Aantekeningen Cel H10 en H11
Hoofdstuk 10:
Celademhaling:
- Is de meest voorkomende en efficiënte katabole reactie
- Afbraak van organische moleculen zoals glucose, maar ook eiwitten of vetten (brandstoffen)
- Resulteert in de vorming van ATP
- ATP stuurt de ‘levensprocessen’ aan
Energie:
- Komt in een ecosysteem als zonlicht
- Verdwijnt in de vorm van warmte
Redoxreacties:
- Chemische energie vanuit biomoleculen worden door middel van redoxreacties omgezet
naar ATP
- Katabole reacties leveren energie door elektronen overdracht tussen stoffen
- In oxidatie
o Een deeltje verliest elektronen of wordt geoxideerd
o Oxidator: een deeltje dat elektronen opneemt
- In reductie:
o Een deeltje neemt elektronen op of wordt gereduceerd
o Reductor: een deeltje dat elektronen afstaat
- De elektronen verdeling in een covalente bindingen van de reagerende stoffen veranderen
- Dit is afhankelijk van de elektronegativiteit van de atomen
- Elektronen zitten dichter bij de atoomkern omdat O een grotere elektronegativiteit waarde
heeft dan H of C
Glucose (reductor) wordt geoxideerd en zuurstof (oxidator) wordt gereduceerd
Glucose kan niet in een keer afgebroken worden, omdat er dan in een keer heel veel energie vrijkomt
Als de elektronen dichterbij de cel komen komt er energie vrij
Enzym:
- Dehydrogenase onttrekt H2 aan organische stoffen (glucose) met co-enzym NAD+
Cel ademhaling:
- Gebeurt via een serie redoxreacties
- Laatste stap redoxreacties : 2H+ + 2e- + ½ O2 H2O
Energierijke elektronen komen uit de organische verbindingen:
- Er wordt H2 onttrokken aan onder andere glucose
- Met behulp van het enzym dehydrogenase
- De onttrokken ga twee bestaat uit twee h plus en twee energierijke elektronen
- H2 wordt gekoppeld aan de elektronen acceptor NAD + of FAD een co-enzym
o .
- NADH gaat naar elektronentransportketen = redoxreactie 1
, In het elektronentransportketen:
- De energierijke elektronen aan bepaalde membraam eiwitten (redoxreacties)
- In een serie redoxreacties in de ATK neemt energie van de elektronen af
- De energie arme elektronen worden in de laatste reactie aan H + en O2 afgegeven waarbij
uiteindelijk water wordt gevormd
Per NADH molecuul wordt gemiddeld 3 ATP gemaakt
Per FADH molecuul wordt gemiddeld 2 ATP gemaakt
Chemiosmose en de elektronentransportketen:
- NADH NAD+ + 2e+
Komt energie vrij waardoor H+ actief getransporteerd wordt naar het intermembraanruimte
- FADH2 FAD+ + 2e-
H+ transport naar IMR. Minder H+ ionen dan bij NADH. Daarom minder ATP vorming
- 3 ATP (NADH) of 2 ATP (FADH2) wordt gemaakt door ATP synthase
- Heeft te maken met het concentratiegradiënt
‘
Wat gebeurt er in de serie redoxreacties?
- NADH geeft zijn energierijke elektronen af van het eerste membraam eiwit (= eerste redox
reactie in ETK)
- Bij de elektronen overdracht van het ene membraam eiwit naar het volgende membraan
eiwit (redox) komt energie vrij.
