De Renaissance & Humanisme
De overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd markeerde een nieuwe manier van
denken.
Humanisten zoals Erasmus benadrukten het belang van kritisch denken en studie van klassieke
teksten.
Kunstenaars zoals Leonardo da Vinci en Michelangelo maakten gebruik van perspectief en
realisme.
Menselijke waardigheid en nieuwsgierigheid stonden centraal: ‘carpe diem’ in plaats van enkel
religieuze gehoorzaamheid.
De Reformatie
Maarten Luther stelde 95 stellingen op tegen misstanden in de katholieke kerk (1517).
Johannes Calvijn benadrukte de voorbestemming en discipline, waardoor zijn leer populair werd in
Nederland.
De Bijbel werd in de volkstaal vertaald, zodat gelovigen zelf konden lezen en interpreteren.
De scheuring van de kerk leidde tot grote religieuze conflicten en burgeroorlogen in Europa.
De Nederlandse Opstand
Koning Filips II van Spanje voerde een streng beleid: centralisatie en harde vervolging van
protestanten.
In 1566 ontstond de Beeldenstorm: calvinisten vernielden katholieke kerken en beelden.
De watergeuzen veroverden in 1572 Den Briel, wat het begin van de opstand markeerde.
Willem van Oranje groeide uit tot leider van het verzet en verdediger van religieuze
verdraagzaamheid.
De noordelijke gewesten verklaarden in het Plakkaat van Verlatinghe (1581) dat Filips II niet langer
hun vorst was.
In 1588 ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, een unieke staatsvorm zonder
koning.