Isa Schenkeveld
BLOK 9: KENNISCLIPS EN LITERATUUR
Inhoudsopgave
K | WG1 | Introductie tot ethiek.................................................3
Kennisclips......................................................................................3
Literatuur......................................................................................11
B&C - Hoofdstuk 1: Moral norms...............................................................................11
B&C - Hoofdstuk 10: Method and Moral Justification.................................................12
Leerdoelen....................................................................................14
K | WG2 | Ethiek en de rol van de beleidsmaker.........................16
Kennisclips....................................................................................16
Moraliteit in beleidsvorming......................................................................................16
Policy framing: morele sturing in beleidsvorming......................................................16
Literatuur......................................................................................19
Thompson, D.F. (1985). The possibility of administrative ethics...............................19
Stone, D. (2012). Introduction. In Policy Paradox: the art of political decision making
.................................................................................................................................. 21
K | WG3 | Ethiek en de rol van de zorgmanager.........................23
Kennsiclips....................................................................................23
Literatuur......................................................................................28
Weber, L. (2001). Hoofdstuk 1 & 2. In business ethics in healthcare. Beyond
Compliance (pp. 3-22)...............................................................................................28
Centrum voor Ethiek en Gezondheid (2016). Hoofdstuk 4. In integriteit in
zorgorganisaties: perspectieven van bestuurders.....................................................31
Stolper, M., Molewijk, B & Widdershoven, G. (2016) Bioethisch education in clinical
settings: theory and practice of the thilemma method of moral case deliberation.
BMC Medical Ethics...................................................................................................33
K | WG4 | Autonomie, Weldoen & Niet-schaden.........................34
Kennisclips....................................................................................34
Literatuur......................................................................................43
Tan, D.Y.B., Ter Meulen, B.C., Molewijk, A. & Widdershoven, G. (2017). Moral case
deliberation. Practical Neurology, 18(3), 181-186.....................................................49
Marian A. Verkerk. (2001). The care perspective and autonomy. Medicine, Health
Care and Philosophy.................................................................................................. 51
K | WG5 | Rechtvaardigheid.....................................................53
Kennisclips....................................................................................53
Literatuur......................................................................................59
B&C, hoofdstuk 7: Justice. In principles of biomedical ethics (pp. 267-314)..............59
AVV | WG3 | Formuleren van morele argumenten met behulp van
ethische theorie......................................................................62
Literatuur......................................................................................62
Bolt, I.L.L.E., Schermer, M.H.N., Bomhof-Roordink, H., Timmermans, D.R.M. (2022).
Informed Decision-making and capablities in population-based cancer screening....62
K | WG6 | Consequentialisme, Deontologie & Rechtentheorie.....63
, Isa Schenkeveld
Kennisclips....................................................................................63
Literatuur......................................................................................68
B&C, Hoofstuk 9........................................................................................................ 68
K | WG7 | Zorgethiek...............................................................72
Kennisclips....................................................................................72
Literatuur......................................................................................83
Yew, G.C.K. (2020). Trust in and Ethical Design of Carebots. The case for Ethics of
Care.......................................................................................................................... 83
AVV | WG4 | Afwegen, balanceren en rechtvaardigen................85
Should Participants in Clinical Trials Be Able to Withdraw from Passive Follow-Up?”
van Capell et al.,....................................................................................................... 85
How to kill gamete donation: retrospective legislation and donor anonymity (Guido
Pennings, 2012)........................................................................................................ 86
K | WG8 | Deugdethiek.............................................................88
Kennsiclips....................................................................................88
Literatuur......................................................................................90
B&C, H2: Moral Character......................................................................................... 90
, Isa Schenkeveld
K | WG1 | INTRODUCTIE TOT ETHIEK
KENNISCLIPS
Ethiek gaat over het onderzoeken en beantwoorden van de vraag: Wat is het juiste om te
doen?
Stel: Je bent CEO van een ziekenhuis dat specialistische medische zorg biedt.Het
ziekenhuis wordt gefinancierd door meerdere zorgverzekeraars, waarvan één meer dan
70% van de inkomsten levert.
Ethische vraag: Hoe balanceer je financiële afhankelijkheid met het waarborgen van
kwalitatieve en eerlijke zorg?
Wat is ethiek?
Ethiek is het systematisch onderzoeken van normen en waarden. Het draait om de
volgende kernvragen:
Wat is het goede om te doen?
Bijvoorbeeld: moet je een patiënt behandelen als dit financiële gevolgen heeft
voor het ziekenhuis?
