of bedrijf belastingen
met ‘banden’ Geldbeleggingen
niet vrij om over te beschikken: aandelen,
obligaties
Liquide middelen
vrij om over te beschikken: kas, zicht- en
spaarrekening
Overlopende rekeningen
1
,PASSIEF
Eigen vermogen: Vreemd vermogen/ schulden:
Inbreng: Voorzieningen: toekomstige
kapitaal in contanten of natura herstellingswerken
Reserves Financiële schulden op >1 jaar
Overgedragen winst/verlies Financiële schulden op <1jaar
Handelsschulden
Schulden bezoldigingen, belastingen,
resultaatwerking
Overlopende rekeningen.
Beginbalans : 1ste dag van het boekjaar 01/01/20NO
Eindbalans : laatste dag van het boekjaar 31/12/20NO
Boekjaar: kalenderjaar
Vordering: Schuld:
later terug te krijgen later te betalen aan
Resultatenrekening:
= kosten en opbrengsten
Opbrengsten – kosten = winst
Kosten:
Bedrijfskosten:
Aankoop handelsgoederen Opbrengsten:
Aankoop grond- en hulpstoffen
Bedrijfsopbrengsten
Diensten en diverse goederen
Financiële opbrengsten
Bezoldigingen
Niet-recurrente opbrengsten
Afschrijvingen
= uitzonderlijke activiteiten
Financiële kosten
Niet-recurrente kosten
= uitzonderlijke activiteiten
2
,Resultaatverwerking:
Waarom:
Interesse van Stakeholders
Intern:
o Werknemers
o Managers
o Bestuurders
Extern:
o Leveranciers
o Klanten
o Banken
o Aandeelhouders
o Overheid
Jaarrekening:
- Balans
- Resultaatverwerking en rekening
o Toelichting
Details
Sociale balans: aantal personeelsleden, leeftijden, opleiding, …
o Voor grote vennootschappen
Jaarverslag
Verslag commissaris
D4 registratie: grootboekmethode
Iedere verrichting wordt geregistreerd door dubbele impact
Balans:
- Actief of passief
Resultatenrekening:
- Kosten of opbrengsten
Heel goed nadenken wat er veranderd bij elk onderdeel
Voorbeeld:
Fiscale aspect wordt aan de kant gezet (nog geen rekening met houden)
Start van een boekjaar resultatenrekening is leeg
- Betaling aan de leverancier geld verdwijnt uit bedrijf bezit liquide middelen
Naar waar gaat het geld? geld bij schulden (passiva) valt weg want is betaald A=P
3
, - Aankoop= kost ontstaan van schuld aan de leverancier Passiva
Betaling van de schuld achteraf geld van rekening - liquide middelen schuld valt weg
A=P
- Aankopen handelsgoederen = bedrijfskost betaling gebeurt later dus schuld verhoogt met
aankoopbedrag betalen met liquide middelen
LET OP!
Aankopen is geen voorraden omdat de goederen in dit boekjaar zullen verbruikt worden
Bij verkoop daalt de voorraden ook niet!
