Personality Psychology: The 5
Traits and Trait taxonomies: Chapter 3 (p. 49-77)
Larsen et al:
Leerdoelen:
- Hoe kunnen persoonlijkheidstrekken omschreven worden in grotere
categorieën?
- Hoeveel brede categorieën heb je nodig om een accurate omschrijving te
kunnen geven van iemands persoonlijkheid?
- Is het mogelijk om persoonlijkheid te meten en zo ja, hoe meet je dit?
- Zijn er persoonlijkheidstrekken die uniek zijn aan iemands persoonlijkheid of
denk je dat individuen dezelde trekken hebben in verschillende gradaties?
Persoonlijkheid
Persoonlijkheid is een verzameling en een systeem van georganiseerde psychologische
eigenschappen en mechanismen binnen het individu. Het vormt een consistent patroon in hoe
een individu zich gedraagt, voelt en denkt.
Wat is de psychoanalytische kijk op persoonlijkheid? (Freud)
Onbewuste en interne processen beïnvloeden gedrag, ervaringe uit de kindertijd
hebben invloed op de ontwikkelingen van de persoonlijkheid.
Wat is de behavioristische kijk op persoonlijkheid (Watson en Skinner)
Externe stimuli beïnvloeden gedrag, dat dus wordt aangeleerd. Je leert gedrag door
middel van belonen en straffen, als de omgeving verandert zal gedrag dit ook doen
Wat is de humanistische kijk op persoonlijkheid (Rogers)
Eigenwaarde staat centraal is de persoonlijkheid, van nature is de mens goed en
hebben we een positief zelfbeeld (altijd willen ontwikkelen en groeien) Jeugdervaringen
en evaluaties beïnvloeden onze persoonlijkheid.
Wat is de sociaal cognitieve leer kijk op persoonlijkheid (Bandura)
De sociale omgeving en cognitie beïnvloeden het gedrag, mensen leren door andere te
observeren (modelling) en cognitieve processen.
Persoonlijkheidskenmerken
Traits
Ander woord voor persoonlijkheidskenmerken.
Zijn stabiel en costistent met de tijd of over situaties
Niet gevoelig voor situationele context
States
Ander woord voor toestand of gemoedstoestanden.
Zijn variërend en afhankelijk van tijd/plaats
Of traits stabiel zijn is ter discussie gesteld.
Wat zijn persoonlijkheidskenmerken?
Persoonlijkheidspsychologen verschillen in mening
Nummer 1 zegt dat traits interne eigenschappen zijn die gedrag veroorzaken
Nummer 2 doet geen uitspraak over causaliteit en gebruikt traits als term om langdurige
aspecten van een persoon te beschrijven.
Traits als interne causale eigenschappen
o Traits zijn intern en brengen wensen/verlangens/behoeften van de ene situatie
naar de andere
o Deze wensen/verlangens en behoeften zijn causaal; ze verklaren gedrag van de
persoon
o Traits beïnvloeden het gedrag.
o Ook als de trait niet observeerbaar is bestaat deze wel.
Traits als beschrijvende samenvatting
o Traits zijn enkel beschrijvende samenvattingen van een persoon
, o Zeggen niks over causaliteit of interne eigenschappen, worden gebruikt de trend
in gedrag persoon te beschrijven, helpt gedrag voorspellen beschrijven en
verklaren.
Voorbeelden van traits zijn bijvoorbeeld: Extravisie, openheid
Voorbeelden van states zijn bijvoorbeeld: Boos zijn op dit moment
Personality coherence
Wijze waarop persoonlijkheidstrekken tot uiting komen kan veranderen met de tijd;
precieze gedragsuitingen van een trek blijven niet hetelfde. Deze verandering vindt
plaatst door verandering in leeftijd context of ervaring. Maar onderliggende
persoonlijkheidskenmerken veranderen niet.
Identificatie van persoonlijkheidskenmerken
Twee visies voor traits
1. Ideografisch: Iedereen heeft een unieke combinatie van traits
2. Nomothetisch: Iedereen heeft dezelfde traits maar in andere verhoudingen.
Er zijn 3 basisbenaderingen om traits te identificeren
De lexicale benadering
Volgens deze benadering zijn alle belangrijke individuele verschillen gecodeerd in taal.