Waarom is iets goed of fout?
De rechtvaardiging voor morele keuzes
Hoe moeten mensen handelen in specifieke situaties?
Kernconcepten van ethiek
Normatieve ethiek: Richt zich op hoe mensen zouden moeten handelen.
Beoordeelt handelingen op basis van regels, gevolgen of deugdzaamheid.
Descriptieve ethiek: Bestudeert hoe mensen zich feitelijk gedragen en welke
normen zij volgen.
Toegepaste ethiek: Past ethische principes toe op specifieke dilemma’s (bijv.
medische ethiek).
Ethiek hangt nauw samen met…
… Recht: Wat wettelijk is toegestaan, is niet per definitie ethisch juist.
Voorbeeld: Een behandeling kan legaal worden geweigerd, maar is dat moreel
verantwoord?
…Religie: Biedt vaak morele richtlijnen, maar ethiek gaat verder dan
geloofsovertuigingen.
… Cultuur: Verschillende culturen hebben verschillende morele standaarden.
Ethiek helpt om rationele en goed doordachte beslissingen te nemen. Het dwingt mensen
om verder te kijken dan hun eigen belangen en de gevolgen van hun daden te
overwegen.
Specifieke toepassingen:
- Medische keuzes (bijv. wie krijgt een behandeling wanneer middelen schaars
zijn?).
- Bedrijfsethiek (bijv. hoe om te gaan met belangenconflicten?).
Ethiek is niet universeel voor iedereen hetzelfde. Verschillende samenlevingen, culturen
en individuen hebben hun eigen normen en waarden. Twee belangrijke concepten die
hierbij besproken worden, zijn Relativisme en Pluralisme.
Relativisme
Relativisme stelt dat morele principes en waarden afhankelijk zijn van context, zoals
cultuur, religie, tijd en persoonlijke overtuigingen.
, Isa Schenkeveld
Kenmerken:
- Er is geen universele waarhid in ethiek; wat juist is in de ene cultuur, kan fout zijn
in de andere
- Normen en waarden zijn subjectief en veranderen afhankelijk van de situatie
Voorbeeld: Wat als ethisch juist wordt gezien in een oosterse cultuur (bijv. respect voor
ouderen) kan anders geïnterpreteerd worden in een westerse cultuur (bijv. individuele
autonomie).
Cultureel relativisme: stelt dat morele normen en waarden worden gevormd door
culturele contexten en tradities.Wat juist of onjuist is, hangt volledig af van de cultuur
waarin je leeft. Er is geen universele maatstaf om culturen te beoordelen.
Kenmerken:
- Waarden zijn cultuurgebonden: Elke cultuur heeft zijn eigen morele codes die niet
universeel toepasbaar zijn.
- Geen superieure cultuur: Geen enkele cultuur is beter dan een andere, en
buitenstaanders mogen een cultuur niet beoordelen op basis van hun eigen
normen.
- Bijvoorbeeld: Polygamie kan in sommige culturen moreel aanvaardbaar zijn,
terwijl het in andere als onethisch wordt gezien.
Kritiek:
- Gebrek aan morele vooruitgang:Als normen cultuurgebonden zijn, hoe
rechtvaardig je dan verandering of hervorming binnen een cultuur (bijv.
mensenrechten)?
- Risico op morele onverschilligheid: Het kan leiden tot het tolereren van praktijken
die universeel als onrechtvaardig worden beschouwd (bijv. slavernij,
kindhuwelijken).
Normatief relativisme: gaat een stap verder door te stellen dat niemand de morele
waarden van een ander mag veroordelen, omdat alle morele systemen even geldig zijn.
Het is een normatieve positie: je moet andere morele systemen respecteren en niet
beoordelen.
