Week 1 – Begrijpen van Teksten.................................................3
Peeters & Dijkstra...........................................................................3
Embodiedness................................................................................................. 3
Embeddedness................................................................................................ 4
Mentale modellen............................................................................................ 6
Begrip mentaal model is belangrijk.................................................................6
Incremental Processing................................................................................... 7
Consequences of this view on language..........................................................8
Embodiedness vs. Embodiment.......................................................................8
Helder et. al. – deel 1.......................................................................9
Helder et. al. – deel 2.......................................................................9
Helder et. al. – deel 3.....................................................................10
.............................................................................................. 11
Week 2 - Begrijpen van Teksten...............................................12
Artikel Britton & Gülgöz Manipuleren van coherentie......................12
Experiment 1................................................................................................. 15
2 type testen experiment 1...........................................................................16
Voorspellingen tekstversies experiment 1.....................................................17
Resultaten experiment 1............................................................................... 18
Experiment 2................................................................................................. 19
Discussie experiment 1 en 2.........................................................................20
Artikel Foy & Gerrig.......................................................................21
Experiment 1................................................................................................. 23
Experiment 2a en 2b..................................................................................... 24
Artikel Land et. al. Manipuleren van structuur- en stijlkenmerken. . .26
Week 3 – woorden...................................................................33
Artikel Stahl..................................................................................34
Artikel Pander Maat en Van der Geest.............................................36
Hoofdstuk 2 – Begrijpelijkheid van teksten gemeten met LiNT......................36
Hoofdstuk 4 – Effectiviteit en beleving van overheidsteksten bij lezers........40
Artikel Williams & Morris................................................................42
Experiment 1................................................................................................. 44
Experiment 2................................................................................................. 46
Week 4 – zinnen......................................................................48
Artikel Bailin – verwerken van zinnen..............................................48
Artikel Burgers..............................................................................54
Experiment 1 (corpusonderzoek)...................................................................54
Page 1 of 96
, Experiment 2 (daadwerkelijke experiment)...................................................55
Artikel Nieuwland..........................................................................57
Week 5 – Digitaal lezen............................................................61
Hoor- en werkcollege stof – regressie..............................................61
Artikel: van Moort et al. – deel 1.....................................................65
Artikel: van Moort et al. – deel 2.....................................................66
Artikel: Haverkamp........................................................................69
Artikel Delgado et al......................................................................77
Week 6 – tekst en beeld...........................................................82
Artikel Hegarty..............................................................................82
Artikel Driessen.............................................................................91
Artikel Kool...................................................................................93
Page 2 of 96
,Week 1 – Begrijpen van Teksten
Peeters & Dijkstra
Kort samengevat: artikel waarin nieuwe taalpsychologie wordt uitgelegd o.b.v.
4 kernuitgangspunten: belichaamdheid, ingebedheid, mentale modellen en
incrementele verwerking.
- Traditionele taalkundige benaderingen schieten tekort doordat het taal als
abstract systeem behandeld
- Nieuwe perspectief legt nadruk legt op de diep geïntegreerde aard ervan
met menselijke ervaring, cognitie en de fysieke wereld.
Language as a Multifaceted, Integrated Phenomenon = taal is geen
monolithisch, abstract systeem, maar een complex, multimodaal fenomeen nauw
verweven met menselijke biologie, cognitie en sociale interactie
Embodiedness (lichamelijkheid) = Taal wordt geproduceerd en
begrepen door het lichaam, taal is fysiek
Embeddedness (contextafhankelijkheid) = Taal vindt plaats binnen
specifieke fysieke, sociale en culturele contexten.
Mental models = Taal wordt gebruikt om interne representaties van de
wereld te construeren en bij te werken per individu
Incremental processing = Taal wordt stapsgewijs en continue verwerkt
i.p.v. afzonderlijke, volledig gevormde eenheden
Lichamelijk verwerken van taal, contextafhankelijkheden en stapsgewijs
verwerken van taal leidt tot mentaal model van situatie of tekst en daarin slaan
we informatie van tekst op en kunnen we later gebruiken of updaten als we
zoiets weer tegenkomen, verschilt per individu.
Embodiedness
Definitie: Mensen verwerken en gebruiken taal via hun lichaam:
Zintuigen (ogen om te lezen, oren om te luisteren)
Motorische handelingen (mond om te spreken, handen om te
gebaren/schrijven)
Cognitie (denken, emotie, perceptie van muziek)
Non-verbale signalen (houding, gezichtsuitdrukkingen)
o Maar: verbale en non-verbale aspecten van communicatie vormen
een onlosmakelijk geheel!!
