Prof Brecht Beukenhout – KU Leuven
e
1 Bachelor Tandheelkunde – eerste semester
4 studiepunten
Aantekeningen uit de 11 lessen, PowerPoints, en het boek ‘Denken over Lichamen’ van P.
Adriaens en A. de Block
1
,HS1: Wat is filosofie?
Algemene beginselen -> causaliteit in twijfel trekken + nadenken over algemene begrippen
bv. wat is tijd?
Platos & Aristotles: over veel oneens, wel eens over wat iemand een filosoof maakt / waar
begint filosofie -> bij een gevoel van verwondering
-> Arché: dubbele betekenis -> begin + beginsel/principe
G.W.F. Hegel: uil van Minerva (=griekse godin van de wijsheid = Athena) is goed symbool voor
de filosofie -> kritische reflectie over iets wat al gebeurd is
-> steenuil (Athena) is eig dagroofvogel, dus stoot eigenlijk tegen quote Hegel
-> antw. Hegel: ik bedoel uil v Minerva, NIET Athena! (terwijl ze we tegenhangers zijn van
elkaar in romeinse <-> griekse mythologie). Uil v Minerva wordt wel geassocieerd met de
nacht in verhalen. (wel nog steeds kritiek: filosofen durven zich enkel in de nacht te laten
zien? Discussie blijft: filosofie geeft zelden duidelijke antwoorden!)
3 kenmerken filosofie:
Filosofie is enorm moeilijk af te bakenen of te definiëren. Toch doen we een poging op basis van deze
3 kenmerken, maar geen enkel van deze kenmerken behoort enkel tot de filosofie (komen ook in
andere domeinen bv. wetenschap voor)
1. Attitude = Dingen in twijfel durven trekken:
Filosofie denkt kritisch over alles, ook de banaliteiten van het dagelijkse leven.
Filosofie trekt zelfs eigen zintuigen in twijfel (bij wetenschap neemt men deze voor
waar aan), als ze ons af en toe bedriegen, zijn ze dan wel altijd betrouwbaar?
(Descartes -> rationalisme)
Kritiek =/= einddoel, maar het opent de mogelijkheid dat dingen ook anders zouden
kunnen zijn. Filosofie wil een positief & constructief project formuleren, dat de
bekritiseerde elementen vervangt door elementen die beter bestand zijn tegen deze
kritiek.
In wetenschappen denken ze ook kritisch en zoeken ze ook waarheden.
2. Methodologie:
Intuïties: Filosofen steunen vaak op spontane overtuigingen die ze in hun geest
aantreffen wanneer ze over een bepaald onderdeel beginnen te denken. Wordt wel
niet altijd gebruikt en vaak zelfs uitgelachen, ook in wetenschappen worden intuïties
gebruikt die dan later bewezen/weerlegd worden.
Conceptuele analyse: gewone begrippen (bv. liefde, vrijheid, tijd, geluk,…) beter
begrijpen en zo beter gebruiken. Dit wordt veel gebruikt in de filosofie maar niet door
iedereen en ook niet enkel in de filosofie (ook in wetenschap, sociologie, etc.).
gedachtenexperimenten: instrument van de verbeelding om informatie te verwerven
zonder echt experiment te moeten doen. Bv. ‘brain in a vat’ -> kunnen we ergens
zeker van zijn? Nee! Alles wat ik weet is basically stimuli in het brein maar het kan
evengoed mijn brein in een vat zijn die een kwaadaardige wetenschapper bestudeert.
(of trolley problem) -> kunnen niet in praktijk uitgevoerd worden. Gebeurt ook in
wetenschap (bv. Schrödingers cat) dus niet eigen aan filosofie MAAR benadrukt wel
de eigenschap fat filosofen zich bezighouden met zo’n fundamentele dingen dat ze
niet op een klassiek wetenschappelijke manier getest kunnen worden.
2
, 3. Domein (de aard van de vragen waar filosofen zich mee bezighouden):
Filosofie en wetenschap kruisen elkaar -> veel vragen over wetenschap waar
discussie over mogelijk is.
Nagel; goed dat we abstracte dingen vanzelfsprekend beschouwen (als we in het
dagelijkse leven teveel zouden nadenken over banale dingen zouden we niet ver
geraken) maar moet niet binnen filosofie.
Wetenschap – Filosofie Gedicht: duizendpoot wandelt maar wanneer pad vraagt hoe twijfelt ze en
valt ze. -> geeft verhouding wet en filosofie weer! Als we vanzelfsprekende delen binnen de
wetenschap in twijfel trekken vallen wetenschappelijke theorieën, maar filosofie houdt zich hier wel
mee bezig. Fenomeen heet de wet van Humphrey: ‘bewuste reflectie over een geautomatiseerde taak
belemmert de uitvoering van de taak.’
Wetenschap ontstaat soms vanuit filosofie -> niet volledig gescheiden van elkaar
Filosofie en vooruitgang:
Er zijn altijd nieuwe ‘stromingen’ in de filosofie (~kunststromingen – zie ‘historische evolutie’) maar
nooit echt vooruitgang (men vindt geen concrete antwoorden en kan er dus ook niet op verder
bouwen).