Kenmerken:
- Geen universele waarheid: elke cultuur of individu bepaalt wat goed en fout is, en
niemand heeft het recht om hun eigen normen op te leggen aan anderen
- Respect en toleratnie: het doel is respect tonen voor de diversiteti van waarden
en overtuigingen
- Bijvoorbeeld in internationele politiek: landen met verschillende waarden werken
samen zonder elkaar te veroordelen
Kritiek:
- Moreel relativisme als obstakel voor kritiek: het maakt het moeilijk om universele
mensenrechten of onrechtvaardige praktijken te bekritiseren
- Innerlijke tegenstrijdigheid: als normagief relativsme zegt dat “alles realtief is”,
dan geldt die stelling ook als relatief en niet absoluut. Dit kan tot problemen
leiden
BLOK 9: KENNISCLIPS EN LITERATUUR
Inhoudsopgave
K | WG1 | Introductie tot ethiek.................................................3
Kennisclips......................................................................................3
Literatuur......................................................................................11
B&C - Hoofdstuk 1: Moral norms...............................................................................11
B&C - Hoofdstuk 10: Method and Moral Justification.................................................12
Leerdoelen....................................................................................14
K | WG2 | Ethiek en de rol van de beleidsmaker.........................16
Kennisclips....................................................................................16
Moraliteit in beleidsvorming......................................................................................16
Policy framing: morele sturing in beleidsvorming......................................................16
Literatuur......................................................................................19
Thompson, D.F. (1985). The possibility of administrative ethics...............................19
Stone, D. (2012). Introduction. In Policy Paradox: the art of political decision making
.................................................................................................................................. 21
K | WG3 | Ethiek en de rol van de zorgmanager.........................23
Kennsiclips....................................................................................23
Literatuur......................................................................................28
Weber, L. (2001). Hoofdstuk 1 & 2. In business ethics in healthcare. Beyond
Compliance (pp. 3-22)...............................................................................................28
Centrum voor Ethiek en Gezondheid (2016). Hoofdstuk 4. In integriteit in
zorgorganisaties: perspectieven van bestuurders.....................................................31
Stolper, M., Molewijk, B & Widdershoven, G. (2016) Bioethisch education in clinical
settings: theory and practice of the thilemma method of moral case deliberation.
BMC Medical Ethics...................................................................................................33
K | WG4 | Autonomie, Weldoen & Niet-schaden.........................34
Kennisclips....................................................................................34
Literatuur......................................................................................43
Tan, D.Y.B., Ter Meulen, B.C., Molewijk, A. & Widdershoven, G. (2017). Moral case
deliberation. Practical Neurology, 18(3), 181-186.....................................................49
Marian A. Verkerk. (2001). The care perspective and autonomy. Medicine, Health
Care and Philosophy.................................................................................................. 51
K | WG5 | Rechtvaardigheid.....................................................53
Kennisclips....................................................................................53
Literatuur......................................................................................59
B&C, hoofdstuk 7: Justice. In principles of biomedical ethics (pp. 267-314)..............59
AVV | WG3 | Formuleren van morele argumenten met behulp van
ethische theorie......................................................................62
Literatuur......................................................................................62
Bolt, I.L.L.E., Schermer, M.H.N., Bomhof-Roordink, H., Timmermans, D.R.M. (2022).
Informed Decision-making and capablities in population-based cancer screening....62
K | WG6 | Consequentialisme, Deontologie & Rechtentheorie.....63
, Isa Schenkeveld
Kennisclips....................................................................................63
Literatuur......................................................................................68
B&C, Hoofstuk 9........................................................................................................ 68
K | WG7 | Zorgethiek...............................................................72
Kennisclips....................................................................................72
Literatuur......................................................................................83
Yew, G.C.K. (2020). Trust in and Ethical Design of Carebots. The case for Ethics of
Care.......................................................................................................................... 83
AVV | WG4 | Afwegen, balanceren en rechtvaardigen................85
Should Participants in Clinical Trials Be Able to Withdraw from Passive Follow-Up?”
van Capell et al.,....................................................................................................... 85
How to kill gamete donation: retrospective legislation and donor anonymity (Guido
Pennings, 2012)........................................................................................................ 86
K | WG8 | Deugdethiek.............................................................88
Kennsiclips....................................................................................88
Literatuur......................................................................................90
B&C, H2: Moral Character......................................................................................... 90
, Isa Schenkeveld
K | WG1 | INTRODUCTIE TOT ETHIEK
KENNISCLIPS
Ethiek gaat over het onderzoeken en beantwoorden van de vraag: Wat is het juiste om te
doen?
Stel: Je bent CEO van een ziekenhuis dat specialistische medische zorg biedt.Het
ziekenhuis wordt gefinancierd door meerdere zorgverzekeraars, waarvan één meer dan
70% van de inkomsten levert.
Ethische vraag: Hoe balanceer je financiële afhankelijkheid met het waarborgen van
kwalitatieve en eerlijke zorg?
Wat is ethiek?
Ethiek is het systematisch onderzoeken van normen en waarden. Het draait om de
volgende kernvragen:
Wat is het goede om te doen?
Bijvoorbeeld: moet je een patiënt behandelen als dit financiële gevolgen heeft
voor het ziekenhuis?
