BLOK 7: ZORGEN VOOR LATER
Inhoudsopgave
K | C1 | Introductie op het vak. Wat betekent ouder worden?...........................................3
K | TG1 | Leeftijd of kwetsbaarheid: Wat vertelt ons meer?...............................................5
K | C2 | Kennisclip: Kwetsbaarheid en welzijn gedurende de levensloop..........................11
Leerdoelen..................................................................................................................................11
K | C3 | Fysiek + kennisclip: Gezond ouder worden: hoe doe je dat?.................................17
Leerdoelen..................................................................................................................................17
K | TG3 | Fysiek en sociaal gezondheidsgedrag bij ouderen..............................................21
LITERATUUR: Whitehead, M (2007)..............................................................................................................21
K | C4 | Kennisclip: Welke hulpbronnen zijn belangrijk als je ouder wordt?......................23
Leerdoelen..................................................................................................................................23
LITERATUUR: Halfon et al., (2013).................................................................................................................26
K | BW1 | Fysiek + kennisclip: De rol van de buurt............................................................27
Leerdoelen..................................................................................................................................27
K | C5 | Fysiek + kennisclip: Veranderingen in informele zorgverlening en de gevolgen
hiervan op welbevinden...................................................................................................30
Leerdoelen - fysiek college..........................................................................................................30
Leerdoelen kennisclip.................................................................................................................32
Modellen langdurige zorg...........................................................................................................34
LITERATUUR: Saraceno. (2010).....................................................................................................................36
K | C6 | Kennisclips: Verschillen in hulpbronnen...............................................................37
Leerdoelen..................................................................................................................................37
Rol van de samenleving..............................................................................................................41
K | C7 | Kennisclips: Vergrijzing en zorggebruik - Stijgen de zorguitgaven in de toekomst?
........................................................................................................................................44
Leerdoelen..................................................................................................................................44
K | BW3 | Vergrijzing en zorggebruik - Wat kunnen we daaraan doen?...........................50
Leerdoelen..................................................................................................................................50
K | C8 | Kennisclips: Wat is het probleem? En waarom zou de overheid interveniëren?....51
Leerdoelen..................................................................................................................................51
K | TG5 | Beleidsimplicaties formuleren...........................................................................58
,K | C9 | Kennisclips: Hoe kun je een interventie kwantitatief evalueren? En: Zorgkeuzes in
Kaart................................................................................................................................59
Leerdoelen..................................................................................................................................59
K | C11 | Normatieve aspecten van vergrijzing: levensbeëindiging...................................62
Leerdoelen..................................................................................................................................62
K | C12 | Kennisclips: Introductie module organiseren......................................................68
Leerdoelen..................................................................................................................................68
K | TG9 | Integraal organiseren voor ouderen: wat is dat?...............................................70
Leerdoelen..................................................................................................................................70
K | C13 | Kennisclips: Het ontwikkelen van integrale zorg voor ouderen: een evidence
based structuurvraagstuk.................................................................................................76
Leerdoelen..................................................................................................................................76
Structurele integratie..................................................................................................................77
K | TG10 | Het ontwikkelen van een ketentraject voor ouderen.......................................83
Leerdoelen..................................................................................................................................83
K | C14 | Kennisclips: Organiseren als spel tussen spelers.................................................84
K | C15 | Kennisclip: Ouderen en ketenzorg: rechten & plichten.......................................88
Leerdoelen..................................................................................................................................88
K | C15 | Kennisclip: Ouderen en ketenzorg: rechten & plichten.......................................89
Leerdoelen..................................................................................................................................89
K | C16 | Kennisclips: Bekostigen van integrale zorg voor ouderen...................................90
Leerdoelen..................................................................................................................................90
K | TG12 | Financiële prikkels voor integrale zorg voor ouderen.......................................91
,K | C1 | INTRODUCTIE OP HET VAK. WAT BETEKENT OUDER
WORDEN ?
Bij het ouder worden kan er alles veranderen: lichaamsfuncties, gezondheid,
financiële situatie, persoonlijke relaties, sociale activiteiten, woonsituatie. Het is
belangrijk om de verlieservaringen tegenover de verrijkende ervaringen te
zetten.