Kuhn – Incommensurabiliteit: Ook in de wetenschap is het niet evident om van vooruitgang te
spreken, in onderzoek naar het ontstaan van de wetenschap vond hij dat paradigma’s elkaar vaak
opvolgen maar niet op elkaar opvolgen. Binnen een paradigma kan er vooruitgang zijn maar binnen
de wetenschap kunnen we niet altijd van vooruitgang spreken.
Soms wel vooruitgang in Filosofie: er zijn bv. wetenschappen ontstaan uit filosofie (Psychologie) en
sommige filosofische vragen zijn wél beantwoord. Ook negatieve vooruitgang: we weten de
antwoorden niet maar kunnen wel met zekerheid zeggen wat het antwoord niet is of wat er mis is
met populaire antwoorden.
Vier deeldomeinen:
-> andere manier om ‘wat is filosofie’ te beantwoorden.
Historische evolutie van de Westerse filosofie:
Oudheid: eerste filosofen trekken de goden in twijfel en zoeken antwoorden in de natuur.
Middeleeuwen: religie in twijfel trekken -> secularisatie.
Moderniteit: wetenschap in twijfel trekken.
sciëntisme: wetenschap is het enige ware dat ons kennis kan verwerven over de werkelijkheid
(wetenschappers denken omdat ze oude filosofische vragen oploste dat filosofie niet meer nodig is)
-> hierbij wordt niet nagedacht over het feit dat er uit de wetenschap ook nieuwe filosofische
problemen ontstaan.
3
, HS2: Mechanisering en doelgerichtheid
Vroeger filosofeerde men veel over doelgerichtheid en doelmatigheid (efficiëntie waarmee iets zijn
doel verricht). Vooral over de oorsprong van doelmatigheid. Antieke filosofen dachten dat de
doelmatigheid van het menselijk lichaam bewijs was voor een Ontwerper. Sinds de wetenschappelijke
revolutie en Darwin heeft men een andere verklaring gevonden.
2.1 Mechanisering en het wereldbeeld
Wetenschappelijke revolutie: 17de eeuw: op minder dan een eeuw tijd heeft er een
kentering/vooruitgang plaatsgevonden in het wetenschappelijk denken van de mensen (vooral bij
hogere sociale klassen).
Gevolgen:
Wiskundige methode: (= vertrekken van een heldere zekerheid en daar op verder bouwen)
wordt steeds vaker gebruikt in de wetenschap, wiskunde wordt het fundament van de
wetenschappen (zeker fysica).
Mechanische oorzaken: geïllustreerd door traagheidswet Galilei (iets/iemand is in rust of
beweegt eindig verder met cte. snelheid tenzij er een andere kracht op inwerkt) ->
tegenstrijdig met middeleeuwse denkwijze! : lichamen kunnen enkel uit zichzelf bewegen
met een ziel (men zag daarom ook iets goddelijk inde planeten want die bewegen).
Mechanische oorzaken willen de fysische eigenschappen van begrippen verklaren, niet
achterhalen wat er gebeurt/wat de bedoeling is. -> geen redenen, maar verklaren. (><
doeloorzaken)
Doeloorzaken vs. Mechanische oorzaken
Wat we vandaag verstaan onder oorzaak is eigenlijk een mechanische oorzaak. Vroeger ging men
ervan uit dat er verschillende oorzaken waren bv. doeloorzaak.
Aristoteles: alles heeft meerdere oorzaken
Vieroorzakenleer: wat maakt een tafel een tafel?
o Formele oorzaak: tafel heeft een blad en vier poten
o Materiele oorzaak: materiaal maakt niet uit maar moet stevig genoeg zijn.
o Bewerkstelligende oorzaak: wie heeft de tafel gemaakt?
o Finale oorzaak: waarom w een tafel gemaakt? Om aan te zitten.
Doeloorzaak: waarom is iets zoals het is? Wat is zijn doel? -> kunnen we toepassen op dingen
die door de mens gemaakt zijn maar ook op de natuur zelf. Bv. waarom hebben wij handen?
Galilei: wat zet iets anders in gang?
Mechanische oorzaak (oorzaak vandaag): waardoor is iets zoals het is?
Eduard Dijksterhuis: de mechanisering van het wereldbeeld
Descartes -> Mechanisering toepassen op:
Natuurfenomenen: waarom regent het?
Levend lichaam: = automaat die mechanisch kan aangestuurd worden
Vinden filosofen niet zo geweldig: zij denken dat er een ‘ziel’ in het lichaam zit die het bestuurt
(Descartes heeft geen verklaring voor het verschil tussen levende en levenloze natuurelementen).
Interesseert wetenschappers niet: die willen weten waardoor fenomenen gebeuren en niet waarom
-> probleem: kunnen doeloorzaken vermeden worden bij het spreken over het menselijk lichaam?
4