Aantekeningen H9 en 12
Hoofdstuk 9
Functies van celcommunicatie:
- Is absoluut essentieel voor multicellulaire organismen
o Handhaven homeostase
o Herkennen van eigen cellen t.o.v. lichaamsvreemde cellen (bijv. ziekteverwekkers en
geslachtscellen)
o Gecoördineerde ontwikkeling van bevruchte eicel tot volwassen organismen
Gisten:
- Hekennen hun soortgenoten door celcommunicatie
Binnen een organisme kunnen cellen op verschillende afstanden
met elkaar kunnen communiceren:
- Directe communicatie:
o Aangrenzende cellen hebben interne
verbindingen zodat bepaalde signaalstoffen in
één cel direct andere cellen kunnen bereiken
Gap junctions bij dierlijke cellen
Plasmodesmata bij planten cellen
o Communicatie via direct extern contact door
middel van bepaalde membraaneiwitten
- Communicatie via lokale regulatiestoffen (indirect):
o Paracriene signaalstoffen: Een uitscheidende cel werkt in op nabijgelegen
doelwitcellen door moleculen van een lokale regulator (bijvoorbeeld een groeifactor)
af te voeren in de extracellulaire vloeistof.
o Synaptische signaalstoffen: Een zenuwcel geeft neurotransmitter moleculen af in een
synaps, waardoor de doelcel wordt gestimuleerd.
- Communicatie op lange afstand:
o Hormonale signalen: Gespecialiseerde endocriene cellen scheiden hormonen af in
lichaamsvloeistoffen, vaak het bloed. Hormonen kunnen vrijwel alle lichaamscellen
bereiken.
Drie stadia van celcommunicatie:
- Cellen ondergaan drie fasen om geactiveerd te worden
1. Receptie: ontvangen/waarnemen
2. Transductie: vertaling/verwerking/omzetting
3. Respons: reactie
Signaal-transductie-wegen:
Receptie: een signaalmolecuul bindt een receptoreiwit,
waardoor deze van vorm verandert (ladinginteracties)
- Deze ‘vormverandering’ wordt vertaald naar een
celrespons
- Vergelijkbaar in bacteriën, schimmels en planten
- De binding tussen een signaalmolecuul en receptor is erg specifiek
- De vormverandering van het receptoreiwit na binding van het signaalstof is het begin van
transductie
- Daarbij worden andere eiwitten geactiveerd
, Vier typen receptoren:
- Intracellulaire receptoren
- Extracellulaire receptoren
o G-proteine
o Tyrosinekinase
o Ionkanaal
Intracellulaire receptoren:
- Zijn cytoplasmatische of kerneiwitten
- Signaalmoleculen die klein of apolair zijn kunnen direct via het celmembraan diffunderen en
deze receptoren bereiken
- Bijv. testosteron (een steroid apolair hormoon)
Werking intracellulaire receptoren:
G-protein-lined receptors:
Hoofdstuk 9
Functies van celcommunicatie:
- Is absoluut essentieel voor multicellulaire organismen
o Handhaven homeostase
o Herkennen van eigen cellen t.o.v. lichaamsvreemde cellen (bijv. ziekteverwekkers en
geslachtscellen)
o Gecoördineerde ontwikkeling van bevruchte eicel tot volwassen organismen
Gisten:
- Hekennen hun soortgenoten door celcommunicatie
Binnen een organisme kunnen cellen op verschillende afstanden
met elkaar kunnen communiceren:
- Directe communicatie:
o Aangrenzende cellen hebben interne
verbindingen zodat bepaalde signaalstoffen in
één cel direct andere cellen kunnen bereiken
Gap junctions bij dierlijke cellen
Plasmodesmata bij planten cellen
o Communicatie via direct extern contact door
middel van bepaalde membraaneiwitten
- Communicatie via lokale regulatiestoffen (indirect):
o Paracriene signaalstoffen: Een uitscheidende cel werkt in op nabijgelegen
doelwitcellen door moleculen van een lokale regulator (bijvoorbeeld een groeifactor)
af te voeren in de extracellulaire vloeistof.
o Synaptische signaalstoffen: Een zenuwcel geeft neurotransmitter moleculen af in een
synaps, waardoor de doelcel wordt gestimuleerd.
- Communicatie op lange afstand:
o Hormonale signalen: Gespecialiseerde endocriene cellen scheiden hormonen af in
lichaamsvloeistoffen, vaak het bloed. Hormonen kunnen vrijwel alle lichaamscellen
bereiken.
Drie stadia van celcommunicatie:
- Cellen ondergaan drie fasen om geactiveerd te worden
1. Receptie: ontvangen/waarnemen
2. Transductie: vertaling/verwerking/omzetting
3. Respons: reactie
Signaal-transductie-wegen:
Receptie: een signaalmolecuul bindt een receptoreiwit,
waardoor deze van vorm verandert (ladinginteracties)
- Deze ‘vormverandering’ wordt vertaald naar een
celrespons
- Vergelijkbaar in bacteriën, schimmels en planten
- De binding tussen een signaalmolecuul en receptor is erg specifiek
- De vormverandering van het receptoreiwit na binding van het signaalstof is het begin van
transductie
- Daarbij worden andere eiwitten geactiveerd
, Vier typen receptoren:
- Intracellulaire receptoren
- Extracellulaire receptoren
o G-proteine
o Tyrosinekinase
o Ionkanaal
Intracellulaire receptoren:
- Zijn cytoplasmatische of kerneiwitten
- Signaalmoleculen die klein of apolair zijn kunnen direct via het celmembraan diffunderen en
deze receptoren bereiken
- Bijv. testosteron (een steroid apolair hormoon)
Werking intracellulaire receptoren:
G-protein-lined receptors: