Hoofdstuk 1. De basis van sociologie
1.1 Waar komt sociologie vandaan?
De sociologie werd in negentiende eeuw opgericht, toen had het vooral te maken
met de industriële revolutie. Er vonden veranderingen plaats in de productie en
het transport, maar ook in de manier waarop mensen met elkaar samenleefden.
De 3 grondleggers van sociologie zijn:
- De fransman Emile Durkheim
- De Duitser Max Weber
- De Duitser Karl max
Zij richten zich op uiteenlopende aspecten en legden zo de fundamenten van drie
verschillende centrale thema’s in de sociologie:
Solidariteit
Het verband tussen maatschappelijke omstandigheden en
mentaliteit
Ongelijkheid
De franse hoogleraar Emile Durkheim stelde vast dat oudere
dorpsgemeenschappen aan belang verloren door de grote trek naar de steden.
Waar het sociale leven van mensen zich eeuwenlang grotendeels had afgespeeld
binnen kleine dorpen, waar de bewoners elkaar door en door kenden, kwamen
deze mensen plotseling terecht in de grote steden. Hij vroeg zich af hoe in die
omstandigheden in de stad nog gemeenschapsgevoelens vandaan komen.
Relevantie voor sociaal werkers: Het is de taak van de sociaal werker om hen
weer deel te laten voelen van het geheel (de samenleving)
Het verband tussen maatschappelijke omstandigheden en mentaliteit
De tweede grondlegger van de sociologie was de Duitse socioloog en
klassiek econoom Max Weber. Hij raakte vooral geïnspireerd door de
veranderingen in het productieproces zelf. Volgens hem werd menselijk gedrag
minder en minder gestoeld op traditionele, vaak nauwelijks onderbouwde
opvattingen, maar dat de mens zich alsmaar meer liet leiden door objectieve
wetenschappelijke kennis. (Wie uit het juiste gezin komt, krijgt de macht of wie
de juiste indruk maakt, heeft het voor het zeggen).
Zijn boodschap was dat maatschappelijke omstandigheden gepaard gaan met
een bepaalde mentaliteit. En die mentaliteit bepaalt vervolgens wat mensen
doen. Als mensen iets doen, dan willen ze daar natuurlijk iets mee bereiken.
Relevantie voor sociaal werkers: sociaal werkers moeten het perspectief van hun
cliënten begrijpen en de dingen kunnen bekijken vanuit hun standpunt.
De derde grondlegger was Karl Max hij was een belangrijke socioloog maar
ook in het socialisme.
,Socialisme= een politieke ideologie, die de belangen van een bepaalde groep
binnen de maatschappij behartigt.
Sociologie= een wetenschap, die vooral geen partij wil trekken
Wat Marx aan de industriële revoluties opviel, is dat ze vooral ook gepaard
gingen met veel armoede. Hij probeerde te begrijpen hoe het mogelijk was dat de
productie zoveel efficiënter verliep en er dus veel meer geld werd verdiend,
terwijl arbeiders zelf vaak in armetierige omstandigheden leefden.
Op basis van dat inzicht trok Marx politieke conclusies. De enige oplossing
volgens hem was om ervoor te zorgen dat de fabrieken en machines niet meer in
handen waren van individuen, maar gemeenschappelijk bezit werden.
Relevantie voor sociaal werkers: het is voor sociaal werkers ook belangrijk om
rekening te houden met economische omstandigheden. Om iemands situatie
structureel te veranderen, proberen sociaal werkers dan ook om de economische
positie van hun cliënten te verbeteren.
1.2 De wetenschap van de maatschappij
De sociologie is een wetenschap
Ten eerste sociologie is een wetenschap, dat betekent dat ze zich sterk baseren
op onderzoeken. Er wordt op een systematische manier onderzoek gedaan om te
kijken wat er in de realiteit gebeurt. Ze willen vooral verklaringen bieden
(sociologen)
Door te zoeken naar patronen, krijg je dus zicht op aspecten die zich keer op keer
voordoen in een bepaald soort situatie en uiteindelijk zelfs de oorzaken daarvan.
Ten tweede, de sociologie houdt zich bezig met de maatschappij. Het gaat over
een groep mensen en hoewel we wel bepaalde groepen kunnen zien, lukt dat
eigenlijk alleen onder vrij specifieke omstandigheden- we kunnen alleen groepen
waarnemen die niet te groot zijn en op een bepaalde plek samenkomen, zodat we
ze duidelijk kunnen afbaken. Je kunt de maatschappij natuurlijk niet
samenbrengen op 1 bepaalde plek.
Gedragswetenschap
De sociologie is een gedragswetenschap. Dat betekent dat haar doel uiteindelijk
is om menselijk gedrag te verklaren. Daarbij houdt ze er grondig rekening mee
dat mensen constant met elkaar in contact staan. Kortom dat ze deel uitmaken
van sociale verbanden.
Achter de eenvoudigste dingen die we doen, gaat vaak een immense keten van
contacten en relaties schuil en die hebben onmiskenbaar een effect op ons
gedrag. We kunnen ons gedrag pas echt begrijpen als we zicht hebben op hoe de
vorm krijgt binnen sociale relaties.
Sociologische verbeeldingskracht: snappen dat jouw persoonlijke leven altijd
verbonden is met de grote wereld om jen heen. Je kijkt niet alleen naar de
, persoon, maar ook naar de samenleving van de persoon. Je kijkt naar iemand
met een bril op.
Hoewel mensen zichzelf vooral individuen voelen en zeer bewust hun eigen
keuzes maken, lijken die keuzes toch tot op grote hoogte beïnvloed door tal van
omstandigheden waar ze geen vat op hebben. Bovendien kan sociologisch
verbeeldingskracht ook duidelijk maken dat er soms scherpe kanten zitten aan
situaties die zogezegd banaal zijn en op die manier mensen bewust maken van
problemen waar ze anders te weinig bij stilstaan. Bv de structurele achterstelling
van vrouwen op de arbeidsmarkt.
Het heeft er vooral te maken dat de Sociologie een wetenschap is en dus
probeert neutraal te blijven. Het gevolg daarvan is dat ze geen partij kiest en
meerdere perspectieven aan bod laat komen. Sociologen kunnen dus wel
bepaalde problemen identificeren en kijken hoe die veroorzaakt worden, maar
vaak zijn er verschillende oplossingen mogelijk.
Een sociaal probleem is bijvoorbeeld armoede. Volgens sommige heb je niet
helemaal zelf in de hand of je veel geld hebt of niet en hangt het – minstens
deels af van de omstandigheden waarin je opgroeit.
Ideologie= een systeem van ideeën en overtuigingen over hoe de wereld in
elkaar zit
Sociologie kan je helpen te begrijpen waar een bepaald probleem vandaan komt,
welke factoren daarin een belangrijke rol spelen en welke minder. Door je te
oefenen in sociologische verbeeldingskracht en die ook consequent toe te
passen, krijg je een completer en genuanceerder beeld van een situatie en vind
je makkelijker handvatten om problemen aan te pakken.
Je zou kunnen zeggen dat de sociologie je misschien geen antwoorden biedt,
maar je wel zal helpen om de juiste vragen te stellen. Vervolgens kun jij, vanuit je
ervaring en training- maar tot op zekere hoogte ook vanuit je eigen ideologie op
zoek gaan naar een gepaste oplossing.
Gedrag= wat mensen ‘doen’. Het gaat dus over handelingen die ze heel bewust
verrichten, maar ook over dingen die ze doen uit routine, zonder erbij stil te
staan.
Als sociaal werker ga je mensen helpen bij het oplossen van problemen in hun
dagelijkse leven, zodat zij zoveel mogelijk deel kunnen uitmaken van de
samenleving. Om deze mensen zo goed mogelijk te ondersteunen, is het
belangrijk om te kunnen verklaren waarom ze bepaalde keuzes maken- waar hun
gedrag vandaan komt.
1.3 Sociaal gedrag als rollenspel
Interactie= contact tussen mensen, waarbij de 1 iets doet en de ander daarop
reageert. In de meest ruime zin kun je spreken van interactie wanneer mensen
zich bewust zijn van elkaar en hun gedrag op elkaar richten.
Verschillende rollen