Waarom is iets goed of fout?
De rechtvaardiging voor morele keuzes
Hoe moeten mensen handelen in specifieke situaties?
Kernconcepten van ethiek
Normatieve ethiek: Richt zich op hoe mensen zouden moeten handelen.
Beoordeelt handelingen op basis van regels, gevolgen of deugdzaamheid.
Descriptieve ethiek: Bestudeert hoe mensen zich feitelijk gedragen en welke
normen zij volgen.
Toegepaste ethiek: Past ethische principes toe op specifieke dilemma’s (bijv.
medische ethiek).
Ethiek hangt nauw samen met…
… Recht: Wat wettelijk is toegestaan, is niet per definitie ethisch juist.
Voorbeeld: Een behandeling kan legaal worden geweigerd, maar is dat moreel
verantwoord?
…Religie: Biedt vaak morele richtlijnen, maar ethiek gaat verder dan
geloofsovertuigingen.
… Cultuur: Verschillende culturen hebben verschillende morele standaarden.
Ethiek helpt om rationele en goed doordachte beslissingen te nemen. Het dwingt mensen
om verder te kijken dan hun eigen belangen en de gevolgen van hun daden te
overwegen.
Specifieke toepassingen:
- Medische keuzes (bijv. wie krijgt een behandeling wanneer middelen schaars
zijn?).
- Bedrijfsethiek (bijv. hoe om te gaan met belangenconflicten?).
Ethiek is niet universeel voor iedereen hetzelfde. Verschillende samenlevingen, culturen
en individuen hebben hun eigen normen en waarden. Twee belangrijke concepten die
hierbij besproken worden, zijn Relativisme en Pluralisme.
Relativisme
Relativisme stelt dat morele principes en waarden afhankelijk zijn van context, zoals
cultuur, religie, tijd en persoonlijke overtuigingen.
, Isa Schenkeveld
Kenmerken:
- Er is geen universele waarhid in ethiek; wat juist is in de ene cultuur, kan fout zijn
in de andere
- Normen en waarden zijn subjectief en veranderen afhankelijk van de situatie
Voorbeeld: Wat als ethisch juist wordt gezien in een oosterse cultuur (bijv. respect voor
ouderen) kan anders geïnterpreteerd worden in een westerse cultuur (bijv. individuele
autonomie).
Cultureel relativisme: stelt dat morele normen en waarden worden gevormd door
culturele contexten en tradities.Wat juist of onjuist is, hangt volledig af van de cultuur
waarin je leeft. Er is geen universele maatstaf om culturen te beoordelen.
Kenmerken:
- Waarden zijn cultuurgebonden: Elke cultuur heeft zijn eigen morele codes die niet
universeel toepasbaar zijn.
- Geen superieure cultuur: Geen enkele cultuur is beter dan een andere, en
buitenstaanders mogen een cultuur niet beoordelen op basis van hun eigen
normen.
- Bijvoorbeeld: Polygamie kan in sommige culturen moreel aanvaardbaar zijn,
terwijl het in andere als onethisch wordt gezien.
Kritiek:
- Gebrek aan morele vooruitgang:Als normen cultuurgebonden zijn, hoe
rechtvaardig je dan verandering of hervorming binnen een cultuur (bijv.
mensenrechten)?
- Risico op morele onverschilligheid: Het kan leiden tot het tolereren van praktijken
die universeel als onrechtvaardig worden beschouwd (bijv. slavernij,
kindhuwelijken).
Normatief relativisme: gaat een stap verder door te stellen dat niemand de morele
waarden van een ander mag veroordelen, omdat alle morele systemen even geldig zijn.
Het is een normatieve positie: je moet andere morele systemen respecteren en niet
beoordelen.
Kenmerken:
- Geen universele waarheid: elke cultuur of individu bepaalt wat goed en fout is, en
niemand heeft het recht om hun eigen normen op te leggen aan anderen
- Respect en toleratnie: het doel is respect tonen voor de diversiteti van waarden
en overtuigingen
- Bijvoorbeeld in internationele politiek: landen met verschillende waarden werken
samen zonder elkaar te veroordelen
Kritiek:
- Moreel relativisme als obstakel voor kritiek: het maakt het moeilijk om universele
mensenrechten of onrechtvaardige praktijken te bekritiseren
- Innerlijke tegenstrijdigheid: als normagief relativsme zegt dat “alles realtief is”,
dan geldt die stelling ook als relatief en niet absoluut. Dit kan tot problemen
leiden