staatsrecht, rechtsstaat.
Wat weet u na afloop van dit college?
- Wat staatsrecht is en waar dit is te vinden
- Wat een staat is en welke staatsvormen we onderscheiden
- Wat het begrip rechtsstaat inhoudt
- Waaruit het Koninkrijk der Nederlanden bestaat
Wat is staatsrecht
1) Wie bepaalt in ons land wat wel en niet mag?
Regels over wetgevende bevoegdheden vinden we in de Grondwet (bijvoorbeeld 81 GW).
2) Op welke wijze kan door middel van dwang de naleving van regels worden
afgedwongen?
3) Hoe zit het met de mogelijkheid van rechtsbescherming tegen de overheid?
Belinfante /de Reede (studieboek):
"Samenvat is de staat een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief
gezag uitoefent over een gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied."
Dat betekent:
● Gemeenschap van mensen
(vaak gemeenschappelijke cultuur en taal, maar niet noodzakelijkerwijs)
● Rechtsgemeenschap: door dwang te handhaven rechtsregels
● Territoriale grenzen
● Niet noodzakelijk, maar vanuit volkenrechtelijk perspectief nog van belang:
erkenning door andere staten
Dat betekent dat de Staat dus beschikt over soevereiniteit. Dit begrip wordt in het boek van
Belinfante niet gedefinieerd.
Het gaat daarbij om de oppermacht die de staat uitoefent, oftewel het hoogste gezag
Wat is een rechtsstaat?
Wat is het verschil tussen een politiestaat/dictatuur en een rechtsstaat?
In een rechtsstaat is de macht van de overheid beperkt door het recht. Zowel burgers als
de overheid moeten zich aan de wet houden. Burgers hebben grondrechten zoals vrijheid
van meningsuiting en gelijke behandeling. De macht is verdeeld tussen de wetgevende,
uitvoerende en rechterlijke macht (trias politica), zodat niemand te veel macht krijgt.
Rechters zijn onafhankelijk en zorgen ervoor dat wetten eerlijk worden toegepast. Burgers
kunnen bovendien naar de rechter stappen voor rechtsbescherming als de overheid
onrechtmatig handelt. Het doel van de rechtsstaat is burgers te beschermen tegen
machtsmisbruik.
In een politiestaat of dictatuur is dat heel anders. Daar heeft één persoon of een kleine
groep alle macht. Er zijn geen echte grondrechten, mensen mogen vaak niet vrij hun mening
uiten en tegenstanders worden onderdrukt. De rechters zijn niet onafhankelijk en doen wat
,de machthebbers willen. In zo’n staat draait alles om het behouden van macht, niet om de
bescherming van burgers.
Óók in een politiestaat geldt staatsrecht
Er zijn meestal regels over:
a) inhoud en functioneren van de instellingen van de staat
b) bevoegdheden om regels vast te stellen en besluiten te nemen
Soms ook formeel:
c) regulering/beperking staatsmacht (grondrechten)
Kenmerken rechtsstaat
1) Legaliteitsbeginsel: De overheid mag alleen ingrijpende maatregelen nemen als er een
wettelijke grondslag is
2) Scheiding/spreiding van machten: Vorst met absoluut gezag is taboe & te veel kans op
machtsmisbruik en willekeur
3) Onafhankelijke rechterlijke macht: Onafhankelijk van de overige staatsmachten
Onafhankelijk als instituut Onafhankelijk in rechterlijke uitspraken
4) Grondrechten: Rechtsbescherming van de burger tegenover de overheid- een beperking
van machtsuitoefening zoals vrijheid van meningsuiting/demonstratievrijheid, maar ook recht
op respect voor privéleven, vrijheid van godsdienst, het recht op een eerlijk proces etc.
5) Democratiebeginsel: Gekozen volksvertegenwoordigers. Dus democratische legitimatie.
Oefenvraag: Welke combinatie van kenmerken is noodzakelijk om van een democratische
rechtsstaat te spreken?
A) Legaliteitsbeginsel, onafhankelijke rechterlijke macht, parlementair stelsel
B) Legaliteitsbeginsel, scheiding van machten, grondrechten, onafhankelijke rechterlijke
macht democratisch gekozen volksvertegenwoordigers
C) Grondrechten, trias politica, absolute monarchie
D) Legaliteitsbeginsel, sociale rechten, federale structuur
Antwoord: B
Toelichting: Een democratische rechtsstaat vereist alle klassieke kenmerken van een
rechtsstaat plus democratische legitimatie (gekozen volksvertegenwoordigers).
Het handboek spreekt van een ‘democratische’ rechtstaat als ook aan dit vijfde kenmerk
wordt voldaan. De genoemde kenmerken kunnen met elkaar op gespannen voet staan:
Spanning tussen democratie en grondrechten; tussen machtenscheiding en onafhankelijke
rechter.