Volledige balans en resultatenrekening maken na elke verrichting = veel te veel werk
= Balansmethode
OPLOSSING
Enkel de elementen van de balans en resultatenrekening die wijzigen aanpassen
= veel efficiënter
GROOTBOEKMETHODE = alle elementen krijgen hun unieke grootboekrekening of een T-rek
Debet altijd links en credit altijd rechts
Stijgingen zijn debet en credit zijn dalingen bij Actief
Stijging is credit en debet zijn dalingen bij Passief
Bij resultatenrekening net zelfde
Eindsaldo:
- Debetsaldo= debet groter is dan credit
- Creditsaldo = credit groter is dan debet
4
Hoofdstuk 1:
Balans:
= bezittingen, wat heb ik
Bezittingen= rijkdom + schulden
Actief= Passief
Bezit= actief
Rijkom+ schulden= Passief
Vb: goederen die reeds geleverd zijn maar nog niet betaald= bezit
Zichtrekening en spaarrekening= bezit
ACTIVA PASSIVA
Vast activa Eigen vermogen
= lang in het bedrijf = rijkdom
Vlottende activa Vreemd vermogen
= kort in het bedrijf = schulden
ACTIEF
Vaste activa: Vlottende activa:
Immateriële vaste activa: Vorderingen > 1 jaar
niet-tastbaar vb: software, patenten Voorraden:
productie: hulpstoffen of grondstoffen
Materiële vaste activa: Handel: handelsgoederen
tastbaar vb: gebouw terrein meubilair Vorderingen < 1 jaar
handelsvorderingen: verkopen
Financiële vaste activa: overige vorderingen: personeel,
Aandelen in dochterbedrijf of bedrijf belastingen
met ‘banden’ Geldbeleggingen
niet vrij om over te beschikken: aandelen,
obligaties
Liquide middelen
vrij om over te beschikken: kas, zicht- en
spaarrekening
Overlopende rekeningen
1
,PASSIEF
Eigen vermogen: Vreemd vermogen/ schulden:
Inbreng: Voorzieningen: toekomstige
kapitaal in contanten of natura herstellingswerken
Reserves Financiële schulden op >1 jaar
Overgedragen winst/verlies Financiële schulden op <1jaar
Handelsschulden
Schulden bezoldigingen, belastingen,
resultaatwerking
Overlopende rekeningen.
Beginbalans : 1ste dag van het boekjaar 01/01/20NO
Eindbalans : laatste dag van het boekjaar 31/12/20NO
Boekjaar: kalenderjaar
Vordering: Schuld:
later terug te krijgen later te betalen aan
Resultatenrekening:
= kosten en opbrengsten
Opbrengsten – kosten = winst
Kosten:
Bedrijfskosten:
Aankoop handelsgoederen Opbrengsten:
Aankoop grond- en hulpstoffen
Bedrijfsopbrengsten
Diensten en diverse goederen
Financiële opbrengsten
Bezoldigingen
Niet-recurrente opbrengsten
Afschrijvingen
= uitzonderlijke activiteiten
Financiële kosten
Niet-recurrente kosten
= uitzonderlijke activiteiten
2
,Resultaatverwerking:
Waarom:
Interesse van Stakeholders
Intern:
o Werknemers
o Managers
o Bestuurders
Extern:
o Leveranciers
o Klanten
o Banken
o Aandeelhouders
o Overheid
Jaarrekening:
- Balans
- Resultaatverwerking en rekening
o Toelichting
Details
Sociale balans: aantal personeelsleden, leeftijden, opleiding, …
o Voor grote vennootschappen
Jaarverslag
Verslag commissaris
D4 registratie: grootboekmethode
Iedere verrichting wordt geregistreerd door dubbele impact
Balans:
- Actief of passief
Resultatenrekening:
- Kosten of opbrengsten
Heel goed nadenken wat er veranderd bij elk onderdeel
Voorbeeld:
Fiscale aspect wordt aan de kant gezet (nog geen rekening met houden)
Start van een boekjaar resultatenrekening is leeg
- Betaling aan de leverancier geld verdwijnt uit bedrijf bezit liquide middelen
Naar waar gaat het geld? geld bij schulden (passiva) valt weg want is betaald A=P
3
, - Aankoop= kost ontstaan van schuld aan de leverancier Passiva
Betaling van de schuld achteraf geld van rekening - liquide middelen schuld valt weg
A=P
- Aankopen handelsgoederen = bedrijfskost betaling gebeurt later dus schuld verhoogt met
aankoopbedrag betalen met liquide middelen
LET OP!
Aankopen is geen voorraden omdat de goederen in dit boekjaar zullen verbruikt worden
Bij verkoop daalt de voorraden ook niet!
Volledige balans en resultatenrekening maken na elke verrichting = veel te veel werk
= Balansmethode
OPLOSSING
Enkel de elementen van de balans en resultatenrekening die wijzigen aanpassen
= veel efficiënter
GROOTBOEKMETHODE = alle elementen krijgen hun unieke grootboekrekening of een T-rek
Debet altijd links en credit altijd rechts
Stijgingen zijn debet en credit zijn dalingen bij Actief
Stijging is credit en debet zijn dalingen bij Passief
Bij resultatenrekening net zelfde
Eindsaldo:
- Debetsaldo= debet groter is dan credit
- Creditsaldo = credit groter is dan debet
4