Welbevinden staat centraal, er zijn vier aspecten van functioneren die het
welbevinden beïnvloeden:
1. Lichamelijk functioneren (beweging, pijnklachten)
2. Cognitief functioneren (werking hersenen)
3. Sociaal functioneren (contacten)
4. Emotioneel functioneren (depressie, geluk)
Verschillende factoren spelen hier een rol bij:
- Aanleg en levensloop: het hebben van genetische aanleg voor ziekten,
of grote gebeurtenissen die in het verleden zijn gebeurd
- Leeftijd: in loop der jaren verandert het welbevinden
- Samenleving: in een goede samenleving zal het functioneren en
welbevinden een stuk hoger zijn dan in een minder goede samenleving
- Tijd: in de tijd waarin iemand leeft zijn meer/minder mogelijkheden.
Mensen worden steeds ouder
1. Lichamelijk functioneren
Vitaliteit en kwetsbaarheid (bijv. loopsnelheid)
Functioneren in het dagelijks leven (bijv. aan- en uitkleden, huishoudelijke taken)
2. Cognitief functioneren
De kennis die opgedaan wordt uit ervaring (woordenschat)
Logisch redeneren en geheugen (informatie verwerking, korte- en
langetermijngeheugen)
3. Sociaal functioneren
Sociale participatie (vrijwilligerswerk)
Persoonlijke relaties en netwerkomvang
Ontvangen en geven van steun
Verbondenheid en intimiteit
4. Emotioneel functioneren
Beoordeling van het huidige leven en het leven als geheel
Gevoelens van geluk, hoop, genot en zelfwaardering (stemming)
Bij de achteruitgang van alle vier de soorten functioneren kan men
compenseren, de theorie die daarvoor is opgesteld heet ‘De optimalisatie
door selectie en compensatie’ van Paul Baltes.
Succesvol ouder worden bevat 3 componenten, successful aging (Rowe en
Kahn):
1. Lage kans op ziekte en ziekte-gerelateerde beperkingen
2. Hogere cognitieve en fysieke functionele capaciteit
3. Actieve betrokkenen in het leven
, Maar ook kritiek hierop: te veel focus op het ouder zijn, in plaats van op heel de
levensloop. Het levensloopperspectief is dynamisch en houdt rekening met de
ontwikkeling, geschiedenis en belang van relaties door te tijd heen. De focus ligt
te veel op de individuele verantwoordelijkheid, terwijl er veel meer dingen van
invloed zijn, bijv. waar je wordt geboren en in welke omstandigheden je opgroeit.
Inhoudsopgave
K | C1 | Introductie op het vak. Wat betekent ouder worden?...........................................3
K | TG1 | Leeftijd of kwetsbaarheid: Wat vertelt ons meer?...............................................5
K | C2 | Kennisclip: Kwetsbaarheid en welzijn gedurende de levensloop..........................11
Leerdoelen..................................................................................................................................11
K | C3 | Fysiek + kennisclip: Gezond ouder worden: hoe doe je dat?.................................17
Leerdoelen..................................................................................................................................17
K | TG3 | Fysiek en sociaal gezondheidsgedrag bij ouderen..............................................21
LITERATUUR: Whitehead, M (2007)..............................................................................................................21
K | C4 | Kennisclip: Welke hulpbronnen zijn belangrijk als je ouder wordt?......................23
Leerdoelen..................................................................................................................................23
LITERATUUR: Halfon et al., (2013).................................................................................................................26
K | BW1 | Fysiek + kennisclip: De rol van de buurt............................................................27
Leerdoelen..................................................................................................................................27
K | C5 | Fysiek + kennisclip: Veranderingen in informele zorgverlening en de gevolgen
hiervan op welbevinden...................................................................................................30
Leerdoelen - fysiek college..........................................................................................................30
Leerdoelen kennisclip.................................................................................................................32
Modellen langdurige zorg...........................................................................................................34
LITERATUUR: Saraceno. (2010).....................................................................................................................36
K | C6 | Kennisclips: Verschillen in hulpbronnen...............................................................37
Leerdoelen..................................................................................................................................37
Rol van de samenleving..............................................................................................................41
K | C7 | Kennisclips: Vergrijzing en zorggebruik - Stijgen de zorguitgaven in de toekomst?
