Aardrijkskunde
examen
Florine Oosterveer
, Hoofdstuk 1 landschap zones
Paragraaf 1
Even ter herhaling de verschillende schalen die belangrijk zijn voor
aardrijkskunde.
1. Mondiale schaal (de wereld)
2. Continentale schaal (continent)
3. Fluviale schaal (water)
4. Nationale schaal (land)
5. Regionale schaal (provincie)
6. Lokale schaal (plaats)
Bodem is de bovenste laag van de aardkorst, de bovenste twee meter waar de
planten in wortelen. Bodem wordt door een aantal factoren gevormd.
1. Klimaat: behelst de meteorologische
factoren die effect hebben op de bodem.
Klimaat heeft effect op de temperatuur,
regen en vochtigheid.
2. Tijd: lange tijd is er nodig om een nieuwe
bodemlaag te vormen
3. Topografie: reliëf en liggingen zijn erg
belangrijk. Dit beïnvloed de beweging van
het water.
4. Organisme: schimmels, bacteriën. Deze
transformeren voedingsstoffen waardoor
lucht en water zicht door de bodem
kunnen door bewegen.
5. Moedermateriaal: de grondsoort. Deze
bepaald hoe makkelijk het water door de
grond heen kan zakken.
6. De mens: de mens heeft nu ook zeker
een invloed op de bodemvorming. Dit
komt door ontbossing, bemesting,
begrazing, bebossing, vervuiling enz.
Al deze factoren hangen met elkaar samen om uiteindelijk een nieuwe
bodemlaag te vormen.
Bomen hebben voedingsstoffen nodig om te blijven leven, deze worden op een
aantal verschillende plekken opgeslagen.
1. Levende delen van de boom zelf
2. In dode organisme in de grond
3. En in de zwarte bodemlaag genaamd de humuslaag
,De Humuslaag is het bovenste gedeelte van de bodem waarin de planten zich
wortelen. Ook is deze laag verkleurd door bodemvormende processen.
Paragraaf 2
Zoals al eerder werd genoemd heeft de bodem erg veel effect op de soorten en
hoeveelheid planten er in een
zone tegenkomen. Klimaat heeft
dus invloed op de vruchtbaarheid
en op de bodem. Er zijn een
aantal verschillende zones in de
wereld die belangrijk zijn in dit
hoofdstuk.
De verschillende zones zijn:
Polaire zone
Boreale zone
(naaldbomen)
Gematigde zone
(zomergroen loofwoud)
Subtropische zone
Tropische zone (tropisch regenwoud)
(semi) aride zone (steppen en woestijnen)
In droge gebieden komt een neerslag gebrek voor. Door gebrek aan begroeiing
wordt er dus nauwelijks of geen organisch materiaal gevormd. Vaak hebben deze
woestijnbodems een witte of grijze kleur. Dit wordt veroorzaakt door
concentraties van zout, kalk of gips.
Nuttige neerslag is als de hoeveelheid regen meer is dan de hoeveelheid
verdampt. Er blijft dus water over om te gebruiken.
De mens is dus sinds een tijd een geo factor. De mens heeft veel invloed op het
milieu, dit komt doordat de mens zich mengt met de natuurlijke kringloop. Dit
komt door uitstootgassen en allerlei factoren die de mens doet in de
samenleving. Ook gaat de mens de biodiversiteit verminderen, veel soorten
bomen en planten sterven uit. Wij als mensen zorgen ook voor de
bodemdegradatie.
Niet elke landschap zone is even geschikt voor landbouw. De soort grond heeft
veel invloed op de vruchtbaarheid.
Je hebt twee soorten vruchtbaarheid.
1. Fysische vruchtbaarheid
2. Chemische vruchtbaarheid
, De fysische vruchtbaarheid wordt bepaald door
De korrelgrote
Het zuurstof gehalte in de bodem
De grondwaterstand
De doordringendheid van de bodem door water
De hoeveelheid vocht die de bodem kan vasthouden.
