Absolutisme
In Frankrijk groeide de macht van de koning: Lodewijk XIV (‘de Zonnekoning’) regeerde absoluut.
Hij bouwde Versailles als symbool van macht en controleerde adel en bestuur.
Het idee van ‘droit divin’: de koning regeerde bij de gratie van God.
Absolutisme leidde vaak tot conflicten met edelen en standenvertegenwoordigingen.
De Republiek
In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden lag de macht bij de gewesten en de
Staten-Generaal.
De regenten (rijke kooplieden) bestuurden steden en provincies.
Er was regelmatig conflict tussen staatsgezinden (regenten) en orangisten (stadhouders).
De Republiek kende religieuze tolerantie, waardoor veel vluchtelingen en denkers hier een
toevlucht vonden.
Machtsverhoudingen in Europa
Frankrijk, Spanje, Engeland en de Republiek streden om economische en militaire dominantie.
De Republiek kende haar Gouden Eeuw: bloei in handel, wetenschap, kunst en scheepvaart.
De Engelse burgeroorlog en Glorious Revolution toonden dat ook constitutionele monarchie
mogelijk was.