Begin van de Industriële Revolutie
Start in Engeland rond 1750 dankzij kapitaal, steenkool en nieuwe uitvindingen.
Belangrijke innovaties: stoommachine (James Watt), spinning jenny, waterframe.
Snelle ontwikkeling van textielindustrie en transport (spoorwegen, stoomschepen).
Veranderingen in Samenleving
Sterke urbanisatie: mensen trokken massaal naar industriesteden zoals Manchester.
Er ontstond een nieuwe arbeidersklasse met zware en gevaarlijke werkomstandigheden.
De bourgeoisie profiteerde van handel en investeringen in fabrieken.
Gezinsleven veranderde: lange werkdagen, kinderarbeid en armoede waren groot.
Reacties en Gevolgen
Sociale bewegingen en vakbonden streden voor betere lonen en arbeidsomstandigheden.
Politieke stromingen als liberalisme en socialisme groeiden in invloed.
De industriële revolutie verspreidde zich later naar de rest van Europa en de VS.
Leefomstandigheden verbeterden langzaam dankzij hervormingen en nieuwe technologieën.