Elke staat heeft een eigen staats- en regeringsvorm.
Een belangrijk onderscheid is of een land een republiek of een monarchie is – oftewel: wie
heeft het opperste gezag?
Federatie vs. eenheidsstaat: centraal gezag of ook decentraal?
Nederland is een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel.
,Tevens: gedecentraliseerde eenheidsstaat, dus één staat is, maar waarin lagere
overheden (zoals provincies en gemeenten) zelfstandige bevoegdheden hebben binnen de
grenzen van de nationale wet.
Belangrijke begrippen
Federatie: Staatsvorm met volkenrechtelijke identiteit waarbij de onderdelen of deelstaten
een grote mate van interne autonomie behouden. Maar belangrijke bevoegdheden (vooral
op buitenlands en financieel terrein) zijn toebedeeld aan het centrale gezag. Uit het Statuut
voor het Koninkrijk der Nederlanden blijkt dat het Koninkrijk een staatsvorm heeft die vooral
kenmerken vertoont van federatie.
Eenheidsstaat: Centraal bestuur dat bevoegdheden heeft, uit sub-eenheden bestaat, maar
veelal door decentralisatie.
Staatsvorm
De manier waarop de macht in een land is georganiseerd en verdeeld.
Monarchie
Een land met een koning(in) als staatshoofd. De functie van het staatshoofd is erfelijk.
Republiek
Een land met een gekozen staatshoofd, meestal een president.
Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Een eenheidsstaat waarin lagere overheden (zoals provincies en gemeenten) zelf
bevoegdheden hebben om binnen hun gebied beslissingen te nemen, binnen de grenzen
van de nationale wet.
Constitutionele monarchie
Een monarchie waarin de macht van de koning is beperkt door de Grondwet (de constitutie).
De koning heeft dus niet de macht, maar vervult vooral een ceremoniële rol.
Parlementair stelsel
Een systeem waarin de regering verantwoording moet afleggen aan het parlement. Het
parlement heeft de hoogste politieke macht en kan de regering naar huis sturen (via een
motie van wantrouwen).
Oefenvraag staatsvormen
Nederland wordt gekarakteriseerd als een:
A) Republiek met gedecentraliseerde eenheidsstaat en parlementair stelsel
B) Constitutionele monarchie met parlementair stelsel en gedecentraliseerde
eenheidsstaat
C) Federale republiek met trias politica en ceremoniële koning
D) Absoluut koninkrijk met gedecentraliseerde eenheidsstaat
Antwoord: B
Toelichting: Nederland is een constitutionele monarchie (koning beperkt door Grondwet),
parlementair stelsel (regering legt verantwoording af aan parlement), en een
gedecentraliseerde eenheidsstaat. We hebben dus een koning, maar de macht ligt bij het
parlement, en lagere overheden hebben eigen taken binnen de landelijke regels.
, Koninkrijk der Nederlanden
Voor 2010:
● Bestond uit 3 landen:
1. Nederland
2. Aruba
3. De Nederlandse Antillen (Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius,
Saba)
Vanaf 10 oktober 2010:
● Zelfstandige landen binnen het Koninkrijk:
○ Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten
● Bij Nederland ingedeeld (‘Caribisch Nederland’):
○ Bonaire, Sint Eustatius, Saba
Belangrijke wetten: 132a Gw+ Statuut
Waar wordt dit geregeld?
Artikel 1 Statuut: Het Koninkrijk omvat de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint
Maarten
Artikel 2 Statuut: De Koning voert de regering van het Koninkrijk en van elk der landen. Hij is
onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk
Artikel 5 Statuut: 2, De Grondwet neemt de bepalingen van het Statuut in acht.
Bronnen: waar vinden we het staatsrecht?
Stelling:
“Al het Nederlandse staatsrecht is vastgelegd in de Grondwet voor het Koninkrijk der
Nederlanden.”
Juist of onjuist?
Antwoord: Onjuist. Niet al het Nederlandse staatsrecht staat in de Grondwet.
De Grondwet bevat wel de belangrijkste regels over de staatsinrichting (zoals de
bevoegdheden van koning, regering en parlement), maar er zijn ook andere wetten en
regelingen die deel uitmaken van het staatsrecht.
Stelling:
‘Staatsrecht is niet alleen te vinden in wetgeving, maar ook in de jurisprudentie’
Juist of onjuist?
Antwoord: Juist. Het staatsrecht is niet alleen vastgelegd in wetten, maar ook in de
jurisprudentie (rechterlijke uitspraken) en in gewoonten.
Rechters geven in hun uitspraken soms uitleg of aanvulling op staatsrechtelijke regels,
bijvoorbeeld over de verhouding tussen regering en parlement of over grondrechten. Die
rechtspraak vormt dan een belangrijke bron van staatsrecht.