Verschillen tussen mensen zijn opgemerkt en er zijn woorden ‘uitgevonden’ om deze te
omschrijven.
De lexicale benadering heeft 2 criteria voor het identificeren van belangrijke kenmerken
1. Synoniem frequentie: Hoe meer synoniemen er voor een woord zijn, hoe belangrijker
het woord is.
2. Crossculturele algemeenheid: Hoe belangrijker een individueel verschil is hoe meer
talen een woord hebben dit verschil te beschrijven.
De statistische benadering
Begint met een pool van persoonlijkheidsitems zoals trait woorden of een reeks vragen over
gedrag ervaringen of emoties.
Doel hiervan is het identificeren van de grootste dimensies op de persoonlijkheidskaart.
Factoranalyse: Groepen items die met elkaar samengaan met andere items
identificeren. ‘’extravisie’’ en ‘’ik praat veel’’ vallen onder dezelfde groep/factor.
Onder al deze losse woorden gaan grote dimensies schuil die zo aan licht komen
Factor loading: Hiermee aangeving wat de mate is waarin iets correleert met andere
onderliggende factoren.
De theoretische benadering
Identificeren van dimensies in individuele verschillen gaat door theorieën.
De theorie bepaalt welke variabelen van belang zijn (Freudiaan bvb orale persoonlijkheid)
Conclusie van deze 3 basisbenaderingen is dat er in de praktijd vaak en combi wordt
gebruikt.
Theorieën over persoonlijkheid
- De belangrijkste zijn: Eyesenck, Allport, Cattell, Leary & Wiggin, Norman (Big5),
HEXACO.
Eysencks hiërarchische model van persoonlijkheid (nomothetisch)
- Gebaseerd op oudere theorieën waar lichaamssappen een belangrijke rol in speelde.
- Gebaseerd op traits dje volgens hem sterk erfelijk zijn.
- Er zijn 3 belangrijke traits (super traits) elk een eigen hiërarchie hebben.
Traits and Trait taxonomies: Chapter 3 (p. 49-77)
Larsen et al:
Leerdoelen:
- Hoe kunnen persoonlijkheidstrekken omschreven worden in grotere
categorieën?
- Hoeveel brede categorieën heb je nodig om een accurate omschrijving te
kunnen geven van iemands persoonlijkheid?
- Is het mogelijk om persoonlijkheid te meten en zo ja, hoe meet je dit?
- Zijn er persoonlijkheidstrekken die uniek zijn aan iemands persoonlijkheid of
denk je dat individuen dezelde trekken hebben in verschillende gradaties?
Persoonlijkheid
Persoonlijkheid is een verzameling en een systeem van georganiseerde psychologische
eigenschappen en mechanismen binnen het individu. Het vormt een consistent patroon in hoe
een individu zich gedraagt, voelt en denkt.
Wat is de psychoanalytische kijk op persoonlijkheid? (Freud)
Onbewuste en interne processen beïnvloeden gedrag, ervaringe uit de kindertijd
hebben invloed op de ontwikkelingen van de persoonlijkheid.
Wat is de behavioristische kijk op persoonlijkheid (Watson en Skinner)
Externe stimuli beïnvloeden gedrag, dat dus wordt aangeleerd. Je leert gedrag door
middel van belonen en straffen, als de omgeving verandert zal gedrag dit ook doen
Wat is de humanistische kijk op persoonlijkheid (Rogers)
Eigenwaarde staat centraal is de persoonlijkheid, van nature is de mens goed en
hebben we een positief zelfbeeld (altijd willen ontwikkelen en groeien) Jeugdervaringen
en evaluaties beïnvloeden onze persoonlijkheid.
Wat is de sociaal cognitieve leer kijk op persoonlijkheid (Bandura)
De sociale omgeving en cognitie beïnvloeden het gedrag, mensen leren door andere te
observeren (modelling) en cognitieve processen.
Persoonlijkheidskenmerken
Traits
Ander woord voor persoonlijkheidskenmerken.