Bij taalbegrip is vooral multimodaliteit belangrijk = Communicatie omvat
meerdere sensorische modaliteiten en motorische handelingen tegelijkertijd
Bv. bij communiceren via gebarentaal, zal men delen van het lichaam
(handen, armen, torso en gezicht) op betekenisvolle manier bewegen
Gedachten die we willen overbrengen kunnen rijk aan inhoud zijn
Kunnen mentale modellen van complexe situaties of wiskundige
concepten hebben
Door aard van taal en spraak moeten deze complexe situaties en
concepten worden uitgedrukt via een of meer (bijna) ééndimensionale
kanalen
Page 3 of 96
, o Bv. zien van Noorderlicht of de emotie verdriet is een gedachte/ rijk
gevoel maar bijna onmogelijk om die volledige ervaring in woorden
te vatten
Spraak is grotendeels sequentieel: (spreken woord voor woord)
o Woorden en Syntaxis: Woorden verwijzen naar objecten en
gebeurtenissen, en de zinsbouw (syntaxis) legt relaties daartussen
o Vaste Uitdrukkingen: Formuleringen zoals “het zit in de familie”
worden als complete brokken informatie verwerkt, wat efficiënter is
o Miedum onderdeel boodschap: Gebaren kunnen ruimtelijke of
emotionele informatie overbrengen die moeilijk in woorden te
vatten is. Ook intonatie kan urgentie of emotie toevoegen voor
vergroten urgentie boodschap of vergroten van bepaalde emoties
Embeddedness
Definitie: Taalgebruik wordt altijd gesitueerd binnen een grotere context, die
fysiek, sociaal of linguïstisch kan zijn
Al het taalgebruik vindt plaats in een context:
Contextuele afhankelijkheid: De betekenis van uitingen wordt sterk
beïnvloed door de fysieke, sociaal-culturele en linguïstische context
Mentale modellen: complexe representaties van de werkelijkheid die
mensen voortdurend formuleren en bijwerken
Theorieën en modellen over taalgebruik en taalverwerking : moeten
rekening houden met de verschillende soorten contexten bij het verklaren
van de mentale modellen die de taalkundige vaardigheden ondersteunen
Niet-linguïstische contexten:
Fysieke (lichamelijke) context = Intonatie en gebaren zijn gekoppeld aan
fysieke handelingen en de omgeving
o Het woord 'daar' verwijst vaak naar deze specifieke plaats en tijd,
maar afhankelijk van het gesprek kan het verwijzen naar een
woonplaats, land of zelfs het universum
Sociale en culturele context: Taalgebruik verschilt afhankelijk van sociale
relaties (bv. dialoog tussen arts en cliënt) en culturele normen (bv.
intonatiepatronen in talen)
o Ook non-verbale signalen spelen een rol, bv. oogcontact om te
kijken of de luisteraar je snapt en bv. lichaamstaal over de relatie
die de gesprekspartners met elkaar hebben
Page 4 of 96
,Luisteren, lezen, spreken of schrijven houden rekening met de taalkundige
vorming die in de situatie van het discours is ingebed en combineert die
informatie met opgeslagen wereldkennis
Page 5 of 96
, Linguïstische context:
Taalkundige context: De betekenis van een woord hangt af van de
omringende woorden, zinnen en het discours
o Hoe taal wordt verwerkt afhankelijk van:
- Kenmerken deelnemer, wie je bent als persoon die de taal
verwerkt
- Stimulus characteristics, context van de andere woorden
beïnvloedt de verwerking
- Task demands, hoe je een zin verwerkt, hangt sterk af van je
doel (bv. tekst lezen om spelfouten te ontdekken of
algemene strekking begrijpen)
o Impact op interpretatie: Context helpt ambiguïteit op te lossen en
misinterpretaties te voorkomen
o Zonder rekening te houden met context, kan taal worden gebruikt
om dubbelzinnige en vaak gevaarlijke misinterpretaties van
uitingen over te brengen
Mentale modellen
Definitie: Taal vergemakkelijkt de constructie en actualisering van interne
representaties van de wereld. Mensen proberen de wereld om hen heen te
begrijpen door interne mentale modellen te ontwikkelen en te testen van wat ze
ervaren
Eenvoudig mentaal model
Fysiek aspect: bewust van zwaartekracht, kleur, weerstand van objecten
en lawaai
Biologisch aspect: emotionele waarneming via lichamelijke zintuigen en
beweging
Psychologisch aspect: wat er gebeurt heeft emotionele waarde of
abstracte betekenis
Sociologisch aspect: je rol dialoog afhankelijk van je achtergrond en de
empathische relatie tussen jou en gesprekspartner
Aspecten zijn allemaal met elkaar verweven, bv.: luider spreken (fysiek) als je
boos bent (biologisch en psychologisch) omdat je gesprekspartner net je
favoriete voetbalteam belachelijk heeft gemaakt (sociologisch)
Mentale model vertegenwoordigt informatie over de inhoud (bv. abstracte
betekenis van berichten en wat er in het discours/de tekst werd gezegd), maar
ook over andere aspecten van de aanwezige informatie (fysiek, biologisch)
Begrip mentaal model is belangrijk
Mentaal model is een rijk, multidimensionaal en dynamische representatie van
een situatie die onze kennis, zintuigen, emoties en sociale context integreert.
Mentale modellen representeren niet alleen het hier-en-niet van de fysiek-
biologische wereld, maar ook het daar-en-als van de psychologische werelden
die in dialogen of boeken tot uitdrukking komen.
Mentale modellen zijn niet statisch
- Dynamische aard: mentale modellen zijn dynamisch, ontwikkelen zich
voortdurend in de loop van de tijd en worden bijgewerkt met nieuwe
informatie
Page 6 of 96