De chemische vruchtbaarheid wordt bepaald door
De hoeveelheid humus
De hoeveelheid klein mineralen die voedingsstoffen vasthouden.
examen
Florine Oosterveer
, Hoofdstuk 1 landschap zones
Paragraaf 1
Even ter herhaling de verschillende schalen die belangrijk zijn voor
aardrijkskunde.
1. Mondiale schaal (de wereld)
2. Continentale schaal (continent)
3. Fluviale schaal (water)
4. Nationale schaal (land)
5. Regionale schaal (provincie)
6. Lokale schaal (plaats)
Bodem is de bovenste laag van de aardkorst, de bovenste twee meter waar de
planten in wortelen. Bodem wordt door een aantal factoren gevormd.
1. Klimaat: behelst de meteorologische
factoren die effect hebben op de bodem.
Klimaat heeft effect op de temperatuur,
regen en vochtigheid.
2. Tijd: lange tijd is er nodig om een nieuwe
bodemlaag te vormen
3. Topografie: reliëf en liggingen zijn erg
belangrijk. Dit beïnvloed de beweging van
het water.
4. Organisme: schimmels, bacteriën. Deze
transformeren voedingsstoffen waardoor
lucht en water zicht door de bodem
kunnen door bewegen.
5. Moedermateriaal: de grondsoort. Deze
bepaald hoe makkelijk het water door de
grond heen kan zakken.
6. De mens: de mens heeft nu ook zeker
een invloed op de bodemvorming. Dit
komt door ontbossing, bemesting,
begrazing, bebossing, vervuiling enz.
Al deze factoren hangen met elkaar samen om uiteindelijk een nieuwe
bodemlaag te vormen.
Bomen hebben voedingsstoffen nodig om te blijven leven, deze worden op een
aantal verschillende plekken opgeslagen.
1. Levende delen van de boom zelf
2. In dode organisme in de grond
3. En in de zwarte bodemlaag genaamd de humuslaag
,De Humuslaag is het bovenste gedeelte van de bodem waarin de planten zich
wortelen. Ook is deze laag verkleurd door bodemvormende processen.
Paragraaf 2
Zoals al eerder werd genoemd heeft de bodem erg veel effect op de soorten en
hoeveelheid planten er in een
zone tegenkomen. Klimaat heeft
dus invloed op de vruchtbaarheid
en op de bodem. Er zijn een
aantal verschillende zones in de
wereld die belangrijk zijn in dit
hoofdstuk.
De verschillende zones zijn:
Polaire zone
Boreale zone
(naaldbomen)
Gematigde zone
(zomergroen loofwoud)
Subtropische zone
Tropische zone (tropisch regenwoud)
(semi) aride zone (steppen en woestijnen)
In droge gebieden komt een neerslag gebrek voor. Door gebrek aan begroeiing
wordt er dus nauwelijks of geen organisch materiaal gevormd. Vaak hebben deze
woestijnbodems een witte of grijze kleur. Dit wordt veroorzaakt door
concentraties van zout, kalk of gips.
Nuttige neerslag is als de hoeveelheid regen meer is dan de hoeveelheid
verdampt. Er blijft dus water over om te gebruiken.
De mens is dus sinds een tijd een geo factor. De mens heeft veel invloed op het
milieu, dit komt doordat de mens zich mengt met de natuurlijke kringloop. Dit
komt door uitstootgassen en allerlei factoren die de mens doet in de
samenleving. Ook gaat de mens de biodiversiteit verminderen, veel soorten
bomen en planten sterven uit. Wij als mensen zorgen ook voor de
bodemdegradatie.
Niet elke landschap zone is even geschikt voor landbouw. De soort grond heeft
veel invloed op de vruchtbaarheid.
Je hebt twee soorten vruchtbaarheid.
1. Fysische vruchtbaarheid
2. Chemische vruchtbaarheid
, De fysische vruchtbaarheid wordt bepaald door
De korrelgrote
Het zuurstof gehalte in de bodem
De grondwaterstand
De doordringendheid van de bodem door water
De hoeveelheid vocht die de bodem kan vasthouden.
De chemische vruchtbaarheid wordt bepaald door
De hoeveelheid humus
De hoeveelheid klein mineralen die voedingsstoffen vasthouden.