Zijn stabiel en costistent met de tijd of over situaties
Niet gevoelig voor situationele context
States
Ander woord voor toestand of gemoedstoestanden.
Zijn variërend en afhankelijk van tijd/plaats
Of traits stabiel zijn is ter discussie gesteld.
Wat zijn persoonlijkheidskenmerken?
Persoonlijkheidspsychologen verschillen in mening
Nummer 1 zegt dat traits interne eigenschappen zijn die gedrag veroorzaken
Nummer 2 doet geen uitspraak over causaliteit en gebruikt traits als term om langdurige
aspecten van een persoon te beschrijven.
Traits als interne causale eigenschappen
o Traits zijn intern en brengen wensen/verlangens/behoeften van de ene situatie
naar de andere
o Deze wensen/verlangens en behoeften zijn causaal; ze verklaren gedrag van de
persoon
o Traits beïnvloeden het gedrag.
o Ook als de trait niet observeerbaar is bestaat deze wel.
Traits als beschrijvende samenvatting
o Traits zijn enkel beschrijvende samenvattingen van een persoon
, o Zeggen niks over causaliteit of interne eigenschappen, worden gebruikt de trend
in gedrag persoon te beschrijven, helpt gedrag voorspellen beschrijven en
verklaren.
Voorbeelden van traits zijn bijvoorbeeld: Extravisie, openheid
Voorbeelden van states zijn bijvoorbeeld: Boos zijn op dit moment
Personality coherence
Wijze waarop persoonlijkheidstrekken tot uiting komen kan veranderen met de tijd;
precieze gedragsuitingen van een trek blijven niet hetelfde. Deze verandering vindt
plaatst door verandering in leeftijd context of ervaring. Maar onderliggende
persoonlijkheidskenmerken veranderen niet.
Identificatie van persoonlijkheidskenmerken
Twee visies voor traits
1. Ideografisch: Iedereen heeft een unieke combinatie van traits
2. Nomothetisch: Iedereen heeft dezelfde traits maar in andere verhoudingen.
Er zijn 3 basisbenaderingen om traits te identificeren
De lexicale benadering
Volgens deze benadering zijn alle belangrijke individuele verschillen gecodeerd in taal.
Verschillen tussen mensen zijn opgemerkt en er zijn woorden ‘uitgevonden’ om deze te
omschrijven.
De lexicale benadering heeft 2 criteria voor het identificeren van belangrijke kenmerken
1. Synoniem frequentie: Hoe meer synoniemen er voor een woord zijn, hoe belangrijker
het woord is.
2. Crossculturele algemeenheid: Hoe belangrijker een individueel verschil is hoe meer
talen een woord hebben dit verschil te beschrijven.
De statistische benadering
Begint met een pool van persoonlijkheidsitems zoals trait woorden of een reeks vragen over
gedrag ervaringen of emoties.
Doel hiervan is het identificeren van de grootste dimensies op de persoonlijkheidskaart.
Factoranalyse: Groepen items die met elkaar samengaan met andere items
identificeren. ‘’extravisie’’ en ‘’ik praat veel’’ vallen onder dezelfde groep/factor.
Onder al deze losse woorden gaan grote dimensies schuil die zo aan licht komen
Factor loading: Hiermee aangeving wat de mate is waarin iets correleert met andere
onderliggende factoren.
De theoretische benadering
Identificeren van dimensies in individuele verschillen gaat door theorieën.
De theorie bepaalt welke variabelen van belang zijn (Freudiaan bvb orale persoonlijkheid)
Conclusie van deze 3 basisbenaderingen is dat er in de praktijd vaak en combi wordt
gebruikt.
Theorieën over persoonlijkheid
- De belangrijkste zijn: Eyesenck, Allport, Cattell, Leary & Wiggin, Norman (Big5),
HEXACO.
Eysencks hiërarchische model van persoonlijkheid (nomothetisch)
- Gebaseerd op oudere theorieën waar lichaamssappen een belangrijke rol in speelde.
- Gebaseerd op traits dje volgens hem sterk erfelijk zijn.
- Er zijn 3 belangrijke traits (super traits) elk een eigen hiërarchie hebben.