........................................................................................................................................44
Leerdoelen..................................................................................................................................44
K | BW3 | Vergrijzing en zorggebruik - Wat kunnen we daaraan doen?...........................50
Leerdoelen..................................................................................................................................50
K | C8 | Kennisclips: Wat is het probleem? En waarom zou de overheid interveniëren?....51
Leerdoelen..................................................................................................................................51
K | TG5 | Beleidsimplicaties formuleren...........................................................................58
,K | C9 | Kennisclips: Hoe kun je een interventie kwantitatief evalueren? En: Zorgkeuzes in
Kaart................................................................................................................................59
Leerdoelen..................................................................................................................................59
K | C11 | Normatieve aspecten van vergrijzing: levensbeëindiging...................................62
Leerdoelen..................................................................................................................................62
K | C12 | Kennisclips: Introductie module organiseren......................................................68
Leerdoelen..................................................................................................................................68
K | TG9 | Integraal organiseren voor ouderen: wat is dat?...............................................70
Leerdoelen..................................................................................................................................70
K | C13 | Kennisclips: Het ontwikkelen van integrale zorg voor ouderen: een evidence
based structuurvraagstuk.................................................................................................76
Leerdoelen..................................................................................................................................76
Structurele integratie..................................................................................................................77
K | TG10 | Het ontwikkelen van een ketentraject voor ouderen.......................................83
Leerdoelen..................................................................................................................................83
K | C14 | Kennisclips: Organiseren als spel tussen spelers.................................................84
K | C15 | Kennisclip: Ouderen en ketenzorg: rechten & plichten.......................................88
Leerdoelen..................................................................................................................................88
K | C15 | Kennisclip: Ouderen en ketenzorg: rechten & plichten.......................................89
Leerdoelen..................................................................................................................................89
K | C16 | Kennisclips: Bekostigen van integrale zorg voor ouderen...................................90
Leerdoelen..................................................................................................................................90
K | TG12 | Financiële prikkels voor integrale zorg voor ouderen.......................................91
,K | C1 | INTRODUCTIE OP HET VAK. WAT BETEKENT OUDER
WORDEN ?
Bij het ouder worden kan er alles veranderen: lichaamsfuncties, gezondheid,
financiële situatie, persoonlijke relaties, sociale activiteiten, woonsituatie. Het is
belangrijk om de verlieservaringen tegenover de verrijkende ervaringen te
zetten.
Welbevinden staat centraal, er zijn vier aspecten van functioneren die het
welbevinden beïnvloeden:
1. Lichamelijk functioneren (beweging, pijnklachten)
2. Cognitief functioneren (werking hersenen)
3. Sociaal functioneren (contacten)
4. Emotioneel functioneren (depressie, geluk)
Verschillende factoren spelen hier een rol bij:
- Aanleg en levensloop: het hebben van genetische aanleg voor ziekten,
of grote gebeurtenissen die in het verleden zijn gebeurd
- Leeftijd: in loop der jaren verandert het welbevinden
- Samenleving: in een goede samenleving zal het functioneren en
welbevinden een stuk hoger zijn dan in een minder goede samenleving
- Tijd: in de tijd waarin iemand leeft zijn meer/minder mogelijkheden.
Mensen worden steeds ouder
1. Lichamelijk functioneren
Vitaliteit en kwetsbaarheid (bijv. loopsnelheid)
Functioneren in het dagelijks leven (bijv. aan- en uitkleden, huishoudelijke taken)
2. Cognitief functioneren
De kennis die opgedaan wordt uit ervaring (woordenschat)
Logisch redeneren en geheugen (informatie verwerking, korte- en
langetermijngeheugen)
3. Sociaal functioneren
Sociale participatie (vrijwilligerswerk)
Persoonlijke relaties en netwerkomvang
Ontvangen en geven van steun
Verbondenheid en intimiteit
4. Emotioneel functioneren
Beoordeling van het huidige leven en het leven als geheel
Gevoelens van geluk, hoop, genot en zelfwaardering (stemming)
Bij de achteruitgang van alle vier de soorten functioneren kan men
compenseren, de theorie die daarvoor is opgesteld heet ‘De optimalisatie
door selectie en compensatie’ van Paul Baltes.
Succesvol ouder worden bevat 3 componenten, successful aging (Rowe en
Kahn):
1. Lage kans op ziekte en ziekte-gerelateerde beperkingen
2. Hogere cognitieve en fysieke functionele capaciteit
3. Actieve betrokkenen in het leven
, Maar ook kritiek hierop: te veel focus op het ouder zijn, in plaats van op heel de
levensloop. Het levensloopperspectief is dynamisch en houdt rekening met de
ontwikkeling, geschiedenis en belang van relaties door te tijd heen. De focus ligt
te veel op de individuele verantwoordelijkheid, terwijl er veel meer dingen van
invloed zijn, bijv. waar je wordt geboren en in welke omstandigheden je opgroeit.