- Deze energie wordt gebruikt om H+ uit de matrix van het mitochondrium naar de
intermembraanruimte te transporteren (actief)
- Gevolg: een overschot aan H+ van de intermembraan ruimte van het mitochondrium =
energie
- Is de drijfkracht voor het membraan enzym ATP-synthase
Substraat specifieke fosforylering:
- Aan de organisch molecuul wordt
een fosfaatgroep gekoppeld
- Het substraat wordt omgezet naar
een product waarbij energie
vrijkomt
- De vrijgekomen energie met deze
reactie wordt gebruikt om de
fosfaatgroep ADP te koppelen
ATP
Hoofdstuk 10:
Celademhaling:
- Is de meest voorkomende en efficiënte katabole reactie
- Afbraak van organische moleculen zoals glucose, maar ook eiwitten of vetten (brandstoffen)
- Resulteert in de vorming van ATP
- ATP stuurt de ‘levensprocessen’ aan
Energie:
- Komt in een ecosysteem als zonlicht
- Verdwijnt in de vorm van warmte
Redoxreacties:
- Chemische energie vanuit biomoleculen worden door middel van redoxreacties omgezet
naar ATP
- Katabole reacties leveren energie door elektronen overdracht tussen stoffen
- In oxidatie
o Een deeltje verliest elektronen of wordt geoxideerd
o Oxidator: een deeltje dat elektronen opneemt
- In reductie:
o Een deeltje neemt elektronen op of wordt gereduceerd
o Reductor: een deeltje dat elektronen afstaat
- De elektronen verdeling in een covalente bindingen van de reagerende stoffen veranderen
- Dit is afhankelijk van de elektronegativiteit van de atomen
- Elektronen zitten dichter bij de atoomkern omdat O een grotere elektronegativiteit waarde
heeft dan H of C
Glucose (reductor) wordt geoxideerd en zuurstof (oxidator) wordt gereduceerd
Glucose kan niet in een keer afgebroken worden, omdat er dan in een keer heel veel energie vrijkomt
Als de elektronen dichterbij de cel komen komt er energie vrij
Enzym:
- Dehydrogenase onttrekt H2 aan organische stoffen (glucose) met co-enzym NAD+
Cel ademhaling:
- Gebeurt via een serie redoxreacties
- Laatste stap redoxreacties : 2H+ + 2e- + ½ O2 H2O
Energierijke elektronen komen uit de organische verbindingen:
- Er wordt H2 onttrokken aan onder andere glucose
- Met behulp van het enzym dehydrogenase
- De onttrokken ga twee bestaat uit twee h plus en twee energierijke elektronen
- H2 wordt gekoppeld aan de elektronen acceptor NAD + of FAD een co-enzym
o .
- NADH gaat naar elektronentransportketen = redoxreactie 1
, In het elektronentransportketen:
- De energierijke elektronen aan bepaalde membraam eiwitten (redoxreacties)
- In een serie redoxreacties in de ATK neemt energie van de elektronen af
- De energie arme elektronen worden in de laatste reactie aan H + en O2 afgegeven waarbij
uiteindelijk water wordt gevormd
Per NADH molecuul wordt gemiddeld 3 ATP gemaakt
Per FADH molecuul wordt gemiddeld 2 ATP gemaakt
Chemiosmose en de elektronentransportketen:
- NADH NAD+ + 2e+
Komt energie vrij waardoor H+ actief getransporteerd wordt naar het intermembraanruimte
- FADH2 FAD+ + 2e-
H+ transport naar IMR. Minder H+ ionen dan bij NADH. Daarom minder ATP vorming
- 3 ATP (NADH) of 2 ATP (FADH2) wordt gemaakt door ATP synthase
- Heeft te maken met het concentratiegradiënt
‘
Wat gebeurt er in de serie redoxreacties?
- NADH geeft zijn energierijke elektronen af van het eerste membraam eiwit (= eerste redox
reactie in ETK)
- Bij de elektronen overdracht van het ene membraam eiwit naar het volgende membraan
eiwit (redox) komt energie vrij.
- Deze energie wordt gebruikt om H+ uit de matrix van het mitochondrium naar de
intermembraanruimte te transporteren (actief)
- Gevolg: een overschot aan H+ van de intermembraan ruimte van het mitochondrium =
energie
- Is de drijfkracht voor het membraan enzym ATP-synthase
Substraat specifieke fosforylering:
- Aan de organisch molecuul wordt
een fosfaatgroep gekoppeld
- Het substraat wordt omgezet naar
een product waarbij energie
vrijkomt
- De vrijgekomen energie met deze
reactie wordt gebruikt om de
fosfaatgroep ADP te koppelen
ATP