🤒
15 Acute virale infectie
Quasi alles is in kader van influenza
Verloop
PAMP + DAMP → acuut ziektebeeld
enkel PAMP → chronisch ziektebeeld
Eigenschappen
hit-and-run → herstel of dood
typisch naakte virussen (doden sws gastheercel) bv hepatitis A
virussen met membraan: inluenza A (dr massieve repl doden ze ook), coronavirus
Influenza A
Droplet infectie
8 RNA segmenten (//B) → transcriptie en replicatie in kern
M1: matrix eiwit
M2: kanaal eiwit (vroeger medicatie op)
NA: (ook influenza B)
katalyseert de klieving & verhindert zelfaggregatie dochtervirussen
verwijdert siaalzuur (HA, gastheercel,…)
transport facilitatie drheen mucine
PB1,PB2,PA: RNA-afh polymerasen
NP: nucleoproteïne
NS: non-structural protein (onderdrukt IM respons)
HA: hemagluttinine (x siaal-zuurbevattende R → agglutatie rode bloedcellen, fusie met celmembraan,
binding aan levende cel)
bij endocytose onstapt het hiermee het lysosoom (getriggert dr lage pH)
→ hiertegen neutralizerende Ab, dus epidemiën hier veranderingen meestal
in epitheelcellen, monocyten, macrofagen en andere witte bloedcellen
respons op infectie
aangeboren:
PAMP (x sensed by TLR3) → IFN + beshcerming naburige cellen + NK activatie
+ NF-κB
= anti-virale en pro-IF respons
lokale macrofagen blijven ter plaatse vr immuun respons en wondherstel
IFN:
typisch inductie interferon type 1 dr dsDNA
→ tegenzet :
blokkeren inductie, virale decoy IFN R, IC signalisatie verstoring, !blokkeren ISG
15 Acute virale infectie 1
15 Acute virale infectie
Quasi alles is in kader van influenza
Verloop
PAMP + DAMP → acuut ziektebeeld
enkel PAMP → chronisch ziektebeeld
Eigenschappen
hit-and-run → herstel of dood
typisch naakte virussen (doden sws gastheercel) bv hepatitis A
virussen met membraan: inluenza A (dr massieve repl doden ze ook), coronavirus
Influenza A
Droplet infectie
8 RNA segmenten (//B) → transcriptie en replicatie in kern
M1: matrix eiwit
M2: kanaal eiwit (vroeger medicatie op)
NA: (ook influenza B)
katalyseert de klieving & verhindert zelfaggregatie dochtervirussen
verwijdert siaalzuur (HA, gastheercel,…)
transport facilitatie drheen mucine
PB1,PB2,PA: RNA-afh polymerasen
NP: nucleoproteïne
NS: non-structural protein (onderdrukt IM respons)
HA: hemagluttinine (x siaal-zuurbevattende R → agglutatie rode bloedcellen, fusie met celmembraan,
binding aan levende cel)
bij endocytose onstapt het hiermee het lysosoom (getriggert dr lage pH)
→ hiertegen neutralizerende Ab, dus epidemiën hier veranderingen meestal
in epitheelcellen, monocyten, macrofagen en andere witte bloedcellen
respons op infectie
aangeboren:
PAMP (x sensed by TLR3) → IFN + beshcerming naburige cellen + NK activatie
+ NF-κB
= anti-virale en pro-IF respons
lokale macrofagen blijven ter plaatse vr immuun respons en wondherstel
IFN:
typisch inductie interferon type 1 dr dsDNA
→ tegenzet :
blokkeren inductie, virale decoy IFN R, IC signalisatie verstoring, !blokkeren ISG
15 Acute virale infectie 1